Arbeidsrecht - november 2008

De digitale nieuwsbrief van de vakgroep Arbeidsrecht van AKD verschijnt eens in de twee maanden en biedt u een overzicht van recente en belangrijke ontwikkelingen in de praktijk.

In deze nieuwsbrief

  • De kantonrechtersformule revisited
    Een ontbinding van de arbeidsovereenkomst via de kantonrechter gaat vaak gepaard met een vergoeding, waarvan de hoogte doorgaans wordt bepaald aan de hand van de zogenaamde kantonrechtersformule. Deze formule vormt echter al langere tijd onderwerp van een politieke discussie.» Lees verder

  • Goed nieuws! Lastenverlichting in ziekmeldingproces
    Het wetsvoorstel "Wijziging van de Ziektewet, het Burgerlijk Wetboek en andere wetten in verband met het ziekmeldingproces" is aangenomen door zowel de Eerste als de Tweede Kamer. De hierin opgenomen nieuwe regels voor ziekmelden gelden vanaf 1 november 2008. Het gevolg is een lastenverlichting voor werkgevers.» lees verder

  • Leidinggevenden en kartelboetes: red jezelf?
    Met ingang van 1 oktober 2007 is de Mededingingswet gewijzigd. De Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: "NMa") mag nu niet alleen aan ondernemingen zelf maar ook aan opdrachtgevers of feitelijke leidinggevenden - die binnen een onderneming betrokken zijn geweest bij schending van de Mededingingswet - persoonlijke boetes opleggen.» lees verder

  • Te veel betaald salaris: foutje, bedankt?
    Het lijkt niet meer dan logisch: een werkgever kan te veel betaald salaris terugvorderen van de werknemer, omdat het onverschuldigd is betaald. Blijkens een uitspraak van de Kantonrechter Amsterdam van 19 juni 2008 kan de concrete situatie echter meebrengen dat het onaanvaardbaar is dat de werknemer het volledige (te veel betaalde) bedrag moet terugbetalen.» lees verder

  • Grijze haren van het pensioenbeding
    Steeds meer pensioengerechtigden kiezen ervoor om langer door te werken. Ze zijn vitaler en actiever dan hun leeftijdsgenoten vijftig jaar geleden en voelen er dan ook vaak niets voor om met pensioen te gaan. De overheid riep reeds in 2004 de regiegroep 'Grijs werkt' in het leven, teneinde de arbeidsparticipatie van ouderen te stimuleren. Kortom, dat grijs blijft doorwerken is aan de orde van de dag. » lees verder

............................................................................................................................................................................


De kantonrechtersformule revisited
Een ontbinding van de arbeidsovereenkomst via de kantonrechter gaat vaak gepaard met een vergoeding, waarvan de hoogte doorgaans wordt bepaald aan de hand van de zogenaamde kantonrechtersformule. Deze formule vormt echter al langere tijd onderwerp van een politieke discussie.

De afspraken over de inperking van het ontslagrecht, die minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid eerder met vakbond FNV en werknemersorganisatie VNO-NCW maakte, zijn opgenomen in het najaarsakkoord. Deze afspraken bevatten eveneens wijzigingen met betrekking tot de kantonrechtersformule. Zo zou de ontslagvergoeding die de kantonrechter toekent voor inkomens vanaf 75.000 euro bruto gemaximeerd moeten worden op één jaarsalaris. Dit bedrag zal jaarlijks geïndexeerd worden.

Momenteel vormt de kantonrechtersformule echter eveneens onderwerp van discussie binnen de rechterlijke macht. Volgens de Kring van Kantonrechters sluit de kantonrechtersformule in zijn huidige vorm niet langer aan bij de praktijk. Enerzijds staat de hoogte van de ontslagvergoeding voor werknemers tot 35 à 40 jaar ter discussie. Jongere werknemers hebben volgens de Kring meer en betere mogelijkheden tot het vinden van een nieuwe baan. Zij zouden daarom minder gecompenseerd hoeven te worden in de vorm van een ontslagvergoeding.

Daarnaast vormt ook de hoogte van de ontslagvergoeding voor oudere werknemers, die op latere leeftijd bij de werkgever in dienst zijn getreden, gelegenheid tot discussie. De factor 'leeftijd' in de kantonrechtersformule leidt volgens de Kring van Kantonrechters soms tot te hoge vergoedingen. Het gaat dan om de toepassing van het aantal 'gewogen' dienstjaren, wat inhoudt dat de dienstjaren tussen het 40e en 50e levensjaar tellen voor 1,5 en de dienstjaren na het 50e levensjaar voor 2.

Afgelopen maand heeft de Kring haar aanbevelingen omtrent aanpassing van de kantonrechtersformule gepresenteerd. Naar verwachting zal vanaf 1 januari 2009 met de aanbevelingen gewerkt worden. Er heeft een verfijning in het aantal gewogen dienstjaren plaatsgevonden. Het aantal dienstjaren tot de leeftijd van 35 jaar telt voortaan voor 0,5, de dienstjaren tussen 35 en 45 jaar voor 1, de jaren tussen 45 en 55 jaar voor 1,5 en alle jaren die een werknemer na het 55e levensjaar heeft gewerkt tellen voor 2. Hiermee wordt beoogd om meer aansluiting te zoeken bij de verbeterde arbeidsmarktpositie van jongeren, terwijl de ouder werknemer tegelijkertijd beschermd blijft.

De Kring van Kantonrechters wil in de C-factor voorts meer aandacht geven aan bijzondere omstandigheden. Werknemers die werkzaam zijn in een branche met een groot personeelstekort zouden minder bescherming nodig hebben dan werknemers binnen sectoren waar veel werkloosheid heerst. Ook zal meer rekening gehouden worden met een eventuele slechte financiële positie van de werkgever. 

Voorts zal er meer maatwerk komen voor werknemers voor wie het pensioen in zicht komt. Bij deze werknemers zal bij de vaststelling van de vergoeding rekening worden gehouden met de leeftijd waarop zij naar verwachting met pensioen zouden gaan indien de arbeidsovereenkomst voor die tijd niet zou zijn ontbonden.

Voor arbeidsovereenkomsten die binnen twee jaar worden ontbonden is een aparte regeling opgenomen. Indien het gaat om een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, waarin geen tussentijds opzegbeding is opgenomen, dan is de vergoeding gelijk aan het salaris over de resterende tijd van het dienstverband. In de andere gevallen, wordt de vergoeding op de gebruikelijke wijze berekend. 

De aanbevelingen hebben reeds tot veel kritiek uit verschillende hoeken geleid. De vraag of de Kring haar aanbevelingen, met het oog op de economische crisis, niet beter op de lange baan had kunnen schuiven, voert hierbij de boventoon.
Inhoudsopgave

............................................................................................................................................................................


Goed nieuws! Lastenverlichting in ziekmeldingproces
Het wetsvoorstel "Wijziging van de Ziektewet, het Burgerlijk Wetboek en andere wetten in verband met het ziekmeldingproces" is aangenomen door zowel de Eerste als de Tweede Kamer. De hierin opgenomen nieuwe regels voor ziekmelden gelden vanaf 1 november 2008. Het gevolg is een lastenverlichting voor werkgevers.

Redenen voor wetswijziging
De nieuwe wet bevat een aantal maatregelen die het proces van ziekmelden verbeteren. Met name is beoogd de administratieve lasten van werkgevers te verminderen. Aanleiding voor de verbeteringen zijn de door het UWV ontvangen signalen over knelpunten bij de uitvoering van de 13e-weeksmelding.

Feitelijke veranderingen
De belangrijkste wijziging is de vervanging van de huidige 13e-weeksmelding in de Ziektewet door de 42e-weeksmelding. Dit betekent concreet een grote vermindering van het aantal ziekmeldingen bij het UWV. Aangezien 13 weken van ziekte al erg lang is, zal de meerderheid van de werknemers hersteld zijn voor de 42e week van ziekte. 

Daarnaast is de verplichting om werknemers hersteld te melden aan het UWV afgeschaft. Werkgevers melden hun werknemers vaak wel ziek in de 13e week, maar vervolgens niet meer beter. Het komt dan ook veelvuldig voor dat het UWV in de 42e week onnodig herinneringsbrieven over de 1e-jaarsevaluatie zendt aan reeds herstelde werknemers. Deze brief wordt nu in de 44e week verstuurd, dus na de daadwerkelijke ziekmelding in de 42e week. De herinneringsfunctie van de brief wordt op deze manier optimaal. Deze wordt precies op dat moment verstuurd, waarop partijen afspraken moeten gaan maken over de eerstejaarsevaluatie en het eventueel voortzetten van de re-integratieinspanningen.

Verder verdwijnt de verlengde loondoorbetalingsverplichting bij een te late ziekmelding door de werkgever. Deze verplichting wordt door werkgevers als onevenredig zwaar ervaren. In plaats hiervan is een bestuurlijke boete ingevoerd. Deze kan oplopen tot een maximum van 455 euro per werknemer. De hoogte van de boete is afhankelijk van de termijn waarover de ziekmelding te laat is.

Voorts is de WIA-kennisgeving vereenvoudigd. Deze kennisgeving houdt het volgende in: de zieke werknemer krijgt in de 20e ziektemaand een brief van het UWV, waarin wordt gewezen op de mogelijkheid een uitkering aan te vragen op basis van de WIA. Het vervallen van de verplichte hersteldmelding brengt met zich mee dat het UWV ook de reeds volledig herstelde werknemer deze brief toestuurt. Om te voorkomen dat een WIA-aanvraagset onnodig wordt toegestuurd, zal de brief enkel melding maken van de mogelijkheid tot het aanvragen van de WIA-aanvraagset. Een afschrift hiervan zal aan de werkgever worden gezonden.

Overgangsregels
Bovenstaande regels gelden vanaf 1 november 2008. De werknemers die in de 13 weken voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding ziek zijn geworden, vallen binnen de nieuwe regeling. Dit betekent concreet het volgende. Indien de werknemer ziek is geworden vóór 1 augustus 2008 moet de werkgever de werknemer ziek melden in de 13e week. Let op: hersteldmelden is echter niet meer nodig. Indien de werknemer ná 1 augustus 2008 ziek is geworden, hoeft de werkgever de werknemer pas uiterlijk 42 weken na de eerste ziektedag ziek te melden bij het UWV. 

Concrete gevolgen voor de werkgever
De wijziging in het ziekmeldingproces is goed nieuws voor werkgevers. De wijziging zal er namelijk voor zorgen dat het aantal verplichtingen bij ziekte voor werkgevers afneemt. Daarbij is de sanctionering van het niet voldoen aan die verplichtingen verlaagd. De wijziging heeft dus administratieve én financiële lastenverlichting voor de werkgever tot gevolg.
Inhoudsopgave

............................................................................................................................................................................


Leidinggevenden en kartelboetes: red jezelf?
Met ingang van 1 oktober 2007 is de Mededingingswet gewijzigd. De Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: "NMa") mag nu niet alleen aan ondernemingen zelf maar ook aan opdrachtgevers of feitelijke leidinggevenden - die binnen een onderneming betrokken zijn geweest bij schending van de Mededingingswet - persoonlijke boetes opleggen.

Personen die binnen een onderneming opdracht hebben gegeven tot, of feitelijk leiding hebben gegeven aan een schending van het mededingingsrecht, kunnen van de NMa een boete krijgen. Deze schendingen bestaan uit kartelvorming of misbruik van een machtspositie. De boete kan oplopen tot maar liefst 450.000 euro. Daarnaast kan ook de onderneming voor schendingen van de Mededingingswet een boete krijgen. Deze boete kan oplopen tot maximaal 10% van de geconsolideerde omzet. 

Let op 'clementiegevaar'!
De mededingingswet voorzag al voor de wijziging in de mogelijkheid van het indienen van een clementieverzoek. Dit clementieverzoek houdt in dat de clementieverzoeker schuld bekent en zijn volledige medewerking verleent aan het onderzoek van de NMa in ruil voor boete-immuniteit of boetevermindering. 

Met de wijziging heeft de NMa het aantrekkelijk gemaakt voor (ex-)feitelijk leidinggevenden of (ex-)opdrachtgevers om met een clementieverzoek overtredingen te melden. Deze regeling kan echter erg nadelig voor de onderneming uitpakken.

Het bijzondere van de nieuwe kartelregeling is namelijk, dat de (betrokken) persoon of onderneming die als eerste melding doet van een kartel, in beginsel de laagste boete krijgt of zelfs clementie wordt verleend. De NMa heeft deze regeling in het leven geroepen om te bevorderen dat (betrokken) personen of bedrijven zo snel mogelijk uit eigen beweging kartels melden. Het nadeel van deze regeling is echter, dat als een persoon in de onderneming bij de NMa van zo'n kartel melding doet, die persoon wellicht clementie kan krijgen, maar de onderneming daarmee opzadelt met mogelijk een (enorme) boete. 

Het moge duidelijk zijn dat deze 'amnestierace' de verhoudingen binnen een onderneming behoorlijk onder druk kan zetten. Wat de werkgever van de werknemer mag verwachten, maar ook wat tactisch gezien verstandig is voor de werknemer die mededingingsrechtelijk over de schreef is gegaan, zal van geval tot geval variëren. Vanwege de nieuwigheid van deze wetswijziging zijn nog geen harde adviezen te geven. Wel kunnen hoofdlijnen worden aangegeven.

Het is raadzaam om binnen de onderneming duidelijk te communiceren over het kartelverbod en het verbod van misbruik van een machtspositie. Werknemers die hiermee te maken kunnen krijgen dienen van tevoren goed geïnformeerd te zijn over het mededingingsrecht en de mogelijke risico's. Dit kan bijvoorbeeld met een complianceprogramma dat toegesneden is op de onderneming. 


Daarnaast verdient het aanbeveling om, in de arbeidsovereenkomst met een leidinggevende die onder deze regeling zou kunnen vallen, een bepaling op te nemen waarin duidelijk wordt omschreven dat niet mag worden meegewerkt aan kartels en indien de werknemer dat toch doet, hij dan niet alleen het risico loopt op een persoonlijke boete van de NMa, maar ook aansprakelijk wordt gesteld voor de boete die de onderneming opgelegd kan krijgen. 

De vakgroep Arbeidsrecht heeft samen met de vakgroep Europees- en Mededingingsrecht voor u geanalyseerd welke gevolgen deze ontwikkelingen hebben voor de onderneming en de relatie werknemer - werkgever. Relevant bij deze analyse is hoe het risico op NMa-boetes het beste opgevangen kan worden in een organisatie. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met een van onze collega's.
Inhoudsopgave

............................................................................................................................................................................


Te veel betaald salaris: foutje, bedankt?
Het lijkt niet meer dan logisch: een werkgever kan te veel betaald salaris terugvorderen van de werknemer, omdat het onverschuldigd is betaald. Blijkens een uitspraak van de Kantonrechter Amsterdam van 19 juni 2008 kan de concrete situatie echter meebrengen dat het onaanvaardbaar is dat de werknemer het volledige (te veel betaalde) bedrag moet terugbetalen.

Feiten
In deze Amsterdamse zaak betrof het een werknemer die in dienst is getreden bij een werkgever op basis van een werktijd van 38 uur per week. De werknemer heeft op 28 april 1995 hartklachten gekregen en is gedeeltelijk arbeidsongeschikt geworden. Sinds 1996 ontvangt de werknemer een gedeeltelijke WAO-uitkering. Op doktersadvies en in overleg met de werkgever werkt de werknemer vanaf 1 september 1999 nog maar 24 uur in de week. De werkgever had een wettelijke en CAO-verplichting om het loon door te betalen op basis van een 38-urige werkweek. Die verplichting is in september 1999 komen te vervallen, maar dat is binnen het bedrijf van de werkgever ten onrechte door niemand opgemerkt. De werkgever heeft vanaf september 1999 tot en met juli 2006 het salaris van de werknemer betaald op basis van een 38-urige werkweek, hoewel hij daartoe dus niet (meer) verplicht was. Bij brief van 26 juli 2006 en in een voorafgaand gesprek is de werknemer door de werkgever geïnformeerd over de fout. Omdat de werknemer er niets voor voelde om het door hem teveel ontvangen salaris (van 41.694,15 euro bruto) aan de werkgever terug te betalen, heeft de werkgever de werknemer in rechte betrokken om onverminderde terugbetaling van het teveel betaalde salaris te verkrijgen.

Oordeel kantonrechter
De kantonrechter acht terugbetaling van het volledige bedrag in dit geval onaanvaardbaar. In plaats daarvan oordeelt hij dat zowel de werkgever als de werknemer 50% van het onverschuldigd betaalde salaris voor zijn rekening moet nemen.

Het beroep van de werknemer op de "redelijkheid en billijkheid" wordt deels door de kantonrechter gevolgd. De verantwoordelijkheid voor de fout van de werkgever ligt in de eerste plaats bij de werkgever zelf. Dat zeven jaar lang het salaris is aangevuld tot een bedrag behorend bij een 38-urige werkweek ligt in de risicosfeer van de werkgever. Daar tegenover staat echter dat de werknemer er niet op had mogen vertrouwen dat hij tot in de lengte van dagen voor 38 uur per week zou worden betaald. Het had op de weg van de werknemer gelegen om de situatie aan te kaarten bij de werkgever. De werknemer voerde bij de kantonrechter tevens het verweer dat de vordering van de werkgever ten aanzien van de periode vóór 27 november 2001 was verjaard. De kantonrechter gaat hier niet in mee. Relevant voor de aanvang van de verjaring is niet het tijdstip van betaling, maar het tijdstip waarop de werkgever met de vordering bekend is geworden. In dit geval ontdekte de werkgever de fout in 2006, zodat de verjaringstermijn van vijf jaar vanaf dat moment is gaan lopen.

Tip
Alertheid aan de kant van de werkgever is geboden. Gelet op het oordeel van de Kantonrechter Amsterdam doen werkgevers er verstandig aan om in hun arbeidsovereenkomsten en/of arbeidsvoorwaardenreglementen op te nemen dat de werknemer - in het geval dat hij onverschuldigde bedragen van de werkgever ontvangt - gehouden is tot onverkorte terugbetaling hiervan. 
Inhoudsopgave

............................................................................................................................................................................


Grijze haren van het pensioenbeding
Steeds meer pensioengerechtigden kiezen ervoor om langer door te werken. Ze zijn vitaler en actiever dan hun leeftijdsgenoten vijftig jaar geleden en voelen er dan ook vaak niets voor om met pensioen te gaan. De overheid riep reeds in 2004 de regiegroep 'Grijs werkt' in het leven, teneinde de arbeidsparticipatie van ouderen te stimuleren. Kortom, dat grijs blijft doorwerken is aan de orde van de dag.

In veel individuele en collectieve arbeidsovereenkomsten is een zogenaamd pensioenbeding opgenomen. Een dergelijk beding houdt in dat het dienstverband automatisch ten einde komt bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. De meeste werkgevers gaan ervan uit dat, wanneer een pensioenbeding van toepassing is, het dienstverband eindigt bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. 

Dat deze aanname wat voorbarig is volgt uit een uitspraak van de Kantonrechter Amsterdam. Deze besliste recentelijk dat het dienstverband niet automatisch eindigt bij de pensioengerechtigde leeftijd, ook niet wanneer dit uitdrukkelijk is overeengekomen door middel van een pensioenbeding. 

In deze kwestie betrof het een werkneemster die in 1985 in dienst trad bij de werkgever en laatstelijk werkzaam was op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Zowel in de individuele als in de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomst was er een pensioenbeding opgenomen. De werkneemster was echter geenszins voornemens het werk neer te leggen op het moment dat zij de pensioengerechtigde leeftijd bereikte. De kantonrechter besliste in het voordeel van werkneemster: het dienstverband was niet van rechtswege geëindigd en de werkneemster mocht weer gewoon aan het werk.

Het overeengekomen pensioenbeding achtte de kantonrechter niet geldig. Een beding met een dergelijke strekking is volgens hem niet verenigbaar met het uitgangspunt dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd niet van rechtswege kan eindigen. Ook is het volgens de kantonrechter niet mogelijk dat partijen bij het aangaan van het dienstverband, reeds afspreken dat het in overleg eindigt op een vooraf bepaalde datum. 

Een werkgever moet zich dus realiseren dat een pensioenbeding wellicht helemaal niet geldig is en dat het dienstverband met een oudere werknemer niet automatisch eindigt bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Indien de werknemer wenst door te werken na de pensioendatum, terwijl de werkgever een beëindiging van de arbeidsovereenkomst wenst, zal de laatste zich dienen te wenden tot de kantonrechter of de CWI. Via ontbinding of rechtsgeldige opzegging zal de werkgever er zeker van zijn dat het dienstverband ook daadwerkelijk eindigt op de pensioendatum.

Kortom, het is opletten geblazen met werknemers die tegen hun pensioenleeftijd zitten. Grijs lijkt namelijk helemaal niet van plan zich terug te trekken achter de geraniums; zeker niet in deze tijd van financiële crisis.
Inhoudsopgave