Arbeidsrecht - mei 2008

De digitale nieuwsbrief van de vakgroep Arbeidsrecht van AKD verschijnt eens in de twee maanden en biedt u een overzicht van recente en belangrijke ontwikkelingen in de praktijk.

In deze nieuwsbrief

  • Een werknemer met twee banen
    Een werknemer heeft twee banen naast elkaar. Als gevolg hiervan overschrijdt hij het in de Arbeidstijdenwet (ATW) toegestane aantal arbeidsuren per week. De werkgever mag echter het aantal arbeidsuren niet eenzijdig verminderen, zo blijkt uit een uitspraak van de Kantonrechter Nijmegen.»lees verder

  • MKB wil werknemers zelf laten opdraaien voor ziekteverzuim
    Als het aan MKB-Nederland ligt, wordt de loondoorbetalingsplicht bij ziekte afgeschaft indien sprake is van verzuimsituaties die bestempeld kunnen worden als 'sociale risico's' (bijvoorbeeld sportblessures en cosmetische ingrepen zonder medische noodzaak). De organisatie heeft een lijst samengesteld met verzuimoorzaken die niet langer voor rekening van werkgevers zouden moeten komen. Of het voorstel haalbaar is, is maar zeer de vraag. Wel zijn er mogelijkheden om werkgevers enigszins tegemoet te komen.» lees verder

  • Wanneer is een concurrentiebeding 'schriftelijk aangegaan'?
    Is ondertekening van een document waarin wordt verwezen naar aangehechte arbeidsvoorwaarden voldoende om te spreken van een 'schriftelijk aangegaan' concurrentiebeding? In zijn arrest van 28 maart 2008 liet de Hoge Raad zich hierover uit.» lees verder

  • Telewerken
    Thuiswerken is hot. In een recent onderzoek van de FNV gaf 44 procent van de ondervraagde werknemers aan regelmatig op een andere plek dan op kantoor te werken. In totaal doet 32 procent aan telewerken. Reden dus om deze vorm van werken eens onder de juridisch loep te nemen.» lees verder

  • (Zorg)plicht tot het afsluiten van behoorlijke verzekering
    In een uitspraak van 1 februari 2008 deed de Hoge Raad wederom een schepje bovenop de reeds vergaande risico-aansprakelijkheid van de werkgever voor ongevallen van werknemers tijdens werktijd. Dit door te oordelen dat een werkgever over een behoorlijke verzekering voor zijn werknemers dient te beschikken. » lees verder

............................................................................................................................................................................

Een werknemer met twee banen
Een werknemer heeft twee banen naast elkaar. Als gevolg hiervan overschrijdt hij het in de Arbeidstijdenwet (ATW) toegestane aantal arbeidsuren per week. De werkgever mag echter het aantal arbeidsuren niet eenzijdig verminderen, zo blijkt uit een uitspraak van de Kantonrechter Nijmegen.

Een werknemer die bij verschillende werkgevers werkzaamheden verricht, is op grond van de ATW verplicht zijn werkgevers te informeren over zijn arbeidstijden. Werkgevers hebben zo de mogelijkheid om de werkzaamheden van de werknemer zodanig te organiseren dat de maximale arbeidstijd niet wordt overschreden. De betrokken werkgevers zijn ieder afzonderlijk verantwoordelijk voor het naleven van de voorschriften uit de ATW. Indien de normen uit de ATW worden overschreden, kunnen zij allebei hoge boetes krijgen.

In de Nijmeegse zaak speelde het volgende. De werknemer had twee volledige banen: hij was 32 uur werkzaam bij de ene werkgever en 38 uur per week bij een andere werkgever. Hierdoor overschreed hij het in de ATW toegestane aantal arbeidsuren per week.

Op enig moment heeft een van de werkgevers de werknemer verzocht om binnen een week een van zijn arbeidsovereenkomsten zodanig te wijzigen dat het gemiddeld aantal totale arbeidsuren per week niet meer boven de 40 uur uit zou komen. Aangezien de werknemer niet akkoord ging met het voorstel tot wijziging van de arbeidsduur, heeft de werkgever eenzijdig de arbeidsduur van de werknemer teruggebracht naar 8 uur per week en enkele weken hierna naar 2 uur per week. Op deze manier overschreed de werknemer in combinatie met zijn andere dienstverband van 38 uur per week de normen uit de ATW niet meer.

De werknemer heeft vervolgens in kort geding uitbetaling van zijn volledige salaris gevorderd. De kantonrechter oordeelde dat in een situatie als deze het goed werkgeverschap met zich meebrengt dat de werkgever in overleg treedt met de werknemer en de andere werkgever om tot een voor alle partijen aanvaardbare oplossing te komen. In dit geval had de werkgever enkel de werknemer een week de tijd gegeven om zijn arbeidsduur bij één van zijn werkgevers te verminderen. Het eenzijdig terugbrengen van de arbeidsduur na afwijzing van dit voorstel lijkt dan ook op een verkapt ontslag. De kantonrechter gaf aan dat overschrijding van de normen van de ATW niet van rechtswege de geldigheid van een tussen partijen gesloten, geldige arbeidsovereenkomst beïnvloedt. De kantonrechter oordeelde dan ook dat de werkgever gehouden was het loon op basis van een 32-urige werkweek te betalen. De rechter achtte hierbij onder meer van belang dat de werknemer in financiële nood zou komen door eenzijdige aanpassing van de arbeidsduur van de werkgever omdat zijn hypotheek was gebaseerd op het inkomen uit twee dienstbetrekkingen.

De werkgever heeft het na deze teleurstellende uitspraak over een andere boeg gegooid en hij heeft een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ingediend op basis van een verstoorde arbeidsverhouding. De kantonrechter oordeelde in deze procedure dat niet van de werkgever verlangd kan worden dat deze de arbeidsovereenkomst laat voortbestaan, gelet op de verplichtingen die voortvloeien uit de ATW. Hij heeft de arbeidsovereenkomst zonder toekenning van een vergoeding ontbonden.

Gezien het bovenstaande is het, in het geval dat uw werknemer door zijn tweede baan de arbeidstijdennormen uit de ATW overschrijdt, aan te raden om eerst in overleg te treden met de werknemer en de andere werkgever om tot een oplossing te komen. Indien de werknemer zijn arbeidsduur niet vrijwillig wil aanpassen, bent u volgens de kantonrechter Nijmegen niet gerechtigd de arbeidsduur eenzijdig aan te passen. Eén zwaluw maakt echter nog geen zomer. Het is dan ook nog maar de vraag of deze uitspraak navolging zal krijgen in de rechtspraak. Wat daar ook van zij, in dergelijke gevallen kunt u altijd overwegen om ontbinding van de arbeidsovereenkomst te verzoeken.
Inhoudsopgave

............................................................................................................................................................................

MKB wil werknemers zelf laten opdraaien voor ziekteverzuim
Als het aan MKB-Nederland ligt, wordt de loondoorbetalingsplicht bij ziekte afgeschaft indien sprake is van verzuimsituaties die bestempeld kunnen worden als 'sociale risico's' (bijvoorbeeld sportblessures en cosmetische ingrepen zonder medische noodzaak). De organisatie heeft een lijst samengesteld met verzuimoorzaken die niet langer voor rekening van werkgevers zouden moeten komen. Of het voorstel haalbaar is, is maar zeer de vraag. Wel zijn er mogelijkheden om werkgevers enigszins tegemoet te komen.

Ons huidig wettelijk systeem verzet zich tegen het plan van MKB-Nederland. Slechts indien de ziekte opzettelijk is veroorzaakt, is er geen aanspraak op doorbetaling van het loon. Vereist is dat de opzet van de werknemer gericht moet zijn op het ziek worden. Met andere woorden: de werknemer moet zich met zijn handelwijze uitsluitend tot doel hebben gesteld om ziek te worden. Dit zal in de regel nooit het geval zijn. De werknemer die op wintersport zijn been breekt zal zeker niet het einddoel hebben gehad om ziek te worden.

Het zware begrip 'opzet' is niet bij toeval in de wet opgenomen. De wetgever heeft hiermee willen aangeven dat voor uitsluiting van het recht op loon meer nodig is dan enkel risicovol gedrag. Werknemers die bepaalde risico's niet uit de weg gaan, mogen niet uitgezonderd worden van het recht op loon. Het plan van MKB-Nederland is dan ook niet alleen in strijd met de wet, maar druist ook volledig in tegen de bedoeling van de wetgever.

Bovendien bepaalt de wet expliciet dat van de wettelijke aanspraak op loon bij ziekte (lees: 70% van het loon gedurende 104 weken) niet ten nadele van de werknemer mag worden afgeweken. Ook niet in een CAO. Daarnaast mag niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken van het opzetbegrip uit de wet. Het is dus niet mogelijk om dit begrip in een onderlinge afspraak, arbeidsovereenkomst of CAO te versoepelen. Het is dan ook de vraag hoe MKB-Nederland het plan wil bewerkstelligen. Hiervoor zou op zijn minst een drastische wetswijziging nodig zijn. Het is echter af te vragen of het überhaupt mogelijk is hiervoor een sluitende en allesomvattende wetsbepaling te maken.

De onvrede van werkgevers is heel goed in te denken. Er zijn legio situaties denkbaar dat eenieder de mening is toegedaan dat het onredelijk is dat de werkgever opdraait voor het loon. Bijvoorbeeld een werknemer die met alcohol op achter het stuur een ongeluk krijgt en hierdoor arbeidsongeschikt raakt. De 'winst' voor de werkgever in dergelijke gevallen kan zitten in het (niet) aanvullen van de wettelijke aanspraak op loon. Partijen kunnen namelijk wel bij de arbeidsovereenkomst of CAO afspreken dat de werkgever de wettelijke aanspraak op loon (wel of niet) zal aanvullen tot een hoger percentage van het loon dan 70%. Partijen zijn daarbij tevens gerechtigd voorwaarden te stellen met betrekking tot de toekenning van een dergelijke (extra) aanspraak. Dit was in 2006 aan de orde in een kwestie bij het Gerechtshof Arnhem. In die zaak, die overigens de media heeft gehaald, was in de CAO bepaald dat bij 'schuld of toedoen' de werknemer geen recht had op een aanvulling bij ziekte. Dit begrip is vele malen lichter dan het begrip 'opzet'. Voor schuld of toedoen is namelijk slechts vereist dat de werknemer een relevant verwijt kan worden gemaakt. In deze kwestie, waar de werknemer arbeidsongeschikt was geworden door een sportblessure, hoefde de werkgever de CAO-aanvulling niet te betalen. De Hoge Raad heeft inmiddels het arrest van het hof bekrachtigd.

Werkgevers doen er dan ook verstandig aan om, al dan niet bij CAO, afspraken te maken over het recht op een aanvulling bij ziekte. Dit zou zo ver mogen gaan dat bijvoorbeeld wordt bedongen dat een werknemer geen recht op een aanvulling heeft indien sprake is van een cosmetische ingreep zonder medische noodzaak. Dergelijke afspraken zouden ook nog eens preventief kunnen werken. Als werknemers weten dat risicovol gedrag loonderving betekent, kijken ze wellicht beter uit.

Nu afwijking van de wettelijke loonaanspraak bij ziekte niet mogelijk is, is het voorstel van MKB-Nederland niet haalbaar. Werkgevers zouden in de aanvullingssfeer afspraken moeten maken met betrekking tot de door MKB-Nederland bedoelde verzuimsituaties. Hoewel niet iedere werkgever een aanvulling kent, zijn wij toch van mening dat bij een wettelijk systeem waar nu eenmaal loon moet worden betaald over periodes van ziekte, aan de oorzaak waarvan de werkgever part noch deel heeft, dit alvast een stapje in de goede richting is.
Inhoudsopgave

............................................................................................................................................................................

Wanneer is een concurrentiebeding 'schriftelijk aangegaan'?
Is ondertekening van een document waarin wordt verwezen naar aangehechte arbeidsvoorwaarden voldoende om te spreken van een 'schriftelijk aangegaan' concurrentiebeding? In zijn arrest van 28 maart 2008 liet de Hoge Raad zich hierover uit.

Waar ging het in deze zaak om? Een werknemer is op 1 april 1987 als assistent-accountant in dienst getreden bij een accountantskantoor. Bij brief van 12 december 1997 heeft zijn werkgever hem een vernieuwd exemplaar van zijn arbeidsvoorwaarden toegezonden. Hij werd daarin verzocht een kopie van de brief te retourneren waarin hij verklaart akkoord te gaan met de nieuwe arbeidsvoorwaarden. De werknemer heeft aan dit verzoek voldaan. In artikel 27 van deze nieuwe arbeidsvoorwaarden was (opnieuw) een concurrentiebeding opgenomen, welke hem gedurende twee jaar na beëindiging van zijn dienstverband verbood concurrerende activiteiten te ondernemen.

Op 28 februari 2006 heeft de werknemer zijn dienstverband bij het accountantskantoor beëindigd, waarop hij vervolgens in dienst is getreden bij een concurrerende werkgever. Voor aanvang van zijn werkzaamheden aldaar, heeft zijn voormalige werkgever hem echter op de overtreding van een voor hem geldend concurrentiebeding gewezen.

De werknemer stelde zich op het standpunt dat het concurrentiebeding niet geldig was aangegaan. Het schriftelijkheidsvereiste uit artikel 7:653 BW zou namelijk inhouden, dat hij het concurrentiebeding zelf had moeten ondertekenen, dan wel dat hij in het ondertekende document expliciet had moeten worden gewezen op het concurrentiebeding in de bijlage.

De Hoge Raad wijst er allereerst op dat in het schriftelijkheidsvereiste een bijzondere waarborg is gelegen dat de werknemer de consequenties van het - voor hem bezwarende - concurrentiebeding goed heeft overwogen. Wordt in een arbeidsovereenkomst (of in een brief) verwezen naar bijgevoegde schriftelijke arbeidsvoorwaarden - waaronder een concurrentiebeding - en verklaart de werknemer zich door ondertekening van die arbeidsovereenkomst (of die brief) akkoord met die arbeidsvoorwaarden, dan is volgens de Hoge Raad aan dit schriftelijkheidsvereiste voldaan. Voor de geldigheid van het concurrentiebeding is niet vereist dat de bijgevoegde arbeidsvoorwaarden zelf door de werknemer zijn ondertekend. Evenmin is vereist dat de brief met de akkoordverklaring uitdrukkelijk naar de aanvaarding van het concurrentiebeding verwijst. Aan het schriftelijkheidsvereiste is niet voldaan in gevallen waarin de bijlage niet in schriftelijke vorm bij het document is bijgevoegd, tenzij de werknemer uitdrukkelijk verklaart dat hij met het concurrentiebeding instemt.

Kortom, bij het schriftelijk overeenkomen van een concurrentiebeding kunt u in het door de werknemer ondertekende document volstaan met een verwijzing naar arbeidsvoorwaarden in een schriftelijke bijlage (denk bijvoorbeeld aan een personeelsgids), mits deze bijlage bij het eerder genoemde document is gevoegd.
Inhoudsopgave

............................................................................................................................................................................

Telewerken
Thuiswerken is hot. In een recent onderzoek van de FNV gaf 44 procent van de ondervraagde werknemers aan regelmatig op een andere plek dan op kantoor te werken. In totaal doet 32 procent aan telewerken. Reden dus om deze vorm van werken eens onder de juridisch loep te nemen.

Telewerken is het flexibel maken van werk naar plaats en tijd waarbij gebruik wordt gemaakt van informatie- en communicatietechnologie. Telewerken is géén recht van de werknemer. De werknemer dient hiervoor toestemming te vragen aan zijn werkgever, die het vervolgens vrij staat dit verzoek toe te kennen dan wel af te wijzen.

Op telewerken is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing. Dit heeft onder meer tot gevolg dat de werkgever een risico-inventarisatie en evaluatie dient op te stellen. Hieruit dient onder meer te blijken welke risico's de arbeid voor de werknemer met zich mee brengt en of het betreffende werk en de werkplek wel voor telewerken geschikt zijn. Bovendien dient in deze inventarisatie aandacht te worden besteed aan het goed en veilig gebruik maken van arbeidsmiddelen.

Voorts dient de werkgever zorg te dragen voor een ergonomisch verantwoorde werkplek. Ook een goede voorlichting aan werknemers verschaffen omtrent de geïnventariseerde risico's is een must. Houdt de werkgever zich hier niet aan, dan loopt hij het risico aansprakelijk te worden gehouden voor de schade die een werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt. Dit blijkt uit een uitspraak van het Hof Amsterdam van 7 september 2006.

In deze zaak had werkneemster haar werkzaamheden gedeeltelijk vanuit huis verricht. Werkgever had hiervoor aan werkneemster een computer ter beschikking gesteld. Werkneemster had zelf van een oude deur een bureau gemaakt en een stoel aangeschaft. Kort na indiensttreding is werkneemster uitgevallen met RSI klachten. Zij stelde haar werkgever voor de schade die zij dientengevolge leed aansprakelijk. Het hof oordeelde dat werkgever voldoende zeggenschap had over de thuiswerkplek en dat hij niet had gezorgd voor een voldoende ergonomische inrichting daarvan. Bovendien had werkgever werkneemster onvoldoende voorlichting gegeven over de risico's verbonden aan langdurig beeldschermwerk en een goede werkhouding. Het hof stelde werkgever dan ook aansprakelijk voor de schade van werkneemster.

Hoe kunt u als werkgever nu controleren of de werknemer het werk thuis wel naar behoren uitvoert? U kunt immers niet met eigen ogen zien waar de werknemer mee bezig is. Het plaatsen van camera's in het huis van de werknemer is, zelfs met toestemming van de werknemer, niet toegestaan aangezien werkgever dan inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van werknemer. Het uitgangspunt van telewerken is dan ook vertrouwen. Het verdient daarbij aanbeveling om met de werknemer goede afspraken te maken omtrent de te behalen resultaten.

Gelet op het voorgaande adviseren wij u dan ook om de thuiswerkafspraken met uw werknemers schriftelijk vast te leggen in een telewerkrichtlijn. Hierin kunnen bepalingen over bijvoorbeeld de bereikbaarheid, de te behalen doelstellingen en de inrichting van de werkplek worden opgenomen. Ook kan worden aangegeven dat het thuiswerken niet als kinderopvang mag worden gebruikt.

Verder doet u er verstandig aan een ICT-gebruikersrichtlijn op te stellen. Hierin kunnen voorwaarden omtrent het gebruik van de door de werkgever ter beschikking gestelde ICT worden opgenomen.

Ook verdient het aanbeveling om uw verzekering te controleren. Dekt uw verzekering de schade die u lijdt als gevolg van het feit dat werknemer zijn werkzaamheden thuis verricht? Is de schade aan uw apparatuur gedekt op het moment dat er bij werknemer wordt ingebroken of er brand uit breekt?

Mocht u op voorhand niet kunnen overzien, welke problemen te verwachten zijn, dan zou een proefproject uitkomst kunnen bieden. Tijdens dit proefproject kan dan duidelijk worden tegen welke problemen u bij het telewerken aanloopt. Voor meer informatie kunt u natuurlijk ook altijd contact opnemen met een van onze redactieleden.

In het najaar vindt het seminar 'Het binden en boeien van de moderne werknemer' plaats in Rotterdam. Tijdens dit seminar worden onder meer de juridische aspecten van het thuiswerken besproken. Mocht u interesse hebben in dit seminar, neem dan contact op met een van onze redactieleden.
Inhoudsopgave

............................................................................................................................................................................

(Zorg)plicht tot het afsluiten van behoorlijke verzekering
In een uitspraak van 1 februari 2008 deed de Hoge Raad wederom een schepje bovenop de reeds vergaande risico-aansprakelijkheid van de werkgever voor ongevallen van werknemers tijdens werktijd. Dit door te oordelen dat een werkgever over een behoorlijke verzekering voor zijn werknemers dient te beschikken.

In de casus ging het om een taxichauffeur die, onder werktijd, bij het oversteken van een onbewaakte spoorovergang was aangereden door een trein. Voor de door hem, als gevolg daarvan, geleden schade stelde hij zijn werkgever aansprakelijk. De werkgever in kwestie had een ongevallenverzekering en inzittendenverzekering afgesloten voor zijn werknemers op basis van de toepasselijke CAO.

Zowel de kantonrechter als het gerechtshof oordeelden dat de werkgever hiermee voldoende aan zijn zorgplicht had voldaan en derhalve niet aansprakelijk was. De Hoge Raad oordeelde daarentegen dat de betreffende werkgever toch aansprakelijk was nu hij, op grond van het goed werkgeverschap, had moeten zorgen voor een behoorlijke verzekering voor zijn werknemers. De verwijzing van de werkgever naar zijn verzekeringsverplichting op grond van de CAO veegde de Hoge Raad van tafel, nu deze verzekering onvoldoende dekking bood voor de schade die de werknemer had opgelopen. De Hoge Raad merkte daarbij op dat er voor de werkgever voldoende mogelijkheden bestonden om tegen een redelijke premie een deugdelijke verzekering af te sluiten. De omvang van de verzekeringsplicht wordt bepaald door de omstandigheden van het geval en de heersende maatschappelijke opvattingen, aldus de Hoge Raad. Met andere woorden: een concreet handvat is er niet, maar ga maar uit van het "worst case scenario" van de zoals in casu vereiste volledige dekking. Alleen voor schade die het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid hoeft de verzekering geen dekking te bieden.

Deze uitspraak maakt duidelijk dat een werkgever moet zorgen voor een adequate verzekering voor zijn werknemers wanneer het gaat om risico's die auto- en motorrijden tijdens werktijd met zich meebrengen. Indien geen deugdelijke verzekering is afgesloten, bestaat het risico dat de werkgever aansprakelijk wordt geacht op grond van het begrip goed werkgeverschap. Deze uitspraak noodzaakt dus tot een inventarisatie van uw huidige verzekeringen!
Inhoudsopgave