Arbeidsrecht - maart 2009

De digitale nieuwsbrief van de vakgroep Arbeidsrecht van AKD verschijnt eens in de twee maanden en biedt u een overzicht van recente en belangrijke ontwikkelingen in de praktijk.

In deze nieuwsbrief

  • Verzekeringsplicht werkgever bij verkeersdeelname
    In allerlei situaties nemen werknemers bij de uitoefening van hun werkzaamheden deel aan het verkeer. Een ongeluk zit vaak in een klein hoekje. Wanneer is de werkgever aansprakelijk voor de schade van de werknemer als gevolg van een dergelijk ongeluk? De Hoge Raad heeft eind 2008 de nodige duidelijkheid verschaft. » lees verder

  • De werkgever aansprakelijk voor afbreken onderhandelingen
    De Kantonrechter Utrecht oordeelde recent dat het afbreken van onderhandelingen over het aangaan van een arbeidsovereenkomst door de werkgever onredelijk kan zijn indien de inzet van de onderhandelingen in feite geen breekpunt vormt en het afbreken grote en onverwachte gevolgen heeft voor de werknemer. » lees verder

  • Werknemer schadeplichtig bij proeftijdontslag?
    Een werknemer zegt zijn arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd op. Naar opvatting van de werkgever is de werknemer schadeplichtig nu hij een acquisitiegesprek als verkapt sollicitatiegesprek gebruikt heeft om vervolgens bij een beoogde klant in dienst te treden.
    » lees verder

  • Vernietiging van een beëindigingsovereenkomst
    Een beëindigingsovereenkomst zal niet vaak geheel of gedeeltelijk worden vernietigd. Dat betekent echter niet, dat door de werkgever "ongestraft" onjuiste mededelingen kunnen worden gedaan die er toe leiden dat de werknemer een beëindigingsovereenkomst aangaat, die hij anders niet, of niet op dezelfde voorwaarden, zou hebben gesloten. Dit blijkt uit de uitspraak van de Kantonrechter Lelystad van 12 december 2008. » lees verder

  • Vergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag
    In een kennelijk onredelijk ontslagprocedure heeft de kantonrechter de vrijheid om een schadevergoeding aan de werknemer toe te kennen wanneer hij het ontslag kennelijk onredelijk acht. Over de vraag of bij de berekening van deze vergoeding de kantonrechtersformule als uitgangspunt dient te worden genomen, bestaat sinds geruime tijd discussie. Het Gerechtshof Den Haag lijkt daar nu enige duidelijkheid over te hebben gegeven door hierover op 14 oktober 2008 in zeven zaken uitspraak te doen. » lees verder

............................................................................................................................................................................

Verzekeringsplicht werkgever bij verkeersdeelname
In allerlei situaties nemen werknemers bij de uitoefening van hun werkzaamheden deel aan het verkeer. Een ongeluk zit vaak in een klein hoekje. Wanneer is de werkgever aansprakelijk voor de schade van de werknemer als gevolg van een dergelijk ongeluk? De Hoge Raad heeft eind 2008 de nodige duidelijkheid verschaft.
 
Twee situaties
Bij verkeersdeelneming van werknemers aan het wegverkeer zijn grofweg twee situaties te onderscheiden. Enerzijds kan sprake zijn van verkeersdeelname in de uitoefening van de werkzaamheden. Daarnaast nemen werknemers deel aan het wegverkeer in het kader van het woon-/werkverkeer.
 
Verkeersdeelname in de uitoefening van de werkzaamheden
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de werkgever op grond van goed werkgeverschap verplicht is zorg te dragen voor een behoorlijke verzekering van werknemers waarvan de werkzaamheden ertoe kunnen leiden dat zij als bestuurder van een motorvoertuig betrokken raken bij een verkeersongeval. Bij gebreke van een behoorlijke verzekering zal de werkgever in beginsel aansprakelijk worden geacht voor de schade welke de werknemer als gevolg van een ongeval lijdt.
 
Onduidelijk is hoever de verzekeringsplicht van de werkgever reikt. De Hoge Raad heeft hieromtrent enkel overwogen dat deze van geval tot geval nader moet worden bekeken. Hierbij dient de werkgever alle omstandigheden van het geval in acht te nemen, zoals de bestaande verzekeringsmogelijkheden, redelijke premies en de heersende maatschappelijke opvattingen over de omvang waartoe een behoorlijke verzekering dekking dient te verlenen. De verzekering hoeft geen dekking te verlenen voor schade die het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid. De Hoge Raad heeft verder geoordeeld dat het enkele feit dat de verzekering voldoet aan de eisen van de CAO, niet (per definitie) voldoende is om te oordelen dat er sprake is van een behoorlijke verzekering.
 
In december 2008 heeft de Hoge Raad bepaald dat het voorgaande niet is beperkt tot motorisch verkeer, maar eveneens geldt voor werknemers die in het kader van hun werkzaamheden schade lijden als gevolg van een ongeval met een fiets of als voetganger.
 
Woon-/werkverkeer
Voor wat betreft het woon-/werkverkeer heeft de Hoge Raad reeds in 2001 en 2002 bepaald, dat bij schade als gevolg van een verkeersongeval, de werkgever niet aansprakelijk is - en er ook geen verzekeringsplicht bestaat - omdat de schade niet in de uitoefening van de werkzaamheden is ontstaan en de werkgever in die situatie ook geen controle en zeggenschap over het gedrag van de werknemer heeft.
 
Gemengde verkeersdeelname
Er zijn evenwel situaties waarbij het woon-/werkverkeer zodanig verweven is met de werkzaamheden, dat dit verkeer op één lijn dient te worden gesteld met verkeer dat plaatsvindt in de uitoefening van de werkzaamheden. Dit heeft de Hoge Raad recent geoordeeld in een tweetal arresten.
 
In het eerste geval ging het om een werknemer die tijdens het woon-/werkverkeer een ongeval overkwam waardoor hij ernstig verwond is geraakt. De werknemer, ambulancebestuurder, had nooddienst en om die reden een ambulance mee naar huis genomen. Op het moment van het ongeval bestuurde de werknemer de ambulance van zijn werkgever. De Hoge Raad meent dat dergelijk woon-/werkverkeer op één lijn gesteld moet worden met vervoer dat plaatsvindt in het kader van de door de werkgever uit te voeren werkzaamheden. Ook onder deze omstandigheden geldt voor de werkgever de plicht om een adequate verzekering voor de werknemer af te sluiten.
 
In de tweede zaak ging het om een verkoopmedewerkster die haar werk gewoonlijk in het filiaal in Gorinchem verricht. Op een bepaalde dag zou de werknemer echter in het filiaal in Tiel gaan werken. De werkgever had aan werknemer een auto ter beschikking gesteld om van Gorinchem naar Tiel te rijden. Op weg naar Tiel is de werknemer op de snelweg een ongeval overkomen. Ook in dit geval heeft de Hoge Raad geoordeeld dat er geen sprake is van "gewoon" woon-/werkverkeer, maar van verkeer dat plaatsvindt uit het oogpunt van de opgedragen werkzaamheden tussen verschillende arbeidsplaatsen, zoals verschillende vestigingen van de werkgever. Ook hier diende de werkgever voor een behoorlijke verzekering zorg te dragen.
 
Advies
Gelet op het voorgaande adviseren wij u om goed na te gaan of er inderdaad een behoorlijke verzekering is gesloten voor uw werknemers tegen schade als gevolg van een verkeersongeval. Dat geldt niet alleen voor werknemers die aan het verkeer deelnemen in het kader van het uitoefenen van hun functie, maar ook voor woon-/werkverkeer, voor zover dat woon-/werkverkeer op enigerlei wijze plaatsvindt in lijn met de opgedragen werkzaamheden. 
 
Inhoudsopgave
............................................................................................................................................................................

De werkgever aansprakelijk voor afbreken onderhandelingen
De Kantonrechter Utrecht oordeelde recent dat het afbreken van onderhandelingen over het aangaan van een arbeidsovereenkomst door de werkgever onredelijk kan zijn indien de inzet van de onderhandelingen in feite geen breekpunt vormt en het afbreken grote en onverwachte gevolgen heeft voor de werknemer.
 
Feiten
Partijen zijn in onderhandeling over de omzetting van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in een overeenkomst voor onbepaalde tijd. De werknemer heeft aangegeven dat hij nog met de werkgever wil spreken over een geringe salarisverhoging. De werkgever heeft toegezegd het verzoek om salarisverhoging te zullen bespreken in het managementteam. Uiteindelijk laat de werkgever echter weten dat het aanbod is vervallen, omdat de werknemer vanwege het aangeboden salaris niet bereid zou zijn geweest om de arbeidsovereenkomst te ondertekenen.
 
Uitspraak
De kantonrechter oordeelt allereerst dat tussen partijen geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tot stand is gekomen, omdat zij nog geen overeenstemming hebben bereikt over het salaris, zijnde een van de essentialia van de arbeidsovereenkomst. Wel is de kantonrechter van mening dat het afbreken van de onderhandelingen door de werkgever naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De inzet van de onderhandelingen vormde in feite geen breekpunt voor de werknemer en de werkgever had toegezegd het salaris te bespreken in het managementteam. Mede gelet op de grote en onverwachte gevolgen voor de werknemer stond het de werkgever derhalve niet vrij om de onderhandelingen af te breken. Door zijn handelen is de werkgever schadeplichtig. De schade van de werknemer bestaat ten minste uit het verschil tussen het salaris dat was aangeboden en de door hem ontvangen WW-uitkering. Daarnaast wordt de werknemer in de gelegenheid gesteld aanvullende schade te onderbouwen.
 
Aanwijzing
Overeenkomsten komen veelal tot stand als resultaat van een (langdurig) onderhandelingsproces. Gedurende dit proces kunnen partijen allerlei 'beren op de weg' tegenkomen op grond waarvan een der partijen het onderhandelingsproces wenst te beëindigen. De vraag is echter tot op welk moment dat is toegestaan. Als maatstaf voor de beantwoording van deze vraag heeft - kort gezegd - te gelden dat partijen vrij zijn de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in de totstandkoming van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden onaanvaardbaar zou zijn. In navolging van de Hoge Raad heeft de kantonrechter in bovenvermelde zaak geoordeeld dat van een gerechtvaardigd vertrouwen in de totstandkoming van een overeenkomst niet snel sprake is. Daarvoor is in ieder geval noodzakelijk dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de essentialia van de overeenkomst. Deze opvatting strookt ook met het fundamentele beginsel van contractsvrijheid.
 
Zolang de handtekeningen nog niet zijn gezet, is er dus niet snel sprake van een overeenkomst. Dat wil echter niet zeggen dat het u als werkgever altijd vrijstaat om de onderhandelingen kosteloos af te breken. Indien de werknemer er bijvoorbeeld gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de overeenkomst tot stand zou komen, kunt u als werkgever aansprakelijk worden gesteld voor de schade van werknemer. 
 
Inhoudsopgave
............................................................................................................................................................................

Werknemer schadeplichtig bij proeftijdontslag?
Een werknemer zegt zijn arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd op. Naar opvatting van de werkgever is de werknemer schadeplichtig nu hij een acquisitiegesprek als verkapt sollicitatiegesprek gebruikt heeft om vervolgens bij een beoogde klant in dienst te treden.
 
Feiten
De werknemer was in dienst getreden bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met een proeftijd van twee maanden. Er was geen concurrentie- of relatiebeding overeengekomen. Het was de bedoeling dat de werkgever - een adviesbureau - de werknemer als beleidsadviseur zou detacheren bij klanten. Enkele weken na de indiensttreding heeft de werknemer een afspraak gemaakt met een potentiële klant met als doel een opdracht voor de werkgever te verwerven. Tijdens deze afspraak heeft het waarschijnlijk goed geklikt tussen de werknemer en de beoogde cliënt. De werknemer heeft namelijk vrijwel direct na het gesprek de arbeidsovereenkomst met zijn werkgever, met gebruikmaking van de proeftijd, opgezegd. Vervolgens is de werknemer in dienst getreden bij de potentiële klant.
 
Naar de rechter
De werkgever was hier niet blij mee en stapte naar de rechter. De werkgever vond dat de werknemer zich niet als een goed werknemer had gedragen en vorderde op basis daarvan vergoeding van de schade, bestaande uit kosten van een selectieprocedure, het aan de werknemer betaalde loon en gederfde winst.
 
De Kantonrechter Haarlem heeft de vordering van de werkgever gedeeltelijk toegewezen. Het Hof Amsterdam oordeelde echter in het hoger beroep van de werknemer dat het de werknemer vrij stond om tijdens de proeftijd per direct op te zeggen. Werkgevers nemen een proeftijdbeding in de arbeidsovereenkomst op om een arbeidsovereenkomst met een werknemer, die toch niet geschikt blijkt te zijn voor de functie, snel te kunnen beëindigen. Het nadeel - dat ook werknemers onmiddellijk kunnen opzeggen en werkgevers loon- en selectiekosten kwijt zijn - moeten zij voor lief nemen, aldus het hof.
 
Wat betreft de gederfde winst oordeelde het hof dat het verband tussen de opzegging en de schade die de werkgever vorderde niet voldoende was aangetoond door de werkgever. Het hof achtte het onwaarschijnlijk dat het bedrijf wél klant zou zijn geworden van de werkgever als de werknemer niet was overgestapt. Het bedrijf had namelijk aangegeven dat zij niet met externe adviseurs werkt en dat zij dus niet met de werkgever zaken had willen doen.
 
De Hoge Raad heeft de uitspraak van het hof in stand gelaten en dus geoordeeld dat de werknemer niet schadeplichtig was. In het arrest van de Hoge Raad wordt wel benadrukt dat de eisen van goed werkgever- en werknemerschap ook tijdens de proeftijd gelden. De Hoge Raad is alleen niet toegekomen aan de beoordeling of sprake was van "slecht werknemerschap" omdat de werkgever het verband tussen de opzegging en de schade (gederfde winst) niet voldoende had aangetoond. Het is niet ondenkbaar dat, indien de werkgever dit verband wel had kunnen aantonen, de werknemer wel schadeplichtig zou zijn geweest ten aanzien van de gederfde winst.
 
Tot slot
In deze kwestie waren de werkgever en de werknemer geen concurrentie- of relatiebeding overeengekomen. Het is aan te raden een dergelijk beding wel op te nemen; dit had de werknemer er wellicht van weerhouden om bij de potentiële klant in dienst te treden en dan had de werkgever niet zo'n zure nasmaak gehad. 
 
Inhoudsopgave
............................................................................................................................................................................

Vernietiging van een beëindigingsovereenkomst
Een beëindigingsovereenkomst zal niet vaak geheel of gedeeltelijk worden vernietigd. Dat betekent echter niet, dat door de werkgever "ongestraft" onjuiste mededelingen kunnen worden gedaan die er toe leiden dat de werknemer een beëindigingsovereenkomst aangaat, die hij anders niet, of niet op dezelfde voorwaarden, zou hebben gesloten. Dit blijkt uit de uitspraak van de Kantonrechter Lelystad van 12 december 2008.
 
Feiten
De werknemer is op 1 mei 2007 bij de werkgever in dienst getreden als verkoopadviseur. Op 26 juni 2008 tekenden partijen een beëindigingsovereenkomst. De arbeidsovereenkomst is vervolgens op 1 juli 2008 beëindigd. De werkgever heeft de werknemer een half maandsalaris als beëindigingsvergoeding betaald.
 
Bij brief van 24 september 2008 heeft de werknemer de beëindigingsovereenkomst (buitenrechtelijk) vernietigd op grond van bedrog en/of dwaling. De werknemer vordert vervolgens in kort geding doorbetaling van loon. De werknemer stelt dat hij de beëindigingsovereenkomst enkel heeft ondertekend omdat de werkgever had aangegeven dat de onderneming - na afhandeling van de lopende zaken - gestaakt zou worden. De werkgever had de werknemer namelijk laten weten dat een onmiddellijke beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst noodzakelijk was om een dreigend faillissement af te wenden en een beëindigingsvergoeding veilig te stellen. Achteraf bleek het de werknemer dat de onderneming toch was voortgezet. Als hij dat had geweten zou hij niet met een beëindiging van de arbeidsovereenkomst hebben ingestemd.
 
De werkgever verweert zich door te stellen dat de werknemer toch had moeten begrijpen dat een bedrijf niet van de ene op de andere dag kan worden stilgelegd, maar dat activiteiten dienen te worden afgebouwd. Volgens de werkgever is dat ook wat er sinds juli 2008 gebeurt. De beperkte activiteiten die nog worden ontplooid, vinden slechts plaats in een poging om het verlies te beperken.
 
Uitspraak
De kantonrechter stelt de werknemer in het gelijk. De kantonrechter ziet niet in waarom de werknemer daadwerkelijk wist of had moeten begrijpen dat, in tegenstelling tot wat expliciet in de beëindigingsovereenkomst staat vermeld, van een directe beëindiging van activiteiten geen sprake zou zijn. De kantonrechter concludeert dat met redelijke mate van zekerheid kan worden aangenomen dat de vernietiging van de beëindigingsovereenkomst door de werknemer in een bodemprocedure stand zal houden. Voor dit moment oordeelt de kantonrechter daarom dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet is geëindigd op 1 juli 2008, maar is doorgelopen tot 1 november 2008, de datum waarop hij elders in dienst is getreden. De loonvordering van de werknemer wordt toegewezen.
 
Vergelijkbaar
Een eenmaal gesloten beëindigingsovereenkomst kan ook worden aangetast indien komt vast te staan dat deze op grond van misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen.
 
Misbruik van omstandigheden kan bijvoorbeeld aan de orde zijn indien een werknemer onder grote druk is gezet om binnen een zeer korte tijd een beëindigingsovereenkomst te ondertekenen. Verder kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de situatie dat een wegens psychische klachten arbeidsongeschikte werknemer in gesprekken duidelijk maakt enkel bereid te zijn in te stemmen met beëindiging van haar arbeidsovereenkomst indien haar inkomen zeker wordt gesteld. Indien de werkgever de werknemer daarop meedeelt dat de werknemer een werkloosheids- of ziektewetuitkering zal ontvangen, komt het eventuele risico dat deze mededeling onjuist blijkt te zijn, voor rekening van de werkgever.
 
Kortom
Indien een werknemer in overleg met een werkgever voor hem nadelige stappen zet, zeker wanneer deze zo "radicaal" zijn als het sluiten van een beëindigingsovereenkomst, drukt op de werkgever in beginsel een informatieplicht. Deze informatieplicht is sterker indien de werknemer zich niet laat bijstaan door een (juridisch) gemachtigde. Daarnaast geldt dat een werkgever niet "ongestraft" onjuiste mededelingen kan doen die bijdragen tot het aangaan van een beëindigingsovereenkomst die de werknemer anders niet, of niet op dezelfde voorwaarden, zou hebben gesloten. Zowel voor de werkgever als de werknemer is het raadzaam in het kader van de totstandkoming van een beëindigingsovereenkomst juridisch advies in te winnen. 

Inhoudsopgave
............................................................................................................................................................................

Vergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag
In een kennelijk onredelijk ontslagprocedure heeft de kantonrechter de vrijheid om een schadevergoeding aan de werknemer toe te kennen wanneer hij het ontslag kennelijk onredelijk acht. Over de vraag of bij de berekening van deze vergoeding de kantonrechtersformule als uitgangspunt dient te worden genomen, bestaat sinds geruime tijd discussie. Het Gerechtshof Den Haag lijkt daar nu enige duidelijkheid over te hebben gegeven door hierover op 14 oktober 2008 in zeven zaken uitspraak te doen.
 
In deze zaken ging het om werkgevers die met toestemming van de CWI (thans UWV WERKbedrijf) hun werknemers hadden ontslagen zonder of met toekenning van een lage vergoeding. De werknemers meenden dat het ontslag in hun geval onredelijk was, wilden daarvoor financieel worden gecompenseerd en startten een kennelijk onredelijke ontslagprocedure bij de kantonrechter.
 
Indien een kantonrechter een werknemer in een ontbindingsprocedure een vergoeding toekent, stelt hij deze vergoeding doorgaans vast aan de hand van de daarvoor speciaal in het leven geroepen kantonrechtersformule. Bij een kennelijk onredelijk ontslagprocedure kan de rechter eveneens bepalen dat een ontslagvergoeding op zijn plaats is. Het betreft hier een schadevergoeding 'als pleister op de wond voor het ontslag als zodanig'. De wetgever heeft hierbij gekozen voor het systeem van schadevergoeding naar billijkheid.
 
In toenemende mate wordt bij de bepaling van de vergoeding in kennelijk onredelijk ontslagprocedures de kantonrechtersformule gehanteerd. De gerechtshoven stonden hier in principe altijd afwijzend tegenover, maar het Hof Den Haag heeft nu uit het oogpunt van rechtseenheid bepaald dat deze formule toch als uitgangspunt dient te gelden.
 
Volgens het Hof Den Haag dient de uitkomst van de kantonrechtersformule vervolgens te worden verlaagd met 30%. Wanneer deze 30% minder dan één maandsalaris bedraagt, is de korting gelijk aan één maandsalaris. Het hof meent dat de korting op de formule gerechtvaardigd is vanwege het verschil tussen beide procedures. Zo volgt de kennelijk onredelijk ontslagprocedure meestal na een CWI-procedure waarbij de ontslagreden reeds door de CWI is getoetst. Indien de CWI vervolgens toestemming aan de werkgever verleent om de arbeidsovereenkomst op te zeggen, dient de werkgever ook nog de opzegtermijn in acht te nemen. De ontbindingsprocedure daarentegen is een snelle procedure waarbij geen toetsing van de ontslagreden door de CWI plaatsvindt. Overigens merkt het hof nog op dat het besluit om voortaan de kantonrechtersformule toe te passen, niet automatisch leidt tot een toekenning van een vergoeding in alle gevallen. Er is immers niet altijd sprake van een kennelijk onredelijk ontslag indien het ontslag heeft plaatsgevonden zonder vergoeding.
 
Het is de vraag of de andere gerechtshoven de ingezette koers van het Hof Den Haag zullen volgen. Het Hof Leeuwarden heeft zich van de uitspraken van het Hof Den Haag in ieder geval niets aangetrokken. Dit hof besliste namelijk op 16 december 2008 in (het hoger beroep van) een kennelijk onredelijk ontslagprocedure dat bij de bepaling van de vergoeding niet zou worden uitgegaan van de kantonrechtersformule omdat deze formule speciaal geschreven is voor het vaststellen van een vergoeding in een ontbindingsprocedure. We wachten met spanning op uitspraken van de andere hoven en de Hoge Raad. Uiteraard zullen wij u op de hoogte houden. 
 
Inhoudsopgave