Intrekking ontbindingsverzoek: en dan?

Nieuwsbrief Arbeidsrecht.

Een werkgever kan het door hem ingediende ontbindingsverzoek achteraf intrekken, indien hij van mening is dat de kantonrechter een te hoge vergoeding aan de werknemer heeft toegekend. In een recente zaak - waarin de werknemer zelf een ontbindingsverzoek indiende na de intrekking van het verzoek door de werkgever - kwam dat een werkgever duur te staan.

Feiten
Sinds 1974 is de werknemer als verslaggever in dienst van de werkgever. Op 2 juni 2009 verzoekt de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding. De Kantonrechter Apeldoorn ontbindt de arbeidsovereenkomst per 1 juli 2009 onder toekenning van een vergoeding aan de werknemer. Hierbij biedt de kantonrechter de werkgever - zoals verplicht - de mogelijkheid om het verzoek tot ontbinding in te trekken. De werkgever maakt hiervan gebruik en op 11 juni 2009 stelt de werkgever de kantonrechter en de werknemer op de hoogte van het feit dat hij het ontbindingsverzoek heeft ingetrokken. Tegelijkertijd laat de werkgever (de gemachtigde van) de werknemer per fax weten dat de arbeidsovereenkomst met de werknemer zal worden voortgezet. Hoe hieraan concreet invulling zal worden gegeven, maakt de werkgever echter niet duidelijk.

Ontbindingsverzoek werknemer
De werknemer laat de werkgever weten niet akkoord te gaan met het voorstel tot terugkeer en daarmee continuering van het dienstverband. De werknemer wendt zich nu op zijn beurt tot de kantonrechter met het verzoek de arbeidsovereenkomst te ontbinden, onder toekenning van een hogere vergoeding.

De kantonrechter oordeelt dat de werkgever na intrekking van zijn ontbindingsverzoek geen substantiële en geloofwaardige poging heeft gedaan de werknemer een reële kans te bieden om zijn werkzaamheden voort te zetten of een andere passende functie binnen de organisatie te geven. De situatie is hiermee niet fundamenteel gewijzigd, hetgeen wel van de werkgever mocht worden verwacht. Daarnaast geldt volgens de kantonrechter het uitgangspunt dat in een uitzichtloze situatie als de onderhavige, het voor de hoogte van de vergoeding niet van belang is welke partij het ontbindingsverzoek indient. Terugkeer van de werknemer is volgens de kantonrechter geen reële optie en de werknemer kan dan ook geen verwijt worden gemaakt dat hij niet is ingegaan op het voorstel van de werkgever tot voortzetting van zijn dienstverband. Aangezien er geen sprake is van nieuwe omstandigheden stelt de kantonrechter de vergoeding vast op hetzelfde bedrag als in de eerdere beschikking van 2 juni 2009. 

Een tweede ontbindingsverzoek
Het staat de werknemer vrij om - na intrekking van het ontbindingsverzoek door zijn werkgever - zelf een ontbindingsverzoek in te dienen. De gang van zaken na intrekking van het ontbindingsverzoek is van wezenlijk belang voor de beoordeling van het ontbindingsverzoek dat vervolgens door de werknemer wordt ingediend. Zo is het voor een werkgever van groot belang dat hij secuur handelt en vooraf goed bedenkt hoe de (werk)situatie er na de intrekking zal komen uit te zien. Wanneer een werkgever kan aantonen dat hij zich serieus heeft ingespannen voor de terugkeer van de werknemer in zijn organisatie, kan dit bij een tweede ontbindingsverzoek tot een lagere, of zelfs geen vergoeding leiden. In de onderhavige zaak was hiervan echter niet gebleken als gevolg waarvan de hoogte van de vergoeding hetzelfde was gebleven.