Limburgse zorgfusie is acceptabel

Marije Osse in het Financieele Dagblad.

Limburgse zorgfusie goed te doen

Marije Osse

............................................................

De voorgenomen Limburgse fusie - tussen het Orbis Medisch en Zorgconcern en Atrium Medisch Centrum - en de Zeeuwse ziekenhuisfusie in 2009 vertonen op het eerste gezicht een aantal gelijkenissen. Beide fusies vinden plaats in geografische uithoeken van de Nederlandse markt. In beide fusies trekt de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) na haar eerste onderzoek de conclusie dat de concurrentie op de markten voor klinische en niet-klinische ziekenhuiszorg mogelijk beperkt wordt. Deze situatie vereist een nader onderzoek van de NMa en dus een vergunningsfase.

Bij beide fusies gelden de zorgverzekeraars CZ en UVIT als voorstanders van de fusie. En bij beide fusies ziet de NZa de voornaamste problemen in het behoud van de betaalbaarheid van de zorg - risico van prijsverhoging - en in de beperking van de toegankelijkheid/keuzevrijheid van de patiënt tot (top)klinische zorg. Er zijn ook belangrijke verschillen. De Zeeuwse fusie is uitzonderlijk omdat daardoor een (quasi) monopolie in Zeeland ontstond.

Na effectuering van de Limburgse fusie blijft duidelijk meer concurrentie bestaan vanuit Nederland en mogelijk ook vanuit België en Duitsland. In de Limburgse fusie lijkt het probleem zich toe te spitsen op de toegankelijkheid tot topklinische zorg, hoewel het Academisch Ziekenhuis Maastricht als belangrijke concurrent van de fusiecombinatie geldt.

De Limburgse fusie lijkt dus minder concurrentieverstorend dan de Zeeuwse. Bij de Zeeuwse fusie heeft de NMa gedragsremedies geaccepteerd. De Zeeuwse fusiepartijen moesten een prijsplafond voor DBC's in het B-segment aanhouden voor onbepaalde termijn, kregen de verplichting om binnen 3 jaar bepaalde kwaliteitsverbeteringen door te voeren en moeten de toetreding van aanbieders tot de markt van medisch specialistische zorg faciliteren.

Deze voorwaarden kunnen niet gekopieerd worden naar de Limburgse fusie, juist omdat in de Limburgse fusie wel concurrentie blijft bestaan. 'Gezonde' concurrentieverhoudingen kunnen verstoord raken als de gedragingen van de gefuseerde partijen op belangrijke concurrentieparameters als prijs, kwaliteit en toegankelijkheid inzichtelijk zijn voor concurrenten. De Zeeuwse gedragsremedies maken dit gedrag inzichtelijk. Mocht de NMa bezwaren blijven houden in de vergunningsfase dan zullen de partijen die zijn betrokken bij de Limburgse fusie waarschijnlijk structurele remedies moeten aanbieden. Over het algemeen worden gedragsremedies als een minder zwaar middel beschouwd, en overigens ook minder efficiënt, dan structurele remedies. Het gevolg zou dus zijn dat zwaardere middelen worden ingezet om een minder zware fusie mogelijk te maken.

............................................................

Marije Osse is advocaat Europees en mededingingsrecht,
AKD advocaten en notarissen
Maandag 3 oktober, Het Financieele Dagblad