AKD Header afbeeling AKD logo AKD print logo
ˇ

Vind direct uw AKD specialist

Vind direct uw AKD specialist

Geluid en geluidproductieplafonds

Op 5 oktober 2018 is het wetsvoorstel voor de Aanvullingswet geluid Omgevingswet bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is er weer wat meer duidelijkheid ontstaan over de manier waarop het onderwerp geluid in de Omgevingswet geregeld zal worden. Met de Aanvullingswet wordt het geluidproductieplafond geïntroduceerd in de Omgevingswet. Hoewel de regering aanvankelijk stelde dat er zowel juridische als praktische bezwaren zijn om het geluidproductieplafond als omgevingswaarde vorm te geven, is dat naar aanleiding van het advies van de Raad van State toch alsnog gebeurd.

Het geluidproductieplafond
Dit instrument kennen we al uit hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer, waarmee op 1 juli 2012 geluidproductieplafonds geïntroduceerd werden voor wegen in beheer bij het Rijk (Rijkswaterstaat) en hoofdspoorwegen (in beheer bij ProRail) die zijn aangewezen op de geluidplafondkaart. Aan weerszijden van deze (spoor)wegen bevinden zich om de 100 meter referentiepunten. Op elk referentiepunt geldt een geluidproductieplafond, oftewel de ter plaatse toegestane geluidproductie door (het verkeer op) de betreffende weg of spoorweg. De beheerder draagt zorg voor de naleving van de geluidproductieplafonds die in een openbaar (digitaal) geluidregister zijn terug te vinden. Als een geluidproductieplafond overschreden dreigt te worden, moet de beheerder maatregelen treffen om dit te voorkomen. Jaarlijks doet de beheerder verslag met betrekking tot de naleving van de geluidproductieplafonds. Onder bepaalde omstandigheden kan een geluidproductieplafond bij besluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat gewijzigd (verhoogd of verlaagd) worden.

Deze geluidproductieplafonds voor Rijksinfrastructuur komen ingevolge een nieuw tweede lid van artikel 2.15 Omgevingswet terug als omgevingswaarden. Op grond van de nieuwe artikelen 2.11a, 2.12a en 2.13a Omgevingswet worden geluidproductieplafonds (als omgevingswaarde) ook verplicht bij industrieterreinen waar activiteiten kunnen worden verricht die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken en bij wegen en bepaalde lokale spoorwegen in beheer bij een provincie, voor zover bij omgevingsverordening aangewezen. In het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet zullen de activiteiten die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken (de 'grote lawaaimakers'), worden aangewezen. Inhoudelijk zal worden aangesloten bij de huidige definitie van industrieterrein in artikel 1 van de Wet geluidhinder. Rondom andere dan de in artikel 2.11a Omgevingswet bedoelde industrieterreinen kunnen facultatief geluidproductieplafonds als omgevingswaarde vastgesteld worden.

 

In twee opzichten passen de rechtsgevolgen van het vaststellen van een omgevingswaarde niet goed bij geluidproductieplafonds: bij (dreigende) overschrijding van een geluidproductieplafond moet deze (door de beheerder) ongedaan gemaakt worden en geldt geen programmaplicht, terwijl bij een besluit tot vaststelling van een geluidproductieplafond, anders dan bij vaststelling van een omgevingswaarde, wel inspraak en rechtsbescherming mogelijk is. In zoverre zijn er afwijkende bepalingen in de Omgevingswet voorzien.


Bevoegd gezag
Geluidproductieplafonds rondom industrieterreinen worden bij omgevingsplan vastgesteld. De raad kan deze bevoegdheid delegeren aan burgemeester en wethouders. Als dat nodig is voor een doelmatige beheersing van het geluid afkomstig van industrieterreinen, kunnen op verzoek van de gemeenteraad bij besluit van provinciale staten geluidproductieplafonds worden vastgesteld. Provinciale staten stellen bij besluit geluidproductieplafonds vast aan weerszijden van bij omgevingsverordening aangewezen wegen in beheer bij de provincie en bepaalde lokale spoorwegen. Zij kunnen deze bevoegdheden delegeren aan gedeputeerde staten. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat blijft bevoegd tot vaststelling van geluidproductieplafonds aan weerszijden van wegen in beheer bij het Rijk en hoofdspoorwegen.

 

Basisgeluidemissie

Bij wegen in beheer bij een gemeente of waterschap en bij (overige) lokale spoorwegen is gekozen voor een alternatief voor geluidproductieplafonds in de vorm van de zogenoemde basisgeluidemissie. De gemeente (voor gemeentelijke wegen en lokale spoorwegen) c.q. het waterschap (voor zijn wegen) bepaalt een niveau van basisgeluidemissie op basis van de werkelijke geluidemissie in een nader te bepalen referentiejaar. Vijfjaarlijks wordt gemonitord of de basisgeluidemissie wordt overschreden. Indien dat het geval is, beoordeelt het verantwoordelijke bestuursorgaan of er maatregelen genomen zullen worden. Bij grootschalige ontwikkelingen die van invloed (kunnen) zijn op de geluidbelasting, wordt preventief getoetst aan het normenkader voor de geluidsbelasting van geluidgevoelige gebouwen en worden geluidbeperkende maatregelen overwogen. Een en ander volgt overigens niet uit de Aanvullingswet geluid Omgevingswet, maar dit zal in het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet geregeld worden.

Instructieregels en instructies
Aan artikel 2.24 Omgevingswet wordt een derde lid toegevoegd, waarin wordt bepaald dat instructieregels van het Rijk ook betrekking kunnen hebben op de beheersing van geluid afkomstig van hoofdspoorwegen door de beheerder daarvan (ProRail). Dat is nodig, omdat instructieregels in beginsel slechts tot bestuursorganen gericht kunnen zijn. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen verder instructieregels gesteld worden over de inhoud of motivering van een besluit tot vaststelling van geluidproductieplafonds als omgevingswaarden of tot vaststelling van geluidwerende maatregelen (zie artikel 2.25 Omgevingswet). Dergelijke instructieregels worden met het oog op het beschermen van de gezondheid met betrekking tot de beheersing van geluid in ieder geval gesteld over omgevingsverordeningen, omgevingsplannen, projectbesluiten en besluiten tot vaststelling van geluidproductieplafonds als omgevingswaarden (zie artikelen 2.27, 2.28 en 2.29a Omgevingswet). De inhoud van deze instructieregels is nog niet bekend. Dat zal blijken uit het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet, waarbij het Besluit kwaliteit leefomgeving zal worden gewijzigd.

Daarnaast kunnen gedeputeerde staten het waterschapsbestuur een instructie geven als dat nodig is voor een doelmatige beheersing van het geluid afkomstig van waterschapswegen (zie artikel 2.33, lid 2 Omgevingswet). De (Minister van Defensie in overeenstemming met de) Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan provinciale staten een instructie geven over een besluit tot vaststelling van geluidproductieplafonds rondom industrieterreinen waarop zich voorzieningen voor defensie bevinden (zie artikel 2.34, lid 2 Omgevingswet). Omdat de gemeenteraad geluidproductieplafonds vaststelt bij omgevingsplan, geldt in zoverre al de reguliere bevoegdheid om instructies te geven.

Geluidnormen
Het geluidproductieplafond als omgevingswaarde is een instrument om de geluidproductie afkomstig van infrastructuur en industrieterreinen te beheersen. Daarnaast zal in het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet een kader worden geboden voor de afweging van het geluidaspect bij besluitvorming over het toekennen of wijzigen van functies aan locaties in een omgevingsplan. Het kan dan gaan om het mogelijk maken van geluidgevoelige objecten in de nabijheid van geluidsbronnen en vice versa. Daarbij zal in vergelijking met de huidige wet- en regelgeving een sterk vereenvoudigd en gestroomlijnd normenkader gehanteerd worden (zie daarover de memorie van toelichting bij de Aanvullingswet geluid Omgevingswet). Deze normen gelden ter plaatse van geluidgevoelige objecten en hebben dus slechts een indirecte relatie met de geluidproductieplafonds. Als er met betrekking tot een geluidsbron geluidproductieplafonds zijn vastgesteld, mogen aanpassingen aan die bron die niet tot overschrijding van die geluidproductieplafonds leiden, zonder verdere akoestische toetsing worden uitgevoerd. Ook zullen er regels komen over een gezamenlijke beoordeling van de geluidbelasting door verschillende bronnen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen 'optelling' (geluidbelasting afkomstig van alle bronnen die tot dezelfde bronsoort behoren en onder dezelfde beheerder vallen) en 'cumulatie' (geluidbelasting afkomstig van bronnen die tot verschillende geluidbronsoorten behoren).

 

Geluidwerende maatregelen

Het nieuwe artikel 2.43a Omgevingswet biedt een wettelijke grondslag voor het nemen van besluiten over het (al dan niet) treffen van maatregelen aan een gebouw ter beperking van het geluid in dat gebouw. In welke gevallen dergelijke besluiten genomen kunnen worden, zal in het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet bepaald worden. Ook de manier waarop het treffen van geluidwerende maatregelen, waarvoor altijd toestemming van de eigenaar van het gebouw nodig is, zal plaatsvinden, zal in dat Aanvullingsbesluit geregeld worden.

 

1043

Specialist Image LinkedIn

Jos van der Velden

Advocaat, Partner

Omgevingsrecht, Bestuursrecht

Specialist Image LinkedIn

Thomas Sanders

Advocaat

Bestuursrecht, Omgevingsrecht, Compliance, Integriteit & Toezicht

Gerelateerde dienst

Omgevingsrecht

Lees meer ›
Gerelateerd thema

Gebiedsontwikkeling in transitie

Lees meer ›