Arbeidsrecht - maart 2007

De digitale nieuwsbrief van de vakgroep Arbeidsrecht van AKD verschijnt eens in de twee maanden en biedt u een overzicht van recente en belangrijke ontwikkelingen in de praktijk.

In deze nieuwsbrief:

  • De kantonrechtersformule: leeftijd afronden?
    Onlangs heeft het Hof Arnhem in een uitspraak van 17 oktober 2006 uitleg gegeven aan de kantonrechtersformule. In deze zaak hadden de curator en de vakbond onenigheid over de uitleg van het begrip 'aantal gewogen dienstjaren': de factor A uit de formule. De vraag was of ook de leeftijd, net zoals het aantal dienstjaren, naar boven dient te worden afgerond. Lees verder »

  • Werkgevers opgelet voor de burn-out!
    Werkgevers kunnen aansprakelijk worden gesteld voor de schade die een werknemer oploopt door een burn-out. Dit blijkt onder meer uit een uitspraak van de Kantonrechter Heerlen, die onlangs aan een werknemer een schadevergoeding toekende. De hoogte hiervan moet nog worden vastgesteld. Lees verder »

  • Nieuwe Pensioenwet vergt aanpassing arbeidsovereenkomst
    Op 1 januari 2007 is de nieuwe Pensioenwet van kracht geworden. De werkgever is voortaan verplicht om de werknemer binnen één maand na indiensttreding schriftelijk te informeren of hij de werknemer wel of geen aanbod doet tot het sluiten van een pensioenovereenkomst. Lees verder »

  • Geldigheid concurrentiebeding bij functiewijziging
    Op 5 januari 2007 heeft de Hoge Raad een tweetal opmerkelijke uitspraken gedaan over de geldigheid van een concurrentiebeding bij een functiewijziging. In genoemde uitspraken heeft de Hoge Raad bepaald dat een concurrentiebeding niet per definitie opnieuw met een werknemer moet worden overeengekomen op het moment dat een ingrijpende functiewijziging plaatsvindt. Lees verder »

  • Arbodienst draait op voor schade werkgever!
    In een recente uitspraak van het Hof Amsterdam is een arbodienst veroordeeld tot het vergoeden van de door een werkgever geleden schade, omdat de arbodienst een arbeidsongeschikte werknemer van de werkgever niet adequaat had begeleid. Lees verder »

............................................................................................................................................................................

De kantonrechtersformule: leeftijd afronden?

Onlangs heeft het Hof Arnhem in een uitspraak van 17 oktober 2006 uitleg gegeven aan de kantonrechtersformule. In deze zaak hadden de curator en de vakbond onenigheid over de uitleg van het begrip 'aantal gewogen dienstjaren': de factor A uit de formule. De vraag was of ook de leeftijd, net zoals het aantal dienstjaren, naar boven dient te worden afgerond.

De kantonrechtersformule berekent de vergoeding die de werknemer onder omstandigheden mee kan krijgen bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De hoogte van de ontbindingsvergoeding wordt bepaald volgens de formule A x B x C. Hierbij staat A voor het gewogen aantal dienstjaren, B voor de beloning en C voor de correctiefactor. Bij de berekening van factor A wordt de diensttijd afgerond op hele dienstjaren. De dienstjaren worden afgerond naar boven indien een werknemer zes maanden en één dag in een jaar heeft gewerkt. Vervolgens worden deze jaren gewogen, waarbij de dienstjaren tot en met het 40ste levensjaar voor 1 meetellen, de dienstjaren vanaf het 41ste tot en met het 50ste levensjaar voor 1,5 en die vanaf het 51ste levensjaar voor 2. In de toelichting op de kantonrechtersformule is een rekenvoorbeeld gegeven van een 54 jarige werknemer die 17 jaar heeft gewerkt: A = (3 x 1) + (10 x 1,5) + (4 x 2) = 26.

In de zaak bij het Hof Arnhem was er tussen partijen discussie ontstaan of naast het aantal dienstjaren, ook de leeftijd behoort te worden afgerond. De vakbond was van mening dat indien een werknemer na zijn 40e respectievelijk zijn 50ste verjaardag, zes maanden en één dag heeft gewerkt, er al sprake is van een anderhalf dan wel van een dubbel tellend dienstjaar. Deze taalkundige uitleg van de kantonrechtersformule vloeit voort uit een letterlijke interpretatie van het in de formule gehanteerde begrip 'levensjaren'. Op basis van het begrip levensjaar zit een werknemer, die 50 jaar oud is, al in zijn 51ste levensjaar en zou het volgens de vakbond gerechtvaardigd zijn dit jaar, indien hierin door de werknemer zes maanden en één dag is gewerkt, naar boven af te ronden en dus voor twee te laten meetellen.

Het Hof overweegt dat uit de tekst en toelichting op de kantonrechtersformule duidelijk blijkt dat de dienstjaren moeten worden afgerond op hele jaren, echter dat voor het afronden van de leeftijd naar boven geen grond kan worden gevonden. Het Hof houdt dan ook vast aan een rekenkundige uitleg van de formule, die ook in het rekenvoorbeeld bij de toelichting is gegeven. Naar het oordeel van het Hof betekent dit dat bij de weging van de individuele dienstjaren slechts rekening dient te worden gehouden met de afgeronde jaren, gewerkt vanaf het moment dat de werknemer de 41ste of 51ste leeftijd heeft bereikt. Voor een afronding van de leeftijd van de werknemer op de datum van de ontbinding van de arbeidsovereenkomst is daarnaast geen plaats.

Het Hof Arnhem bevestigt de gangbare interpretatie van de kantonrechtersformule. Pas als de werknemer 41 respectievelijk 51 jaar oud is geworden, kan een jaar voor 1,5 of 2 worden meegeteld. Met deze uitspraak van het Hof Arnhem wordt weer bevestigd dat er geen plaats is voor de werknemersvriendelijke berekeningswijze van de kantonrechtersformule, zoals die jarenlang door de gemachtigden die de werknemers bijstonden, werd verdedigd.

Met behulp van de link bij deze nieuwsbrief kunt u op een eenvoudige wijze de correcte kantonrechtersformule berekenen.

Indien u vragen heeft of advies wilt krijgen over de kantonrechtersformule kunt u contact opnemen met de nieuwsbriefredactie.

Terug naar inhoudsopgave.

............................................................................................................................................................................

Werkgevers opgelet voor de burn-out!

Werkgevers kunnen aansprakelijk worden gesteld voor de schade die een werknemer oploopt door een burn-out. Dit blijkt onder meer uit een uitspraak van de Kantonrechter Heerlen, die onlangs aan een werknemer een schadevergoeding toekende. De hoogte hiervan moet nog worden vastgesteld.

In december 2006 heeft de Kantonrechter Heerlen een opvallend vonnis gewezen in het kader van burn-outs van werknemers. In deze zaak ging het om een werknemer die stelde door ernstige overbelasting in zijn werk een burn-out te hebben opgelopen en depressieve klachten te hebben gekregen. De ernstige overbelasting bestond uit zeer onregelmatige werktijden, structurele onderbezetting, veel overwerk, een onverantwoord hoog werktempo en geen begrip van leidinggevenden. De werkgever zou zijn tekortgeschoten in zijn zorgplicht, hetgeen betwist werd door de werkgever. De door de kantonrechter benoemde deskundige kwam in zijn rapport echter tot de conclusie dat de burn-out van de werknemer werkgerelateerd was.

Op basis van het rapport van de deskundige concludeerde de kantonrechter, dat de werknemer erin was geslaagd om aan te tonen dat hij schade had geleden in de uitoefening van de werkzaamheden. Het was vervolgens aan de werkgever om te bewijzen dat de conclusie van de deskundige niet de juiste was en hij wel degelijk aan zijn zorgplicht had voldaan. De kantonrechter oordeelde uiteindelijk dat de werkgever niet in zijn tegenbewijs geslaagd was en zodoende aansprakelijk was voor de burn-out van de werknemer. Over de hoogte van de schadevergoeding wordt thans nog geprocedeerd.

Volgens sommige deskundigen biedt de uitspraak van de Kantonrechter Heerlen mogelijk goede aanknopingspunten voor andere gevallen van burn-out. In de praktijk blijkt het echter vaak moeilijk voor de werknemer om aan te tonen of, en zo ja, in welke mate de werkgever verantwoordelijk is voor de bij de werknemer opgetreden klachten. Immers, het is zeer lastig vast te stellen in welke mate arbeidsomstandigheden hebben bijgedragen aan het ontstaan van een burn-out. De bewuste klachten kunnen namelijk evengoed voortvloeien uit een omstandigheid die voor risico van de werknemer komt, zoals genetische aanleg of van buitenaf komende oorzaken.

Dat betekent echter niet dat de werkgever rustig achterover kan leunen. Ook de werkgever zal moeten aantonen dat hij díe maatregelen heeft genomen, die van hem kunnen worden verwacht in het kader van zijn zorgplicht.

Het is in ieder geval duidelijk dat de werkgevers alert moeten zijn op de burn-out. Bij enige twijfel over de zorgplicht van de werkgever of over zaken die verband houden met een (mogelijke) burn-out bevelen wij u aan de arbodienst en zonodig het UWV in te schakelen.

Voor meer informatie en advies kunt u contact opnemen met de nieuwsbriefredactie.

Terug naar inhoudsopgave.

............................................................................................................................................................................

Nieuwe Pensioenwet vergt aanpassing arbeidsovereenkomst

Op 1 januari 2007 is de nieuwe Pensioenwet van kracht geworden. De werkgever is voortaan verplicht om de werknemer binnen één maand na indiensttreding schriftelijk te informeren of hij de werknemer wel of geen aanbod doet tot het sluiten van een pensioenovereenkomst.

De Pensioenwet schrijft voor dat de werkgever een nieuwe werknemer binnen één maand na indiensttreding schriftelijk moet informeren of hij de werknemer al dan niet een aanbod tot het sluiten van een pensioenovereenkomst zal doen. De pensioenovereenkomst vervangt als het ware de oude 'pensioentoezegging'.

Wanneer de werknemer nog niet voldoet aan de voorwaarden voor deelname aan de pensioenregeling, omdat hij bijvoorbeeld nog geen 21 jaar is (deze leeftijdsgrens is ingevolge de Pensioenwet toegestaan) of omdat er een wachttijd geldt, moet de werkgever dat melden aan de werknemer.

Om als werkgever aan deze verplichting te voldoen, is het aan te raden om in de arbeidsovereenkomst uitdrukkelijk aan te geven of de werknemer wel of juist (nog) geen aanbod wordt gedaan tot het sluiten van een pensioenovereenkomst.

Wanneer de werkgever verzuimt de werknemer tijdig te informeren, wordt de werkgever geacht de werknemer een onherroepelijk aanbod tot het sluiten van een pensioenovereenkomst te hebben gedaan. Het verdient dus aanbeveling om de arbeidsovereenkomst op dit punt aan te (laten) passen. Gedacht kan worden aan het opnemen van een bepaling waarin expliciet staat vermeld of de werknemer wel of (nog) geen aanbod tot het sluiten van een pensioenovereenkomst wordt gedaan. Op die manier voorkomt u dat u achteraf wordt geacht een onherroepelijk aanbod tot het sluiten van een pensioenovereenkomst te hebben gedaan.

Mocht u om een dergelijke bepaling verlegen zitten, aarzelt u dan niet contact met ons op te nemen.

Terug naar inhoudsopgave.

............................................................................................................................................................................

Geldigheid concurrentiebeding bij functiewijziging

Op 5 januari 2007 heeft de Hoge Raad een tweetal opmerkelijke uitspraken gedaan over de geldigheid van een concurrentiebeding bij een functiewijziging. In genoemde uitspraken heeft de Hoge Raad bepaald dat een concurrentiebeding niet per definitie opnieuw met een werknemer moet worden overeengekomen op het moment dat een ingrijpende functiewijziging plaatsvindt.

Op grond van oude rechtspraak van de Hoge Raad dient een concurrentiebeding opnieuw schriftelijk met een werknemer te worden overeengekomen wanneer bij een ingrijpende wijziging in de arbeidsverhouding het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder gaat drukken. Met 'aanmerkelijk zwaarder drukken' wordt bedoeld dat de werknemer meer dan voorheen wordt beperkt om na het einde van het dienstverband elders werkzaam te zijn. Is het beding niet opnieuw aangegaan na de wijziging in de arbeidsrelatie, dan heeft het verder geen werking meer.

In de lagere rechtspraak is tot op heden vaak aangenomen dat een concurrentiebeding door een ingrijpende wijziging in de functie van de werknemer (bijna automatisch) zwaarder gaat drukken en aldus opnieuw schriftelijk met de werknemer moet worden overeengekomen. Bij de beantwoording van de vraag of er sprake is van een ingrijpende functiewijziging wordt in de lagere rechtspraak onder meer van belang geacht of het salaris en/of het takenpakket van de betreffende werknemer door de functiewijziging ingrijpend zijn/is veranderd.

De Hoge Raad heeft in zijn arresten van 5 januari 2007, welke overigens twee verschillende werknemers bij dezelfde werkgever betroffen, aangegeven dat een concurrentiebeding inderdaad zijn gelding kán verliezen bij een ingrijpende functiewijziging, maar dat dit niet zonder meer het geval is.

De Hoge Raad onderscheidt bij de beantwoording van de vraag of het concurrentiebeding opnieuw schriftelijk moet worden overeengekomen twee stappen. Allereerst moet gekeken worden of het gaat om een ingrijpende functiewijziging. Is dat het geval dan moet de vraag beantwoord worden of deze wijziging tot gevolg heeft dat het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder op de arbeidsrelatie is gaan drukken. In dat kader zal de rechter moeten onderzoeken of, en zo ja, in hoeverre en in welke mate, de wijziging de werknemer na beëindiging van het dienstverband zal belemmeren een nieuwe gelijkwaardige werkkring te vinden. Dit hoeft dus niet altijd het geval te zijn. Het is goed mogelijk dat de werknemer een ingrijpende functieverandering ondergaat terwijl zijn concurrentiebeding niet (aanmerkelijk) zwaarder gaat drukken. In een dergelijk geval hoeft een concurrentiebeding niet opnieuw schriftelijk te worden overeengekomen: het 'oude' beding blijft dan gewoon geldig.

Het concurrentiebeding hoeft dus niet meer per definitie opnieuw te worden overeengekomen bij een ingrijpende functiewijziging. Hoewel de Hoge Raad de werkgever met deze benadering tegemoetkomt, adviseren wij u om bij een ingrijpende functiewijziging het concurrentiebeding toch opnieuw schriftelijk met de werknemer overeen te komen. Temeer, omdat niet valt uit te sluiten dat lagere rechters zich niet (geheel) zullen richten naar de zienswijze van de Hoge Raad.

Voor meer informatie en advies kunt u contact opnemen met de nieuwsbriefredactie.

Terug naar inhoudsopgave.

............................................................................................................................................................................

Arbodienst draait op voor schade werkgever!

In een recente uitspraak van het Hof Amsterdam is een arbodienst veroordeeld tot het vergoeden van de door een werkgever geleden schade, omdat de arbodienst een arbeidsongeschikte werknemer van de werkgever niet adequaat had begeleid.

In deze zaak bestond tussen de werkgever en de arbodienst een overeenkomst met betrekking tot de verzuimbegeleiding door de arbodienst tegen betaling van een vergoeding door de werkgever. De arbodienst werd op enig moment verzocht om een arbeidsongeschikte werknemer van de werkgever te begeleiden, zodat de duur van de arbeidsongeschiktheid zo beperkt mogelijk kon blijven. De werkgever heeft vervolgens gedurende de arbeidsongeschiktheid van de werknemer meerdere malen gevraagd om een rapportage van de arbodienst met betrekking tot de voortgang van de reïntegratie van deze arbeidsongeschikte werknemer. De arbodienst heeft aan deze verzoeken eenmaal gehoor gegeven. Bovendien gebeurde dit pas vier maanden na de ziekmelding van de werknemer. Vervolgrapportages zijn uitgebleven. Vervolgens is gebleken dat de arbodienst geen probleemanalyse en ook geen reïntegratieplan voor de werknemer had opgesteld. Dit was niet in overeenstemming met de afspraken die de arbodienst met de werkgever had gemaakt. De werkgever vorderde de loonschade die hij had geleden als gevolg van de ondeugdelijke verzuimbegeleiding van de arbodienst, alsook de overige kosten die hij door de ondermaatse prestaties van de arbodienst had gemaakt.

De werkgever stelde terecht dat hij als gevolg van het verzuim van de arbodienst loonschade heeft geleden, aldus het Amsterdamse Hof. Het Hof achtte de arbodienst aansprakelijk voor deze schade, nu was komen vast te staan dat de arbodienst was tekortgeschoten in haar verplichtingen, die voortvloeiden uit haar overeenkomst met de werkgever. De hoogte van de schade zal nog in een aparte procedure worden bepaald.

Uit bovengenoemde uitspraak blijkt dat het loont om duidelijke afspraken te maken met een arbodienst. Wij adviseren u om deze afspraken schriftelijk vast te leggen.

Voor meer informatie en advies kunt u contact opnemen met de nieuwsbriefredactie.

Terug naar inhoudsopgave