Real Estate - juni 2008

Dit is de vierde uitgave van de digitale nieuwsbrief van de vakgroep Real Estate van AKD. De nieuwsbrief verschijnt eens in de drie maanden en biedt u een overzicht van recente en belangrijke ontwikkelingen in de real estatesector.

In deze nieuwsbrief:

  • Provada: deelname AKD Real Estate
    AKD Real Estate is standhouder op de Provada 2008 van 10 tot en met 12 juni in de RAI Amsterdam. Naast een ontmoeting op onze stand (in hal 9, nummer 41), verwelkomen wij u graag op onze discussiebijeenkomst duurzaam ruimtegebruik op donderdag 12 juni. Tijdens deze bijeenkomst treden Elco Brinkman, voorzitter Bouwend Nederland, en Peter van Wijmen, voorzitter van de Raad voor het Landelijk Gebied, in discussie over duurzaam ruimtegebruik onder leiding van Bruno van Ravels, partner bij AKD.
    » lees verder

  • Vertragingsschade in de bouw
    Het is vaste jurisprudentie dat aanspraak op een boete wegens te late oplevering alleen dan zal worden toegewezen, wanneer 'enige' vorm van materiële schade aannemelijk wordt gemaakt. Een dergelijke situatie speelde onlangs in een hoger beroep procedure bij de Raad voor Arbitrage, waarvan op 23 april 2008 vonnis is gewezen.
    » lees verder

  • Het digitale omgevingsloket
    Nog niet zo heel lang geleden vond de communicatie tussen overheid en burgers vooral schriftelijk plaats met de spreekwoordelijke papiermolen als gevolg. Steeds meer overheidsdiensten komen nu ook digitaal beschikbaar in de vorm van een digitaal loket. Het aantal beschikbare diensten via deze digitale loketten is echter nog laag. Daarbij gaat het in het algemeen vooral om eenzijdige informatieverstrekking of het verstrekken van formulieren. Op korte termijn is in de sfeer van de ruimtelijke ordening een digitale groeispurt te verwachten.
    » lees verder

  • De makelaar; bemiddelaar of vertegenwoordiger?
    De makelaar wordt vaak voor de koop of verkoop van een huis ingeschakeld. Hij krijgt van de cliënt de opdracht om bij de koop of verkoop van een huis te bemiddelen. De makelaar voert voor zijn opdrachtgever een bemiddelingsopdracht uit. Hij zoekt een wederpartij, onderhandelt hiermee en geeft vervolgens advies aan zijn opdrachtgever. Dit zijn allemaal handelingen die zijn gericht op het tot stand brengen van de door de opdrachtgever beoogde koopovereenkomst. Soms gaat de makelaar een stap verder en sluit namens de opdrachtgever een koopovereenkomst.
    » lees verder

  • Opteren voor een BTW-belaste leverin: de juiste optie?
    Bij een overdracht van bedrijfsmatig onroerend goed komt regelmatig de vraag naar voren of geopteerd moet worden voor een BTW-belaste levering. Wat houdt dat nu precies in? » lees verder

  • Huur en gebruik, het onderscheid
    Het verschil tussen een gebruiksovereenkomst en een huurovereenkomst is minimaal. Het verschil tussen de gevolgen van beide is dat allerminst!
    » lees verder

  • Opteren voor belaste verhuur
    In beginsel is de verhuur van onroerende zaken van de heffing van omzetbelasting vrijgesteld. Op deze regel is een aantal uitzonderingen mogelijk. Eén daarvan betreft het opteren voor belaste verhuur.
    » lees verder

............................................................................................................................................................................

Provada: deelname AKD Real Estate
AKD Real Estate is standhouder op de Provada 2008 van 10 tot en met 12 juni in de RAI Amsterdam. Naast een ontmoeting op onze stand (in hal 9, nummer 41), verwelkomen wij u graag op onze discussiebijeenkomst duurzaam ruimtegebruik op donderdag 12 juni. Tijdens deze bijeenkomst treden Elco Brinkman, voorzitter Bouwend Nederland, en Peter van Wijmen, voorzitter van de Raad voor het Landelijk Gebied, in discussie over duurzaam ruimtegebruik onder leiding van Bruno van Ravels, partner bij AKD.

De wensen en eisen op het gebied van duurzaam ruimtegebruik komen steeds hoger te liggen. Dit heeft invloed op zowel de publieke als private partijen. Tijdens onze bijeenkomst Duurzaam ruimtegebruik zullen de verschillende standpunten aan de orde komen. AKD Real Estate krijgt als een van de grootste dienstverleners op het gebied van vastgoed, in toenemende mate te maken met vastgoedvraagstukken die direct of indirect verband houden met duurzaam ruimtegebrek. Juist AKD, als adviseur van zowel marktpartijen als de overheid, is bij uitstek geëquipeerd om een dergelijk gevoelig onderwerp op de agenda te zetten.

Tijdens de discussiebijeenkomst zal nader op dit onderwerp worden ingegaan met Elco Brinkman en Peter van Wijmen, onder dagvoorzitterschap van Bruno van Ravels. Vanuit hun achtergrond verwachten wij dat de uiteenlopende standpunten die in de praktijk spelen, op een frisse en speelse wijze behandeld worden, waarbij ook de zaal betrokken wordt. De discussiebijeenkomst vindt plaats op donderdag 12 juni van 14.00 - 15.30 uur in zaal N1. Op onze stand, in hal 9 nummer 41, kunnen wij u informeren over de juridische aspecten van uw organisatie en met u bespreken hoe uw juridische positie versterkt kan worden. Daarnaast maakt u kans op de AKD Legal Scan, een digitaal instrument waarmee u snel en makkelijk inzicht krijgt in uw juridische huishouding.

Provada
De beurs is het ontmoetingspunt voor institutionele beleggingsfondsen, banken, aannemers, woningcorporaties, gemeenten, projectontwikkelaars, architecten, makelaars, de overheid en huurders/gebruikers. Met een oppervlakte van 20.000 m2 trok de Provada vorige jaar ruim 15.000 bezoekers, wat deze beurs tot een van de grootste internationale beurzen maakt.

Inhoudsopgave

............................................................................................................................................................................

Vertragingsschade in de bouw
Het is vaste jurisprudentie dat aanspraak op een boete wegens te late oplevering alleen dan zal worden toegewezen, wanneer 'enige' vorm van materiële schade aannemelijk wordt gemaakt. Een dergelijke situatie speelde onlangs in een hoger beroep procedure bij de Raad voor Arbitrage, waarvan op 23 april 2008 vonnis is gewezen.

Een aantal kopers (in totaal 17) had gezamenlijk aanspraak gemaakt op een boete wegens te late oplevering. Arbiters overwogen dat ten aanzien van 1 van de kopers (opdrachtgever) geen sprake was van enige vorm van schade, en dus werd de boeteclaim afgewezen. Die opdrachtgever ging hiertegen in hoger beroep.

Wat waren de feiten?
Opdrachtgever had een koop-/aannemingsovereenkomst gesloten met de aannemer met betrekking tot een penthouse. Hierbij was van belang dat opdrachtgever zijn eigen pand (fl. 1.350.000,-) "inruilde" tegen het penthouse (fl. 1.010.000,-). Er was aldus sprake van een prijsverschil van fl. 340.000,-.

De datum van oplevering was vastgesteld op 18 april 2007. Het penthouse werd uiteindelijk echter pas op 30 november 2001 opgeleverd, 226 dagen later dan gepland. In de overeenkomst waren partijen een contractuele boete overeengekomen van 5/10 promille van de aanneemsom. Opdrachtgever maakte dus aanspraak op een boete van in totaal € 53.343,58. De aannemer stelde zich op het standpunt dat geen sprake was van enige schade, omdat het "in te ruilen pand" meer waard was dan het penthouse en opdrachtgever langer dan aanvankelijk gedacht, gebruik kon maken van dit pand. Daarnaast hoefde opdrachtgever ook geen termijnbedragen te betalen.

Opdrachtgever voerde hier op zijn beurt tegen aan dat hij door de te late oplevering pas later had kunnen beschikken over het prijsverschil tussen het penthouse en zijn eigen pand, en in die periode dus inkomsten (renteverlies) over dit bedrag was misgelopen.
Arbiters gingen hier in mee en de boete van € 53.343,58 werd dus volledig toegewezen. Het feit dat de hoogte van de boete niet gelijk is aan de geleden schade, doet niet ter zake. Deze uitspraak illustreert dat in (bijna) alle gevallen de mogelijkheid bestaat om enige vorm van schade aan te tonen, hetgeen met zich meebrengt dat een aanspraak op boete wegens te late oplevering ook in (bijna) alle gevallen zal worden toegewezen!

Auteur: Jeanette Luijten

Inhoudsopgave

............................................................................................................................................................................

Het digitale omgevingsloket
Nog niet zo heel lang geleden vond de communicatie tussen overheid en burgers vooral schriftelijk plaats met de spreekwoordelijke papiermolen als gevolg. Steeds meer overheidsdiensten komen nu ook digitaal beschikbaar in de vorm van een digitaal loket. Het aantal beschikbare diensten via deze digitale loketten is echter nog laag. Daarbij gaat het in het algemeen vooral om eenzijdige informatieverstrekking of het verstrekken van formulieren. Op korte termijn is in de sfeer van de ruimtelijke ordening een digitale groeispurt te verwachten.

Zo is bijvoorbeeld in de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening (Wro; inwerkingtreding 1 juli a.s.) de verplichting opgenomen voor het maken, beschikbaar stellen en gebruiken van digitale bestemmingsplannen en projectbesluiten. In de praktijk wordt al jarenlang gebruik gemaakt van digitale plankaarten, maar onder de Wro zullen digitale plannen de regel zijn. Bezoekjes aan het gemeentehuis voor het raadplegen van een bestemmingsplan behoren daarmee tot het verleden. Verder moeten onder de Wro ook bekendmakingen en openbare kennisgevingen langs elektronische weg worden gedaan en moeten zienswijzen per e-mail kunnen worden ingediend. Van overheden wordt dus heel wat gevergd om hun websites en digitale loketten hierop aan te passen. Omdat steeds duidelijker wordt dat overheden en softwareleveranciers niet op tijd klaar zullen zijn, is een overgangsperiode ingevoerd. De digitale verplichtingen zullen pas vanaf 1 juli 2009 van kracht worden.

De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), die op 1 januari 2009 in werking zal treden, is erop gericht het gehele proces van omgevingsvergunningverlening digitaal af te handelen: van het indienen van de aanvraag tot het verlenen van de vergunning. Het wetsvoorstel stelt het digitaal indienen van aanvragen en verlenen van beschikkingen niet verplicht, maar laat de keuze (vooralsnog) aan de burger. Wel is het de verwachting dat het digitaal indienen voor bedrijven op korte termijn wel verplicht zal worden gesteld. Uit de memorie van toelichting blijkt duidelijk dat digitaal de voorkeur van de regering heeft. Aanbevolen wordt bijvoorbeeld de publicatie van vergunningaanvragen via het internet te doen.

Helemaal zonder gevaar is de publicatie van vergunningaanvragen op het internet niet. Met het op het internet plaatsen, worden in feite persoonsgegevens, maar ook bouwtekeningen, ter beschikking gesteld aan een onbepaalde hoeveelheid onbekende personen. Wanneer de aanvraag ter inzage ligt bij het gemeentehuis, moet je daar nog in persoon langs gaan voor inzage. Via het internet volstaat een zoekmachine en kan je documenten op alle manieren bewerken. De drempel om inzage te krijgen is dus veel lager. Volgens het College Bescherming Persoonsgegevens is extra zorgvuldigheid vereist bij gegevensverwerking waarbij internet een rol speelt. Zo dienen documenten in zodanige vorm te worden opgenomen dat zij niet kunnen worden bewerkt of doorzocht en de database niet bereikbaar is voor zoekmachines. Voor ingescande documenten geldt dat onderdelen hiervan zoals een 'natte' handtekening niet worden geplaatst om frauduleus gebruik hiervan te voorkomen.

De mogelijkheid langs elektronische weg zaken te doen met de overheid brengt zonder twijfel voordelen met zich mee: het is overzichtelijker, de overheid is altijd bereikbaar en het bespaart kosten. Het is echter maar de vraag in hoeverre overheden zich bewust zijn van de gevaren die de digitale wereld met zich brengt en of zij zich voldoende moeite troosten de veiligheid van uw persoonlijke gegevens te waarborgen.

Auteur: Michiel Claassen

Inhoudsopgave

............................................................................................................................................................................

De makelaar; bemiddelaar of vertegenwoordiger?
De makelaar wordt vaak voor de koop of verkoop van een huis ingeschakeld. Hij krijgt van de cliënt de opdracht om bij de koop of verkoop van een huis te bemiddelen. De makelaar voert voor zijn opdrachtgever een bemiddelingsopdracht uit. Hij zoekt een wederpartij, onderhandelt hiermee en geeft vervolgens advies aan zijn opdrachtgever. Dit zijn allemaal handelingen die zijn gericht op het tot stand brengen van de door de opdrachtgever beoogde koopovereenkomst. Soms gaat de makelaar een stap verder en sluit namens de opdrachtgever een koopovereenkomst.

Vertegenwoordiging en volmacht
Het feit dat de makelaar een koopovereenkomst voor de opdrachtgever sluit, impliceert dat er sprake is van vertegenwoordiging. De makelaar verricht in naam en voor rekening van de opdrachtgever een rechtshandeling. De makelaar ontleent zijn bevoegdheid de opdrachtgever te mogen vertegenwoordigen aan een volmacht (artikel 3:60 van het Burgerlijk Wetboek).

Een volmacht is een vorm van vertegenwoordiging. Een volmacht kan uitdrukkelijk of stilzwijgend worden verleend (artikel 3:60 van het Burgerlijk Wetboek). Ook kan de volmacht besloten liggen in de onderliggende overeenkomst tussen de volmachtgever en de gevolmachtigde. In beginsel is het verlenen van een volmacht niet aan vormvoorschriften gebonden. De opdrachtgever is de enige die de volmacht kan verlenen. Degene die de volmacht heeft gekregen (gevolmachtigde), is dan bevoegd om in naam van de volmachtgever een rechtshandeling te verrichten.

Schijn van volmachtverlening
Een bemiddelingsopdracht verleent aan de makelaar geen bevoegdheid om namens de opdrachtgever met een partij een koopovereenkomst te sluiten. Echter, het is niet altijd duidelijk voor de wederpartij of de makelaar wel of geen volmacht heeft. Wanneer de makelaar in naam van zijn opdrachtgever een koopovereenkomst tot stand brengt, wordt de opdrachtgever die aan zijn makelaar geen volmacht heeft gegeven in beginsel niet aan deze koopovereenkomst gebonden. De makelaar was immers niet bevoegd en daarom is niet aan de vereisten voor vertegenwoordiging voldaan. Wel kan bijkomend gedrag van de opdrachtgever bij de wederpartij het gerechtvaardigde vertrouwen wekken dat de makelaar vertegenwoordigingsbevoegd is. De wederpartij kan in dat geval een succesvol beroep doen op de schijn van volmacht. De opdrachtgever is dan gebonden aan de onbevoegd verrichte rechtshandeling en derhalve komt de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de wederpartij tot stand.

Een bemiddelingsopdracht wekt nog niet de schijn dat de makelaar bevoegd is en houdt nimmer een volmacht in om een koopovereenkomst namens de opdrachtgever te sluiten. Indien de schijn door de makelaar zelf is gewekt, dan staat voor de wederpartij geen beroep op de schijn van volmacht open. In dat geval is de makelaar mogelijk aansprakelijk voor de schade van de wederpartij.

Conclusie
Uit de rechtspraak (RB. Arnhem 30 januari 2008, nr 149429/HA ZA 06-2236) blijkt dat de opdracht tot bemiddeling die een cliënt aan de makelaar geeft op zichzelf geen volmacht inhoudt. In de bemiddelingsopdracht zelf ligt voor de makelaar geen bevoegdheid besloten om, in naam van de opdrachtgever, een koopovereenkomst met de wederpartij te sluiten. Wel is het mogelijk om aan de bemiddelingsopdracht een volmacht te verbinden. Een makelaar hoeft niet, maar kan wel gevolmachtigde zijn. In principe is de makelaar bemiddelaar en geen vertegenwoordiger.

Auteur: Kimmy Gerôt

Inhoudsopgave

............................................................................................................................................................................

Opteren voor een BTW-belaste levering: de juiste optie?
Bij een overdracht van bedrijfsmatig onroerend goed komt regelmatig de vraag naar voren of geopteerd moet worden voor een BTW-belaste levering. Wat houdt dat nu precies in?

Herziening

Stel, een ondernemer heeft een nieuw bedrijfspand gekocht en de BTW in aftrek gebracht. Wanneer de ondernemer het pand vervolgens na 2 jaar, maar binnen 10 jaar, na de eerste ingebruikneming verkoopt, moet hij een gedeelte van de afgetrokken BTW terugbetalen. Dit heet herziening van BTW. De herzieningsperiode beslaat 10 jaar.

Voorbeeld
Ondernemer X koopt in 2001 een nieuw bedrijfspand voor € 1.000.000 + € 190.000 BTW. Hij trekt alle BTW af. Vervolgens verkoopt hij het pand na 5 jaar aan Y. Deze levering is vrijgesteld van BTW. Gevolg is dat de BTW die X heeft afgetrokken nu voor 50% "herzien" moet worden. Ofwel, X moet alsnog in één keer € 95.000 aan BTW aan de fiscus terugbetalen.

Opteren
Om herziening te voorkomen kan X met Y afspreken om aan de Belastingdienst te vragen of de overdracht tóch met BTW belast mag zijn. Dit noemen we opteren voor een BTW-belaste levering. Partijen kunnen alleen opteren als de koper van het pand voor minstens 90% belaste prestaties verricht. Zij moeten vóór de overdracht een optieverzoek indienen bij de Inspecteur.

Verleggingsregeling
Wanneer geopteerd wordt voor een belaste levering, wordt de BTW door de koper rechtstreeks afgedragen aan de fiscus en niet aan de verkoper. De afdracht wordt "verlegd".

Positie koper
Voor de koper is een optie voor belaste levering niet aantrekkelijk. Hij dient het pand de eerste 2 jaar daadwerkelijk te gebruiken voor belaste doeleinden. Dit wordt beoordeeld in het jaar van de aankoop en het daaropvolgende jaar. Gedurende deze jaren moet de koper het pand gebruiken voor doeleinden waarvoor een aftrekrecht bestaat van tenminste 90%. Voldoet de koper niet aan het 90%-criterium of wordt het pand niet binnen de tweejaarsperiode in gebruik genomen, dan krijgt de koper de BTW alsnog voor zijn kiezen!

Daarnaast gaat voor de koper een nieuwe herzieningstermijn van 10 jaar lopen. Hij krijgt dus een BTW-besmet pand. Lukt het hem niet het pand gedurende de herzieningstermijn voor BTW-belaste doeleinden te gebruiken, dan wacht hem een claim van herzienings-BTW.

Een koper moet dus niet te gemakkelijk "ja" zeggen tegen het verzoek van verkoper om mee te werken aan een optie. Sterker, het dient bij de onderhandelingen over de aankoop een serieus aandachtspunt te zijn. Een koper zou best als voorwaarde voor zijn medewerking kunnen stellen dat hij "in de winst wil delen".

Tenslotte: Opteren heeft geen invloed op de overdrachtsbelasting. Die blijft, ondanks het feit dat BTW moet worden betaald, eveneens verschuldigd.

Auteur: André van Huffelen

Inhoudsopgave

............................................................................................................................................................................

Huur en gebruik, het onderscheid
Het verschil tussen een gebruiksovereenkomst en een huurovereenkomst is minimaal. Het verschil tussen de gevolgen van beide is dat allerminst!

Een huurovereenkomst brengt allerlei - al dan niet dwingendrechtelijke - bepalingen met zich mee. Een gebruiksovereenkomst is een overeenkomst sui generis, wat inhoudt dat het partijen vrijstaat hun rechtsverhouding daarin vast te leggen op een wijze die zij wensen.

In sommige gevallen beoogt de ingebruikgever echter een gebruiksovereenkomst te sluiten, maar wordt er feitelijk een huurovereenkomst gesloten omdat de overeenkomst voldoet aan de kenmerken die voor een huurovereenkomst gelden. In dat geval zou een gebruiker c.q. huurder zich kunnen beroepen op de beschermende bepalingen van het huurrecht.

Het is dan ook van groot belang om bij het opstellen en formuleren van de bepalingen die worden opgenomen in de gebruiksovereenkomst goed op te letten, zodat niet per abuis een "huurovereenkomst" wordt gesloten met alle gevolgen van dien. Het karakter van een overeenkomst wordt namelijk niet bepaald door de benaming die partijen daaraan geven, maar door haar inhoud. Daarbij is evenmin van belang of partijen dat karakter hebben onderkend. Indien aan de totstandkomingsvereisten die gelden voor een huurovereenkomst is voldaan, zou de rechter derhalve kunnen aannemen dat een huurovereenkomst is gesloten.

Om tot een goed onderscheid tussen beide overeenkomsten te komen, zal nu eerst kort uiteen worden gezet wanneer er sprake is van een huurovereenkomst.

Wanneer is er sprake van een huurovereenkomst?
Ten eerste dient er sprake te zijn van het in gebruik verstrekken van een zaak of een gedeelte daarvan. De in gebruik verstrekte zaak dient voldoende geïndividualiseerd te zijn om te kunnen spreken van een huurovereenkomst.

Ten tweede dient de partij die de zaak in gebruik krijgt zich te verbinden tot het leveren van een tegenprestatie daarvoor. Deze tegenprestatie hoeft niet per se uit het betalen van een geldsom te bestaan, ook andere tegenprestaties kunnen voldoen voor het aannemen van huur.

Naast deze twee onderdelen kunnen ook andere omstandigheden van het geval een rol spelen bij de vraag of er een huurovereenkomst is gesloten of niet. Te denken valt aan de strekking en de looptijd van de overeenkomst, alsmede aan de hoogte en aard van de vergoeding die verschuldigd is voor het gebruik.

Het onderscheid
Bij het sluiten van een gebruiksovereenkomst zal het object dat in gebruik wordt gegeven al snel geïndividualiseerd zijn, partijen zullen immers overeenstemming willen bereiken over wat in gebruik wordt gegeven. Het onderscheid zal daarom veelal gezocht moeten worden in de tegenprestatie die al dan niet wordt geleverd en als betaling van huur zou kunnen worden aangemerkt.

Bij beide overeenkomsten wordt derhalve een zaak of een gedeelte daarvan in gebruik verstrekt. Bij een huurovereenkomst staat daar een tegenprestatie tegenover. Bij een gebruiksovereenkomst mag echter geen sprake zijn van een tegenprestatie voor het verschafte gebruik. Indien er al kosten in rekening gebracht worden, dan zullen deze kosten bijvoorbeeld aangemerkt dienen te worden als vergoeding van de kosten die de ingebruikgever maakt om de zaak in gebruik te geven.

Als derhalve in het geheel geen tegenprestatie is overeengekomen, is er uiteraard geen sprake van een huurovereenkomst. Als er wel een vergoeding voor het gebruik is overeengekomen, maar deze zo laag is dat deze niet is aan te merken als tegenprestatie voor het gebruik, dan is er eveneens geen sprake van een huurovereenkomst. Als bijvoorbeeld de gebruiksvergoeding is aan te merken als werkelijk door de ingebruikgever gemaakte kosten in verband met het gebruik, dan is er dus geen sprake van een huurovereenkomst.

Let op, een lage vergoeding hoeft echter niet àltijd te betekenen dat er geen sprake is van een huurovereenkomst. Als bijvoorbeeld de staat en het onderhoud van het ingebruikgegevene een lage vergoeding rechtvaardigen zou er wel sprake kunnen zijn van een huurovereenkomst.

Waarop te letten?
Als u een gebruiksovereenkomst beoogt is het belangrijk dat de eventuele tegenprestatie niet is aan te merken als betaling van huur. De tegenprestatie mag niet gelden als vergoeding voor het gebruik of het genot dat de gebruiker wordt verschaft. Of dat het geval is, zal van geval tot geval beoordeeld moeten worden.

Auteur: Lotte Hoorntje en Frank Ringnalda

Inhoudsopgave

............................................................................................................................................................................

Opteren voor belaste verhuur
In beginsel is de verhuur van onroerende zaken van de heffing van omzetbelasting vrijgesteld. Op deze regel is een aantal uitzonderingen mogelijk. Eén daarvan betreft het opteren voor belaste verhuur.

Opteren voor belaste verhuur houdt in dat de verhuurder de over de huurprijs BTW berekent, zodat hij recht op aftrek van voorbelasting verkrijgt. Met andere woorden de BTW die aan de verhuurder in rekening wordt gebracht bij bijvoorbeeld de voor de aanschaf van de verhuurde onroerende zaak, het onderhoud en de verbetering daarvan gemaakte kosten, kunnen dan in aftrek worden gebracht. De huurder kan op zijn beurt de aan de verhuurder betaalde BTW eveneens in aftrek brengen. Opteren voor belaste verhuur kan dus financieel erg voordelig zijn.

Voorwaarden
De keuze voor belaste verhuur kan alleen worden gemaakt indien aan een drietal voorwaarden wordt voldaan:

1. Het pand wordt niet als woning gebruikt;
2. De huurder is een ondernemer;
3. De aan de huurder in rekening gebrachte BTW moet door hem geheel of grotendeels in aftrek kunnen worden gebracht.

De eerste twee voorwaarden spreken voor zichzelf. Met de derde voorwaarde wordt bedoeld dat het gehuurde door de huurder voor 90% of meer moet worden gebruikt voor prestaties waarvoor hij recht op aftrek van BTW heeft. In sommige branches en sectoren, zoals werkgeversorganisaties, makelaars in onroerende zaken en reisbureaus, geldt een afwijkend percentage van 70%.

Na elk boekjaar moet de huurder vaststellen of hij aan het 90% of 70% criterium voldoet. Indien dit niet het geval is, dient hij hiervan binnen vier weken melding te maken aan de verhuurder en de Belastingdienst.

Aanvang
Drie maanden voor de ingangsdatum van de belaste verhuur moet die keuze schriftelijk aan de inspecteur kenbaar worden gemaakt. Daarnaast is het, onder voorwaarden, mogelijk dat huurder / verhuurder reeds in de huurovereenkomst vastleggen dat ze opteren voor belaste verhuur.

Bij lopende huurovereenkomsten is het niet meer mogelijk om voor belaste verhuur te opteren voor de reeds verstreken huurperiode.

Beëindiging
De optie voor belaste verhuur kan volgens de wet eindigen als niet meer wordt voldaan aan de eerder genoemde voorwaarden. Daarnaast kan de belaste verhuur ook op andere gronden eindigen, maar deze zijn niet in de wettekst opgenomen. Hierbij kan worden gedacht aan het in de literatuur genoemde voorbeeld dat de onroerende zaak aan een nieuwe huurder wordt verhuurd.

De Hoge Raad (HR 17 juni 1987, V-N 1987, p. 1740) oordeelt dat het niet mogelijk is dat de belaste verhuur op verzoek van verhuurder en huurder kan worden beëindigd.

Auteur: Maria Drok

Inhoudsopgave