Europees en Mededingingsrecht - maart 2009
De vakgroep Europees en Mededingingsrecht van AKD houdt de vinger aan de pols bij recente en belangrijke ontwikkelingen in de praktijk. Lees in deze nieuwsbrief meer over combinatievorming.
Inleiding
Een combinatieovereenkomst is een overeenkomst tussen twee of meer
ondernemingen ten behoeve van een gezamenlijke inschrijving op een
aanbesteding, waarbij alle partijen een aanmerkelijke bijdrage
leveren aan de uitvoering van de opdracht. Hierin ligt ook het
onderscheid met het inhuren van ondernemingen als
onderaannemers.
Per 31 december 2008 is de groepsvrijstelling
Combinatieovereenkomsten door het Ministerie van Economische Zaken
("EZ") ingetrokken. Deze groepsvrijstelling bood aan
combinatieovereenkomsten een automatische vrijstelling van het
Nederlandse kartelverbod van artikel 6 Mededingingswet
("Mw").
EZ werkt op dit moment aan nieuwe beleidsregels die de
groepsvrijstelling moeten gaan vervangen. Er is echter betrekkelijk
veel discussie over de inhoud en de betekenis van de concept
beleidsregels die nu voorliggen, zodat de inhoud van eventuele
toekomstige beleidsregels nog onzeker is.
Op dit moment geldt dus geen specifieke groepsvrijstelling voor
combinatieovereenkomst en evenmin zijn er beleidsregels voor
handen. Dit betekent dat dergelijke overeenkomsten op dit moment
rechtstreeks aan het Nederlandse en Europese kartelverbod moeten
worden getoetst. Dit lijkt grote gevolgen te hebben, maar deze
gevolgen vallen in de praktijk mee. De groepsvrijstelling gold
namelijk enkel voor het Nederlandse kartelverbod (artikel 6 Mw) en
niet voor het Europese kartelverbod (artikel 81 EG). Ook vóór 1
januari 2009 moesten veel combinatieovereenkomsten dus getoetst
worden aan het Europese kartelverbod, ondanks de oude
groepsvrijstelling. Dit gold sowieso al voor alle Europese
aanbestedingen en mogelijk voor een aantal grotere nationale
aanbestedingen.
Regelgeving combinatievorming
De vraag die zich nu laat stellen is, aan welke regels
ondernemingen die een combinatie voor een aanbesteding willen
vormen nu moeten voldoen om te voorkomen dat in strijd met het
kartelverbod wordt gehandeld?
Een belangrijke voorvraag bij een mededingingsrechtelijke
beoordeling van een combinatieovereenkomst is, of de overeenkomst
een mededingingsbeperkende strekking heeft. In de regel is de enige
bedoeling van partijen om door een gezamenlijke inspanning een
opdracht binnen te halen. Dit lijkt geen mededingingsbeperkende
strekking, maar een mededingingsbeperkend effect is niet
uitgesloten. Gezien de argusogen waarmee de NMa de bouwwereld
bekijkt, lijkt het dan ook aangewezen een uitgebreidere beoordeling
te maken.
In de eerste plaats geldt in Nederland de bagatelregeling. Dit
betekent dat alle afspraken tussen ondernemingen met een maximale
totale gezamenlijke omzet van € 5,5 Mio (levering van goederen) en
€ 1,1 Mio (overige activiteiten) zijn vrijgesteld van het
kartelverbod. Dit geldt ook voor afspraken tussen concurrerende
ondernemingen die gezamenlijk niet meer dan 5% marktaandeel hebben
en gezamenlijk niet meer dan € 40 Mio omzet hebben. Kortom,
combinatieovereenkomsten voor nationale aanbestedingen die aan deze
criteria voldoen, zijn mededingingsrechtelijk in beginsel in
orde.
In de tweede plaats geldt voor het Europese kartelrecht de de
minimisregeling. Alle afspraken tussen ondernemingen, met
uitzondering van hard core kartelinbreuken (prijsafspraken,
markten- en klantenverdeling), zijn in beginsel toegelaten, indien
de partijen bij de overeenkomst gezamenlijk niet meer dan 10%
marktaandeel (concurrenten) hebben of iedere partij niet meer dan
15% marktaandeel (geen concurrenten) heeft. Indien hieraan wordt
voldaan is er in beginsel geen mededingingsrechtelijk
probleem.
Het wordt moeilijker als de bagatel- en de minimisregeling niet van
toepassing zijn. Voor die situatie zijn verschillende Nederlandse
en Europese beleidsregels en groepsvrijstellingen voor handen, die
mogelijkheden bieden voor ondernemingen die een
combinatie-overeenkomst aangaan. Belangrijk is dat de
combinatieovereenkomst enkel betrekking heeft op de inschrijving op
een bepaalde aanbesteding en geen andere afspraken bevat. Hierin
ligt dan ook een risico voor zogenaamde 'vaste combinaties'. Een
ander belangrijk aspect is de mate van concurrentie die resteert.
Als er nog genoeg concurrentie overblijft buiten de combinatie, is
de kans groter dat de combinatie geen inbreuk op het kartelverbod
maakt. Voorts zijn overeenkomsten tussen ondernemingen die geen
concurrenten zijn, minder snel in strijd met het kartelverbod dan
overeenkomsten tussen concurrenten. Daarenboven is het van belang
dat de samenwerkende ondernemingen kunnen onderbouwen dat hun
combinatie een verbetering van de dienstverlening en voordelen voor
de gebruiker oplevert.
Slot
Wij hebben u in deze bijdrage enkele praktische tips gegeven op
basis waarvan u zelf uw combinatieovereenkomsten kunt beoordelen.
Combinaties zijn dus niet per definitie verboden, maar behoeven wel
een mededelingsrechtelijke beoordeling. Wij adviseren u bij twijfel
een mededingingsjurist te raadplegen. Wij houden u op de hoogte van
de inhoud en de status van eventuele toekomstige beleidsregels voor
combinatieovereenkomsten.
« Terug naar het
overzicht