Veelplegers kartelinbreuk beter traceren

Joost Houdijk en Niels van Nuland in het Financieele Dagblad.

Bewijslast moet echt overtuigen 
De Europese Commissie deelt doorgaans fikse boetes uit aan ondernemingen die het EU-mededingingsrecht schenden, bijvoorbeeld door verboden prijsafspraken te maken. Recidivisten - veelplegers van kartelinbreuken - worden doorgaans zwaarder bestraft met een boeteverhoging van soms wel 50%. Het Hof van Justitie van de Europese Unie stelt daar nu terecht paal en perk aan.

Deze rechtspraak betreft situaties waarin de Commissie verhoogde boetes heeft opgelegd of toegerekend aan moedermaatschappijen die de economische en rechtsopvolgers zouden zijn van vennootschappen die in een duister verleden veroordeeld zijn voor overtredingen van het mededingingsrecht.

Het Gerecht, onderdeel van het Hof, stelt zich echter de vraag of de bedrijven die vroeger zijn beboet daadwerkelijk onderdeel uitmaken van de onderneming cq. het concern dat onderwerp is van de nieuwe boetebeschikking. Simpeler gezegd: is er daadwerkelijk sprake van een veelpleger?

In de zaken in kwestie beantwoordt het Gerecht deze vraag negatief en constateert dat de Commissie daartoe te weinig bewijs heeft aangedragen. Ondernemingen die een verhoogde boete ontvangen van de Commissie wegens recidive, hebben er met de uitspraken van het Gerecht in ieder geval enige verweermogelijkheden bij teneinde de kartelboete naar beneden bij te stellen.

Volgens het Europese mededingingsrecht bepaalt de Commissie zowel de inhoud van de aanklacht als de strafmaat, cq. hoogte van de boete. Het Hof te Luxemburg houdt rechterlijk toezicht op beide handhavingsactiviteiten van de Commissie. Gezien de uitgebreide handhavingsbevoegdheden van de Commissie is dit bepaald geen overbodige luxe.

In recente rechtspraak heeft het Gerecht de Commissie dus enige malen teruggefloten in geval van een boeteverhoging wegens recidivegedrag van ondernemingen. Nu de Commissie in kartelzaken boetes oplegt van tientallen, soms honderden miljoenen euro's, gaat het ook bij de recidiveverhogingen om zeer substantiële bedragen.

In de kern komt de rechtspraak van het Gerecht op het navolgende neer.

Als de Commissie niet aantoont dat (dochter)vennootschappen en hun moedermaatschappijen een economische eenheid vormen in het heden, alsook een economische eenheid vormden in het verleden ten tijde van de toenmalige beboeting, kan van een recidiveaanklacht ten aanzien van het huidige concern geen sprake zijn. Logisch, want er moet wel kunnen worden vastgesteld dat sprake is van een eenvormige veelpleger. De evolutie van de structuur van en de heerschappij over de betrokken vennootschappen door de jaren heen kan hierin een complicerende rol spelen. Deze kan aanknopingspunten bieden voor een serieuze vermindering van een opgelegde kartelboete.

Tegen de arresten van het Gerecht staat de mogelijkheid van hoger beroep open. Het is nog niet duidelijk of bijvoorbeeld de Commissie van dit recht gebruik zal maken.

Niettemin, is de Commissie op basis van de voorliggende rechtspraak voorlopig terecht beperkt in haar mogelijkheden tot recidiveverhogingen.  Zij zal in de toekomst zorgvuldiger te werk moeten gaan.


******************
Joost Houdijk en Niels van Nuland zijn advocaten bij AKD te Brussel.
Donderdag 22 september, Het Financieele Dagblad