- Home
- Kennis
- Publicaties
- Borging leningen woco's in gevaar?!
Borging leningen woco's in gevaar?!
Dennis van Tilborg en Sabina Smallegange in de nieuwsbrief Real Estate van AKD.
Dennis van Tilborg en Sabina Smallegange in de nieuwsbrief Real Estate van AKD.
Het nieuws heeft zich al verspreid. Woningcorporaties kunnen de borging van hun leningen kwijtraken, indien zij niet ervoor zorgen dat hun sociale huurwoningen voor het grootste gedeelte worden toegewezen aan huishoudens met een inkomen tot € 33.614. Dit staat in een regeling die door minister Donner is vastgesteld. De vraag die wij ons stellen is of de regeling van minister Donner wel door de beugel kan?
De Europese Commissie was in haar beschikking van december 2009 glashelder. De garanties voor leningen bij de WSW worden uiteindelijk "gratis" door de Staat gegarandeerd. Doordat corporaties dus voor de garantie geen kosten maken, krijgen zij een voordeel dat geen enkele andere organisatie in de sector krijgt. Dit vormt ongeoorloofde staatssteun. Datzelfde geldt volgens de Europese Commissie ook voor lagere grondprijzen die door gemeenten aan corporaties in rekening worden gebracht.
Om een aantal voorwaarden uit de beschikking na te komen heeft Minister Donner een regeling afgekondigd, waarin als regel is opgenomen dat woningcorporaties 90% van de woningen met een relatief lage huurprijs moeten toewijzen aan huishoudens met een bruto inkomen minder dan € 33.614. Indien de corporaties de regel niet naleven, heeft de minister de mogelijkheid om te bepalen dat de betreffende corporatie niet meer in aanmerking komt voor een door het WSW geborgde lening of voor lagere grondprijzen bij verkoop van gronden door de gemeente. Wij vinden dit om meerdere redenen een (te) vergaand sanctiemiddel.
De regeling maakt allereerst mogelijk dat de Minister eenzijdig kan bepalen dat een corporatie niet in aanmerking komt voor borging op grond van het WSW en voor kortingen op de door de gemeenten in rekening te brengen grondprijzen. Mag de Minister dit wel bepalen? De Minister heeft de regeling gebaseerd op de Woningwet zelf waardoor de regeling dus een voldoende relatie dient te hebben met die wet. Het is de vraag of die relatie wel voldoende sterk is. In de Woningwet is over het WSW en de uitgifte van gronden door gemeenten niets geregeld. De Woningwet bevat slechts voorschriften over het bouwen en de volkshuisvesting. Daarnaast raakt de regeling rechtstreeks de vrijheid van het WSW en de gemeenten om leningen te borgen, respectievelijk lagere grondprijzen te rekenen. Tot slot introduceert de Minister een sanctie-instrument dat volledig nieuw is in het systeem van de Woningwet: het ontzeggen van het recht op compensatie.
Onze stelling is dat de Minister deze sanctie, voor zover die al ingevoerd zou moeten worden, beter in het kader van een wijziging van de Woningwet zelf kan regelen. Dat geldt des te sterker, omdat een aantal corporaties nog bij het Europese Hof procederen over de beschikking. Daarmee staat dus nog niet vast of die 90%-eis wel stand houdt en er uiteindelijk een regeling van de Minister nodig is.
Tegen de regeling is geen rechtstreeks beroep mogelijk bij de bestuursrechter. Corporaties die het niet met de inhoud van de regeling eens zijn zouden wel kunnen trachten om een actie bij de burgelijke rechter in stellen om de regeling buiten toepassing te laten verklaren. In ieder geval kan de verbindendheid van regeling aan de orde worden gesteld in bestuursrechtelijke procedures tegen eventuele besluiten van de minister waarbij een bepaalde corporatie het recht op compensatie wordt ontzegd.