Real Estate - juni 2007

Dit is de eerste uitgave van de digitale nieuwsbrief van de vakgroep Real Estate van AKD. De nieuwsbrief verschijnt eens in de drie maanden en biedt u een overzicht van recente en belangrijke ontwikkelingen in de real estatesector.

In deze nieuwsbrief:

  • Ontruimingsbescherming ex art. 7:230a BW
    Het beëindigen van een huurovereenkomst van een bedrijfsruimte in de zin van art. 7:230a Burgerlijk Wetboek ('BW') (kantoorruimte) is voor de verhuurder niet zo eenvoudig als het lijkt. De nadelige gevolgen voor een verhuurder kunnen aanzienlijk zijn wanneer de verhuurder nalaat de huurder de ontruiming aan te zeggen, danwel indien de huurder bij de rechter succesvol verlenging van de ontruimingstermijn verzoekt.
    Lees verder »

  • Anti-speculatiebedingen en de Huisvestingswet
    Het blijft procederen in de wereld van de zogeheten anti-speculatiebedingen en bindingseisen. Geregeld leggen gemeenten zulke bedingen op bij de verkoop van bouwkavels of nieuwbouwwoningen. Aldus beogen gemeenten mee te delen in winststijgingen van kavels en woningen en willen zij grip houden op de kring van gegadigden. Meestal gaat het er dan om, dat slechts economisch of sociaal gebondenden voor een gemeentelijke kavel of een woning in aanmerking komen.
    Lees verder »

  • Gebiedsontwikkeling na Auroux
    Met het arrest Auroux/Roanne (C-220/05) heeft het Hof van Justitie van de EG op 18 januari 2007 heel wat stof op doen waaien. Moet als gevolg van dit arrest voortaan elk projectontwikkelingsproject waar een gemeente op een of andere manier bij betrokken is, worden aanbesteed? Of is private opstalontwikkeling op grond die gekocht is van een gemeente toch nog mogelijk zonder Europese aanbesteding? Na een korte schets van het Auroux/Roanne-arrest, geven wij onze visie hierop.
    Lees verder »

  • Algemene voorwaarden: het blijft lastig
    Veel bedrijven vinden het nog steeds erg lastig om hun algemene voorwaarden goed te gebruiken. In de meeste gevallen heeft men wel branchevoorwaarden of voorwaarden die door een ingeschakelde jurist zijn opgesteld, maar wordt er in de praktijk van deze voorwaarden geen goed gebruik gemaakt. Dat is erg jammer, want een goed gebruik van de algemene voorwaarden kan een hoop problemen voorkomen. Daarom een aantal tips om uw algemene voorwaarden zo goed mogelijk te gebruiken. Het zijn geen nieuwe tips dat wil zeggen de meeste zult u wel kennen maar doet u er uw voordeel mee.
    Lees verder »

............................................................................................................................................................................

Ontruimingsbescherming ex art. 7:230a BW

Het beëindigen van een huurovereenkomst van een bedrijfsruimte in de zin van art. 7:230a Burgerlijk Wetboek ('BW') (kantoorruimte) is voor de verhuurder niet zo eenvoudig als het lijkt. De nadelige gevolgen voor een verhuurder kunnen aanzienlijk zijn wanneer de verhuurder nalaat de huurder de ontruiming aan te zeggen, danwel indien de huurder bij de rechter succesvol verlenging van de ontruimingstermijn verzoekt.

Schriftelijke aanzegging tot ontruiming
Beëindiging van een huurovereenkomst ex artikel 7:230a BW door de verhuurder vereist niet alleen een schriftelijke opzegging van de huurovereenkomst *, maar de verhuurder dient tevens de huurder schriftelijk en ondubbelzinnig de ontruiming aan te zeggen. Zolang de verhuurder de huurder geen ontruiming heeft aangezegd, ontstaat er voor de huurder, ondanks het feit dat de huurovereenkomst is geëindigd, namelijk geen verplichting om het gehuurde te ontruimen.

Voorwaarden verbonden aan de ontruimingsaanzegging zijn dat i) de datum van ontruimingsaanzegging zich niet bevindt vóór het einde van de huurovereenkomst en ii) deze ontruimingsaanzegging ondubbelzinnig geschiedt. Let wel, na de ontruimingsaanzegging heeft de huurder een wettelijke termijn van twee maanden om het gehuurde te ontruimen of een verlenging van de ontruimingstermijn - niet van de huurovereenkomst - bij de kantonrechter te verzoeken. Indien de verhuurder bijvoorbeeld de huurder de ontruiming aanzegt per 1 januari, dan geniet huurder tot 1 maart ontruimingsbescherming. Dat de ontruimingsaanzegging ondubbelzinnig dient te geschieden, betekent dat er over de duidelijkheid van deze mededeling geen enkele twijfel mag bestaan.

Ontruimingsbescherming
In de twee maanden dat de huurder ontruimingsbescherming geniet, kan de huurder een verzoek indienen bij de kantonrechter om de ontruimingstermijn te verlengen. Dit verzoek schorst vervolgens de verplichting van de huurder om tot ontruiming over te gaan. De kantonrechter zal een belangenafweging maken, waarbij hij het verzoek van de huurder slechts zal toewijzen als de belangen van de huurder door de ontruiming ernstiger worden geschaad dan de belangen van de verhuurder bij voortzetting van het gebruik door de huurder. Er zijn echter drie situaties waarin het verzoek om verlenging van de ontruimingstermijn in ieder geval wordt afgewezen:

1) niet tijdige indiening van het verlengingsverzoek;
2) het prevaleren van de belangen van de verhuurder;
3) onbehoorlijk gebruik, ernstige overlast of wanbetaling door de huurder.

De kantonrechter kan de ontruimingstermijn bij toewijzing van het verlengingsverzoek verlengen tot ten hoogste één jaar na het tijdstip waartegen de ontruiming is aangezegd. Hierna kan de huurder nog tweemaal om verlenging van telkens één jaar verzoeken, waarbij de kantonrechter oordeelt op basis van dezelfde criteria. Een tweede en derde verlengingsverzoek komt echter in de praktijk amper voor.

Auteur: mr. Lotte Hoorntje

* Een huurovereenkomst voor bepaalde tijd behoeft overigens in beginsel geen schriftelijke opzegging, nu deze op de door partijen overeengekomen datum automatisch eindigt.

Inhoudsopgave

............................................................................................................................................................................

Anti-speculatiebedingen en de Huisvestingswet

Het blijft procederen in de wereld van de zogeheten anti-speculatiebedingen en bindingseisen. Geregeld leggen gemeenten zulke bedingen op bij de verkoop van bouwkavels of nieuwbouwwoningen. Aldus beogen gemeenten mee te delen in winststijgingen van kavels en woningen en willen zij grip houden op de kring van gegadigden. Meestal gaat het er dan om, dat slechts economisch of sociaal gebondenden voor een gemeentelijke kavel of een woning in aanmerking komen.

Op 14 april 2006 had de Hoge Raad zich al over beide soorten bedingen uitgesproken. Het arrest maakte duidelijk dat anti-speculatiebedingen in beginsel toelaatbaar zijn. Volgens de Hoge Raad staat de Huisvestingswet daaraan niet in de weg. De Hoge Raad was minder genadig voor diverse privaatrechtelijke eisen met betrekking tot sociale- en/of economische binding van gegadigden voor een woning of een bouwkavel of soortgelijke bedingen bij de doorverkoop van woningen. Dergelijke bedingen moesten volgens de Hoge Raad als onaanvaardbare doorkruising van de Huisvestingswet betiteld worden. Zij zijn daarom nietig. De Hoge Raad was van oordeel dat de wetsgeschiedenis van de Huisvestingswet toont dat de wetgever het sluiten van contracten en het hanteren van privaatrechtelijke bedingen in beginsel niet heeft willen verbieden, maar dat de Huisvestingswet zich blijkens haar geschiedenis wèl tegen het stellen van privaatrechtelijke bindingseisen verzet.

Het arrest laat echter enkele vragen onbeantwoord en heeft dus geen volledig einde gemaakt aan de procedures.

In een vonnis van de Bredase Rechtbank van 9 mei 2007 ging het om een anti-speculatiebeding. Het beding was gekoppeld aan een bindingseis. De koper wilde onder het anti-speculatiebeding uitkomen. De koper verwees daarvoor onder meer naar de door hem gestelde nietigheid van de bindingseis. Die vlieger ging bij de Rechtbank niet op. De Rechtbank was van oordeel dat er geen toereikend beroep op de nietigheid van de bindingseis was gedaan. Bovendien vond de Rechtbank de bindingseis in dit geval ook niet relevant, nu het ging om een anti-speculatiebeding. Resultaat was dat de gemeente het anti-speculatiebeding mocht handhaven. Het vonnis toont aldus dat het zaak is om de diverse soorten bedingen scherp te onderscheiden en vorderingen of verweren exact op het toepasselijke beding toe te schrijven.

Ook in twee arresten van het Hof Arnhem van 17 april 2007 waren anti-speculatiebedingen aan de orde. In beide gevallen aanvaardde het Hof de gemeentelijke handhaving van de bedingen. Het Hof wees een reeks van argumenten van de kopers af. De arresten tonen aldus, dat men beter vóór de koop kan proberen om te ontkomen aan anti-speculatiebedingen, dan daarna. Na de koop kan men nog slechts in uitzonderingsgevallen van zo'n beding af. Het zal van de omstandigheden afhangen, wanneer er sprake is van zo'n uitzonderingsgeval.

Auteur: mr. Gerrit van der Veen

Inhoudsopgave

............................................................................................................................................................................

Gebiedsontwikkeling na Auroux

Met het arrest Auroux/Roanne (C-220/05) heeft het Hof van Justitie van de EG op 18 januari 2007 heel wat stof op doen waaien. Moet als gevolg van dit arrest voortaan elk projectontwikkelingsproject waar een gemeente op een of andere manier bij betrokken is, worden aanbesteed? Of is private opstalontwikkeling op grond die gekocht is van een gemeente toch nog mogelijk zonder Europese aanbesteding? Na een korte schets van het Auroux/Roanne-arrest, geven wij onze visie hierop.

Auroux/Roanne
De gemeente Roanne had in 2002 een overeenkomst gesloten met de Société d'équipement du département de la Loire ('SEDL') op grond waarvan SEDL een recreatiepark (bestaande uit verschillende onderdelen: bioscoop, recreatieruimten, parkeerterrein en hotel) zou ontwikkelen. SEDL mocht daarmee inkomsten van derden genereren. Roanne zou ruim 3 miljoen Euro bijdragen aan het project en bovendien eigenaar worden van alle voor derden bestemde grond en bouwwerken die aan het eind van de overeenkomst nog niet verkocht zouden zijn. Ten aanzien van die delen zou Roanne dan ook alle lopende overeenkomsten en schulden overnemen. Kortom, het risico van de ontwikkeling lag in feite bij de gemeente.

In het arrest neemt het Hof een aantal belangwekkende beslissingen:

  • Het recreatiepark, hoewel bestaande uit verschillende onderdelen (bioscoop, recreatieruimten, parkeerterrein en hotel), moet toch als één overheidsopdracht voor werken worden beschouwd, omdat de werken met elkaar samenhangen en een gemeenschappelijk doel dienen. 
  • Voor de berekening van de waarde van een overheidsopdracht moet worden uitgegaan van de waarde die die opdracht voor potentiële inschrijvers heeft. Dat betekent dat niet alleen de bedragen die de aanbestedende diensten zullen bepalen in aanmerking genomen moeten worden, maar ook de inkomsten die van derden verkregen zullen worden. 
  • Ook lijkt het Hof het zogenaamde 'doorleggen' van de aanbestedingsplicht niet ongeclausuleerd te willen toelaten. Dit lijkt twee redenen te hebben. Enerzijds moet voorkomen worden dat door het opknippen in kleinere opdrachten een overheidsopdracht die eigenlijk boven de drempelwaarde uitkomt niet Europees wordt aanbesteed. Anderzijds wil het Hof voorkomen dat deelopdrachten bij de ontwikkelaar achterblijven zonder dat de juiste aanbestedingsprocedure is gevolgd.
  • Wat betekent dit voor de praktijk?
    Het Auroux/Roanne-arrest lijkt te leiden tot een steeds verdergaande aanbestedingsplicht. Immers, een heel recreatiepark, dat grotendeels bedoeld was om aan derden verkocht te worden, had moeten worden aanbesteed. Ook lijkt de mogelijkheid om de aanbestedingsplicht door te leggen door het Hof beperkt te worden. Indien echter aan de hiervoor genoemde bezwaren van het Hof tegemoet wordt gekomen, bijvoorbeeld met behulp van een geclausuleerde volmacht, is ons inziens het doorleggen van de aanbestedingsplicht voor de openbare voorzieningen nog steeds mogelijk.


Verder mogen we de bijzondere omstandigheden van de situatie in Roanne niet uit het oog verliezen: de gemeente verkocht niet slechts grond waarop iets gebouwd moest worden, maar betaalde bovendien een financiële bijdrage aan het project, zou eigenaar worden van alle voor derden bestemde, maar aan het eind van de overeenkomst nog niet verkochte grond en bouwwerken en zou de uitvoering van diverse lopende overeenkomsten en door SEDL aangegane schulden overnemen.

Hoewel de definitie van overheidsopdracht voor werken niet bepaalt of de gemeente uiteindelijk eigenaar/gebruiker moet zijn of worden van de te exploiteren werken, lijkt dit toch een relevant onderscheidend criterium. Dit leiden wij af uit het Scala-arrest (C-399/98) van het Hof van Justitie van de EG. Daarin oordeelde het Hof, dat met overeenkomst onder bezwarende titel in de zin van het aanbestedingsrecht wordt bedoeld, dat de aanbestedende dienst een tegenprestatie levert voor de uitvoering van de werken waarover zij zal kunnen beschikken.

De aanbestedingsregels lijken dus niet bedoeld voor situaties waarin een gemeente weliswaar grond verkoopt en eisen stelt aan hetgeen daarop gebouwd wordt, maar zij geen eigenaar of gebruiker van die werken wordt. Wel plaatsen wij de kanttekening dat in de Vathorst-zaak de Europese Commissie lijkt te betogen, dat ook sprake is van een aanbestedingsplichtige opdracht in geval van een bouwplicht op grond die niet (meer) van de gemeente is. Het Hof van Justitie van de EG zal uiteindelijk dienen uit te maken of het aanbestedingsrecht inderdaad slechts bedoeld is voor situaties waar de aanbestedende dienst uiteindelijk (mogelijk) de beschikking krijgt over de werken, of ook voor situaties waarin een aanbestedende dienst een bouwplicht oplegt bij de verkoop van haar gronden. Omdat het op dit moment nog niet zeker is welke kant het Hof uit zal gaan, is aan te raden om een soort Vathorst-clausule op te nemen over wat met een koop-/ontwikkelingsovereenkomst gebeurt, indien ontwikkelingen in de regelgeving of jurisprudentie zouden leiden tot een aanbestedingsplicht voor de private opstalontwikkeling.

Auteurs: mr. Pieter Kuypers en mr. Maria van der Velden

Inhoudsopgave

............................................................................................................................................................................

Algemene voorwaarden: het blijft lastig

Veel bedrijven vinden het nog steeds erg lastig om hun algemene voorwaarden goed te gebruiken. In de meeste gevallen heeft men wel branchevoorwaarden of voorwaarden die door een ingeschakelde jurist zijn opgesteld, maar wordt er in de praktijk van deze voorwaarden geen goed gebruik gemaakt. Dat is erg jammer, want een goed gebruik van de algemene voorwaarden kan een hoop problemen voorkomen. Daarom een aantal tips om uw algemene voorwaarden zo goed mogelijk te gebruiken. Het zijn geen nieuwe tips dat wil zeggen de meeste zult u wel kennen maar doet u er uw voordeel mee.

Nog een laatste opmerking: in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht gelden onderstaande tips óók voor standaardvoorwaarden zoals de DNR 2005 en de UAV 1989. Stuur deze voorwaarden mee om te voorkomen dat de wederpartij ze later door de rechter laat vernietigen. Immers, als de wederpartij deze standaardvoorwaarden niet voor of bij het sluiten van de overeenkomst ter hand zijn gesteld, kunnen de voorwaarden worden vernietigd. Dit is alleen anders indien terhandstelling redelijkerwijs niet mogelijk is of het gaat om bepaalde grote ondernemers en/of partijen die meermalen dezelfde voorwaarden hebben gebruikt.

De tips

  1. Verklaar de voorwaarden van toepassing vóórdat de overeenkomst rond is. 
  2. Schrijf in de offerte/opdrachtbevestiging dat uw algemene voorwaarden deel zullen uitmaken van de opdracht c.q. op uw werkzaamheden van toepassing zijn. Vertrouw niet alleen op de vermelding op het brief- of faxpapier. 
  3. Onthoud: een getekende offerte is een overeenkomst. Immers, het aanbod (de offerte) is aanvaard (door ondertekening van de offerte). Als de algemene voorwaarden in de offerte niet van toepassing zijn verklaard, lukt het vaak niet om ze op een later moment alsnog van toepassing te verklaren. Daarom: wacht niet tot de overeenkomst al (nagenoeg) rond is. Toepasselijkverklaring achteraf, bijvoorbeeld via facturen, werkt niet. 
  4. Bij onderhandelingen via e-mail of internet: schrijf bij het doen van een aanbod of het aanvaarden van een voorstel dat uw algemene voorwaarden deel zullen uitmaken van de overeenkomst. 
  5. Worden ook andere voorwaarden toegepast (bijvoorbeeld branchevoorwaarden), vermeld dan: "De [naam branchevoorwaarden] zijn van toepassing; aanvullend gelden ook de algemene voorwaarden van [naam van uw bedrijf]. Bij strijdigheid prevaleren de [voorkeur opgeven]". 
  6. Bij mondelinge / telefonische onderhandelingen: overhandig de voorwaarden in een persoonlijk gesprek. Als dat niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat telefonisch wordt onderhandeld, stuur dan de voorwaarden schriftelijk of elektronisch toe voordat de overeenkomst rond komt. Kan ook dat niet, wijs dan op de plaats waar de wederpartij de gepubliceerde voorwaarden kan lezen (uw kantoor, Rechtbank, Kamer van Koophandel, uw website) en beloof dat deze desgewenst kosteloos zullen worden toegezonden.
  7. Bij schriftelijke onderhandelingen: stuur de voorwaarden in een zo vroeg mogelijk stadium mee: achterop het briefpapier (pas op bij het sturen van faxen) of via een apart vel of een brochure. 
  8. Alleen als - bijvoorbeeld in een reeds bestaande relatie - absoluut zeker is dat de klant de voorwaarden al eerder ontving (en dat kan worden bewezen) kan worden volstaan met de mededeling dat de voorwaarden al in zijn bezit zijn. Ook in dat geval verdient het de voorkeur dat wordt aangeboden de voorwaarden desgewenst nog eens (kosteloos) toe te sturen. 
  9. De wederpartij kan uitdrukkelijk of stilzwijgend akkoord gaan met de toepassing van uw voorwaarden. Het is niet nodig dat deze zijn gelezen. 
  10. Reageert de wederpartij niet op de vermelding van voorwaarden, terwijl deze vermelding voor hem redelijkerwijs begrijpelijk was, dan gelden de voorwaarden; navraag is niet nodig. 
  11. Reageert de wederpartij met het voorstellen van andere (bijvoorbeeld haar eigen) algemene voorwaarden, dan is dat een afwijzing van uw voorwaarden. Wijs die andere voorwaarden meteen expliciet van de hand en houd vast aan uw voorwaarden. Een terloopse of in de algemene voorwaarden verwerkte afwijzing is niet voldoende. 
  12. U zult toepasselijkverklaring, toezending en aanvaarding van de voorwaarden, maar ook uw afwijzing van andersluidende algemene voorwaarden, zelf moeten kunnen bewijzen. Bewaar dus kopieën van mailing, offertes, opdrachtbevestigingen, contractsstukken, correspondentie (ook van later datum), aantekeningen van (telefoon)gesprekken, e-mails, et cetera. 
  13. Indien u omwille van de relatie of het verkrijgen van de opdracht toch akkoord wilt gaan met de voorwaarden van de wederpartij, laat dan deze voorwaarden altijd van tevoren door een advocaat bekijken. Zo voorkomt u dat u achteraf voor onplezierige verrassingen komt te staan.  
  14. Let tenslotte op dat u overleg pleegt met uw verzekeraar voordat u overweegt afwijkingen op uw eigen voorwaarden toe te staan of de voorwaarden van de wederpartij te accepteren. De meeste verzekeraars hebben in de polis staan dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd op basis van de algemene/standaard voorwaarden. Een afwijking daarop kan dan leiden tot een afwijzing van een beroep op de verzekering.


Auteur: mr. Teije van Dijk

Inhoudsopgave