Verlengde navorderingstermijn in overeenstemming met Gemeenschapsrecht

11-06-2009 |  Het Hof van Justitie te Luxemburg heeft op 11 juni 2009 arrest gewezen in de KBLux-zaken.

Het Hof oordeelt dat een verlengde navorderingstermijn van 12 jaren in geval van verzwijging voor de belastingautoriteiten van in een andere lidstaat aangehouden belastbare tegoeden in overeenstemming is met het gemeenschapsrecht. Door het Hof wordt één beperking aangebracht. Indien de Belastingdienst beschikt over aanwijzingen over het bestaan van dergelijke tegoeden in het buitenland gaat de verlengde navorderingstermijn verder dan noodxakelijk is om de doeltreffendheid van fiscale controles te waarborgen en om belastingfraude te bestrijden.

Voor alle particulieren die tegoeden in het buitenland aanhouden welke zij in het verleden niet in hun Nederlandse belastingaangiften hebben opgegeven, betekent dit dat de fiscus slechts in zeer beperkte omstandigheden in strijd met het gemeenschapsrecht handelt door tot 12 jaren na te vorderen. In de omstandigheid waarin de fiscus betrokkene reeds op het spoor is en volgens het Hof van Justitie er kennelijk geen gebruik mag worden gemaakt van de verlengde navorderingstermijn, staat het betrokkene ook niet meer vrij gebruik te maken van de inkeerregeling en wacht hem een vergrijpboete van op dit moment 100% en in de toekomst vermoedelijk 300%.

Vanwege de grote druk die reeds van de zijde van de Belastingdienst op particulieren met in het buitenland aanwezig vermogen wordt uitgeoefend, is de verwachting dat met dit arrest die druk nog verder wordt opgevoerd. Teneinde enorme fiscale boetes te voorkomen is het raadzaam onder begeleiding de inkeerregeling te benutten.

Voor vragen, advies of bijstand kun je contact opnemen met Rosery Niessen.