Publieke belangen in het mededingingsrecht: een onderzoek in vijf domeinen

Proefschrift van Joost Houdijk.

J.C.A. Houdijk, Publieke belangen in het mededingingsrecht: een onderzoek in vijf domeinen. Het Europese en Nederlandse antitrustrecht in botsing met belangen van intellectuele eigendom, vrije beroepen, cultuur, gezondheidszorg en milieubescherming.

Serie Onderneming en Recht, 900 pagina's, ISBN 978 90 13 06924 2, Deventer: Kluwer 2009.

Promotores: Prof. dr. A.-M. Van den Bossche (Universiteit Antwerpen), Prof. mr. J.W. van de Gronden (Radboud Universiteit Nijmegen).

Inhoudsopgave

Samenvatting
Het mededingingsrecht is de laatste decennia als rechtsgebied sterk in opkomst in Nederland. Nu marktwerking meer en meer in de verschillende sectoren van de maatschappij is doorgedrongen, en ook steeds scherper is gaan functioneren op vele terreinen van de economie, volgt het mededingingsrecht haar op de voet. Met zijn ruime toepassingsbereik en directe werking komt het rechtsgebied onvermijdelijk in botsing met andere rechts- en beleidsterreinen.

Houdijk doet in zijn boek onderzoek naar de vraag hoe het mededingingsrecht omgaat met botsende belangen en beleidsterreinen, en hij doet aanbevelingen omtrent het (juiste) gebruik van exceptiemethoden en -instrumenten. Hij richt zich daarbij in het bijzonder op het kartelverbod en op het verbod op misbruik van machtspositie.

Het onderzoek krijgt vorm aan de hand van vijf case studies, die elk in een apart hoofdstuk zijn uitgewerkt. De volgende thema's vormen onderwerp van studie in hun botsing met het mededingingsrecht: intellectuele eigendom, (juridische) vrije beroepen, cultuur, gezondheidszorg en milieubescherming.

De onderwerpen van de vijf deelonderzoeken vormen bekende, soms ook beruchte probleemgebieden in de jurisprudentie van het Hof van Justitie EG, in de Nederlandse rechtspraak en in de beschikkingspraktijk van de Europese Commissie en de Nederlandse Mededingingsautoriteit.

Het mededingingsrecht kent een inconsistente, niet altijd even heldere methodiek om met botsende belangen om te gaan. Dit brengt het gevaar met zich mee dat bijvoorbeeld maatschappelijke belangen ondersneeuwen in hun collisie met het mededingingsrecht en het achterliggende proces van marktwerking.

Houdijk onderzoekt in zijn boek of er instrumenten of methoden zijn die meer eenheid, consistentie en expliciteit brengen in de manier waarop het mededingingsrecht omgaat met botsende belangen. Hij constateert dat van de Europese wetgever op dit punt geen initiatieven te verwachten zijn, in de vorm van een aanpassing van de bestaande mededingingsartikelen of de introductie van een nieuwe exceptie in het EG-Verdrag: de lidstaten hebben het door de jaren heen al moeilijk genoeg gehad met andere wijzigingen van de Europese Verdragen. Aangezien het Europese mededingingsrecht als ijkpunt dient voor de Nederlandsrechtelijke pendant van de Mededingingswet, is het niet waarschijnlijk dat de Nederlandse wetgever op dit onderwerp wél tot actie zal overgaan.

Houdijk concludeert dan ook dat het voorlopig aan de rechtspraak en de literatuur is om, zo goed en zo kwaad als dat gaat, een oplossing te vinden voor de voorliggende botsingsproblematiek.

Een methode die in de ogen van Houdijk een belangrijke rol zou kunnen spelen in deze problematiek, teneinde tot een afweging van belangen te komen, is de benadering van de "rule of reason". Deze benadering maakt een geëxpliciteerde en consistente beslissing mogelijk in zaken die draaien om de collisie tussen het mededingingsrecht en andersoortige domeinen. Van het fenomeen van de "rule of reason" zijn sporen te vinden in de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, maar binnen het mededingingsrecht is dit concept nog niet uitgewerkt.

De door Houdijk in zijn boek nader uiteengezette "rule of reason" bestaat uit een aantal voorwaarden, waaronder drie toetsen die betrekking hebben op geschiktheid, noodzakelijkheid en proportionaliteit. Zij biedt instanties die het (mededingings)recht in concrete zaken toepassen en/of toetsen (Europese Commissie, Nederlandse Mededingingsautoriteit, de rechter) een goed uitgewerkt kader om tot een beslissing te komen.