Arbeidsrecht - juli 2009

Hierbij ontvangt u de digitale nieuwsbrief van de vakgroep Arbeidsrecht van AKD. De nieuwsbrief verschijnt eens in de twee maanden en biedt u een overzicht van recente en belangrijke ontwikkelingen in de praktijk.

In deze nieuwsbrief  

  • Opgelet bij het formuleren van de ontslaggrond!
    Een schoonmaker van telefooncellen wordt op staande voet ontslagen. De werkgever vermeldt in de ontslagbrief (onder meer) 'fraude met dagrapporten' als dringende reden. Dient bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het ontslag uitgegaan te worden van de letterlijke uitleg van de geformuleerde dringende reden? De Hoge Raad heeft hier onlangs over geoordeeld. » lees verder

  • Collectief ontslag via de kantonrechter?
    Indien een werkgever van plan is twintig of meer werknemers te ontslaan, is de Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO) van toepassing. Een ontslag met toepassing van de regels uit deze wet vergt echter veel tijd en is daarom kostbaar. Voor werkgevers die sneller een collectief ontslag willen doorvoeren, lijkt een alternatief voorhanden. » lees verder

  • Kan de werkgever invloed uitoefenen op de gezondheid van de werknemer?
    Ongezonde werknemers kunnen zorgen voor een lagere productiviteit, terwijl zieke werknemers (naast de gebruikelijke loonkosten) ook nog eens veel geld kosten in verband met re-integratie-inspanningen. De werkgever heeft dus een bedrijfseconomisch belang bij gezonde werknemers. In hoeverre kunt u hierop als werkgever invloed uitoefenen? » lees verder

  • Overgang van onderneming; werknemersbescherming gaat ver
    Als een onderneming of een onderdeel daarvan overgaat van de ene ondernemer ('vervreemder') naar de andere ondernemer ('verkrijger'), kan er sprake zijn van overgang van onderneming. In dat geval gaan de rechten en verplichtingen die op dat moment voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst van een bij de vervreemder werkzame werknemer over op de verkrijger. Is er sprake van overgang van onderneming als de activiteiten van de overgedragen onderneming worden geïntegreerd in het bedrijf van de verkrijger? » lees verder

  • Een op handen zijnde reorganisatie? Medezeggenschap kan verplicht zijn, ook al is geen OR aanwezig
    Casus: een notariskantoor verkeert door een sterk teruglopende omzet in ernstige financiële problemen. Besloten wordt om te reorganiseren, waarbij voor 15 van de 60 werknemers een ontslagvergunning wordt aangevraagd bij het UWV Werkbedrijf. Omdat bij het notariskantoor geen ondernemingsraad aanwezig is, is over het voorgenomen besluit tot reorganisatie geen advies gevraagd. » lees verder

............................................................................................................................................................................

Opgelet bij het formuleren van de ontslaggrond!
Een schoonmaker van telefooncellen wordt op staande voet ontslagen. De werkgever vermeldt in de ontslagbrief (onder meer) 'fraude met dagrapporten' als dringende reden. Dient bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het ontslag uitgegaan te worden van de letterlijke uitleg van de geformuleerde dringende reden? De Hoge Raad heeft hier onlangs over geoordeeld.
 
Feiten
De functie van schoonmaker bestaat uit het schoonmaken van telefooncellen. Op een door de werkgever verstrekt dagrapport dient de werknemer dagelijks de door hem verrichte werkzaamheden en de begin- en eindtijd hiervan te noteren. Op een bepaald moment ontdekt de werkgever dat de werknemer op de dagrapporten onjuistheden heeft ingevuld en ontslaat hem op staande voet. In de brief waarin het ontslag is bevestigd, wordt als dringende reden door de werkgever vermeld dat de werknemer de dagrapporten niet correct heeft ingevuld. De werkgever beschrijft in de brief uitgebreid de voorvallen en omschrijft het gedrag van de werknemer als 'dagrapportenfraude'.
 
Procedure
De werknemer stapt naar de rechter en vordert dat het ontslag op staande voet nietig wordt verklaard, omdat er geen sprake is van een dringende reden. De kantonrechter en het hof hebben de vordering afgewezen. Het hof geeft aan - in tegenstelling tot de werknemer - dat het niet van belang is of het niet correct invullen van de tijden op de dagrapporten al dan niet als 'fraude' in strafrechtelijke zin kan worden aangemerkt. Het hof is van oordeel dat de essentie is dat de werknemer de begin- en eindtijden van de werkzaamheden per object niet correct heeft ingevuld, terwijl hij wist of had moeten weten dat hij dit wel moest doen.
 
De werknemer gaat in cassatie bij de Hoge Raad. De werknemer voert aan dat bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het ontslag uitgegaan dient te worden van de aan de werknemer medegedeelde dringende reden. Hij is van mening dat, omdat in de ontslagbrief over het begrip 'fraude' wordt gesproken, dit begrip essentieel onderdeel uitmaakt van de dringende reden. Nu het 'sjoemelen' met de dagrapporten volgens de werknemer niet als fraude in strafrechtelijke zin kan worden aangemerkt, kan dit essentiële onderdeel van de dringende reden niet worden aangetoond en zou er dus geen sprake zijn van een dringende reden.
 
De Hoge Raad is echter van mening dat het hof niet heeft miskend dat de aan de werknemer medegedeelde dringende reden de ontslaggrond fixeert, maar dat het hof de gestelde 'fraude' heeft uitgelegd zoals de werkgever deze bedoelde; het bewust onjuist invullen van dagrapporten. De klacht van de werknemer kan aldus niet tot cassatie leiden.
 
Tot slot De Hoge Raad heeft in de hierboven beschreven zaak aangegeven dat de medegedeelde dringende reden niet altijd letterlijk dient te worden uitgelegd. Blijf echter behoedzaam met het vermelden van een strafrechtelijk begrip (bijvoorbeeld diefstal) bij het formuleren van de dringende reden. Er kunnen namelijk zwaardere eisen gelden. In deze zaak had de werkgever echter de fraude zo uitgebreid beschreven in de ontslagbrief dat er geen twijfel over kon bestaan wat hiermee bedoeld werd. Indien de omschrijving echter wel ruimte voor twijfel had gelaten over de precieze bedoeling, zou dit wel eens anders kunnen zijn geweest.
 

Inhoudsopgave

............................................................................................................................................................................

Collectief ontslag via de kantonrechter?
Indien een werkgever van plan is twintig of meer werknemers te ontslaan, is de Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO) van toepassing. Een ontslag met toepassing van de regels uit deze wet vergt echter veel tijd en is daarom kostbaar. Voor werkgevers die sneller een collectief ontslag willen doorvoeren, lijkt een alternatief voorhanden.
 
Ingevolge de WMCO dient een werkgever, voordat hij de ontslagvergunning bij het UWV Werkbedrijf (hierna: UWV) kan aanvragen, zijn voornemen tot reorganiseren te melden bij de vakbonden en het UWV. Eerst na een wachtperiode van één maand voor overleg met de vakbonden over de sociale gevolgen voor de werknemers, wordt de aanvraag van de werkgever door het UWV in behandeling genomen. De UWV procedure neemt twee tot drie maanden in beslag. Nadat het UWV de vergunning heeft verleend, kunnen de dienstverbanden worden opgezegd. De salarissen dienen gedurende de procedure en de opzegtermijn te worden doorbetaald.
 
In een recente kwestie wilde een werkgever het dienstverband van 26 werknemers beëindigen. In plaats van de aangewezen route via het UWV te volgen wendde de werkgever zich tot de Kantonrechter Amersfoort met het verzoek de arbeidsovereenkomsten te ontbinden op grond van economische omstandigheden. De werkgever trachtte hiermee de WMCO te omzeilen. De kantonrechter nam de verzoeken in behandeling en ontbond de dienstverbanden. Hij kende de werknemers voorts een lage vergoeding toe vanwege de slechte financiële situatie van de werkgever.
 
Door de dienstverbanden te ontbinden, heeft de kantonrechter feitelijk toegestaan dat de werkgever het collectief ontslag zonder bemoeienis van de vakbonden noch van de medewerkers heeft kunnen doorvoeren. In onderhavig geval was er geen ondernemingsraad actief omdat er 'onvoldoende interesse was van de zijde van de werknemers', aldus de werkgever. Deze gang van zaken is echter in strijd met de WMCO en de Wet op de ondernemingsraden (WOR) en doet geen recht aan de overwegend grote belangen van de medewerkers in dit soort trajecten.
 
De kantonrechter erkende dat de werkgever in strijd handelde met de WMCO en de WOR en meende dat de werkgever hiervoor gesanctioneerd diende te worden door middel van een hogere vergoeding voor de werknemers. De kantonrechter stelde de vergoeding echter vervolgens weer naar beneden bij gezien de financiële situatie van de werkgever.
 
De uitspraak is opmerkelijk omdat kantonrechters ontbindingsverzoeken ingeval van een collectief ontslag normaliter plegen af te wijzen dan wel aan te houden voor overleg met de vakbonden. De kantonrechter had de zaak dan ook - kort - dienen aan te houden om alsnog overleg met de vakbonden en de medewerkers mogelijk te maken. In dat geval zou aansluiting worden gezocht bij de systematiek van de WMCO en de WOR zodat de medewerkers niet gedupeerd worden door de keuze van de werkgever voor een bepaalde procedure.
 
De werkgever heeft in deze zaak geluk gehad. Hoewel hij in eerste instantie de werknemers een hogere vergoeding diende te betalen wegens het niet naleven van de wettelijke voorschriften, is deze vanwege zijn financiële noodsituatie weer verlaagd. Hoewel wij onze vraagtekens zetten bij de wijze waarop de kantonrechter te werk is gegaan, blijkt dat het hier wel geloond heeft deze weg te bewandelen. Indien u eveneens te maken krijgt met een collectief ontslag, aarzelt u dan niet contact met ons op te nemen zodat wij samen met u de beste route kunnen onderzoeken.
 

Inhoudsopgave

............................................................................................................................................................................

Kan de werkgever invloed uitoefenen op de gezondheid van de werknemer?
Ongezonde werknemers kunnen zorgen voor een lagere productiviteit, terwijl zieke werknemers (naast de gebruikelijke loonkosten) ook nog eens veel geld kosten in verband met re-integratie-inspanningen. De werkgever heeft dus een bedrijfseconomisch belang bij gezonde werknemers. In hoeverre kunt u hierop als werkgever invloed uitoefenen?
 
Inleiding
De Sociaal Economische Raad (SER) heeft in een recent advies over preventief gezondheidsbeleid aangegeven dat indien een werknemer door een ongezonde leefstijl aantoonbaar slechter presteert, de werkgever de werknemer daarop mag aanspreken. De SER is daarbij van mening dat leefstijlbeïnvloeding binnen de arbeidsorganisatie geen andere vorm kan hebben dan die van een aanbod aan gezondheidsprogramma's waarvan werknemers al dan niet gebruik kunnen maken. Het aanbod door werkgevers en de deelname van werknemers daaraan berusten op vrijwilligheid.
 
De praktijk leert dat werkgevers zich in het algemeen terughoudend opstellen bij het aanspreken van werknemers op ongezond gedrag. Tot op heden zijn er dan ook niet veel gepubliceerde gerechtelijke uitspraken op dit gebied. De volgende gevallen hebben wel tot een rechtszaak geleid.
 
Jurisprudentie
De eerste uitspraak ging over een werkneemster welke werkzaam was als serveerster in een hotel/casino op Aruba. Het casino voerde een zeer streng anti-drugsbeleid in welk kader de werkneemster een verklaring had ondertekend dat zij aanvaardde dat een positieve alcohol- of drugstest een reden voor ontslag zou kunnen opleveren. Op enig moment werden bij de werkneemster, bij een door de werkgever uitgevoerde drugstest, sporen van cocaïne in het bloed aangetroffen. Na haar weigering om mee te werken aan een rehabilitatieprogramma werd zij vervolgens op staande voet ontslagen. De Hoge Raad oordeelde - kort gezegd - dat cocaïnegebruik in de privésfeer, ongeacht of het gebruik een negatief effect heeft op het werk, kán leiden tot een terecht gegeven ontslag op staande voet. Daarmee is de invloed van de werkgever op de levensstijl van de werknemer een gegeven. Een andere belangrijke conclusie uit dit arrest is dat het een werkgever, binnen bepaalde grenzen, is toegestaan om testen af te nemen.
 
Een andere zaak ging over een vrachtwagenchauffeur die regelmatig arbeidsongeschikt was vanwege tijdens het zaalvoetballen opgelopen blessures. De werkgever weigerde vervolgens om naast de wettelijke 70 procent ook de CAO-aanvulling te betalen, omdat de arbeidsongeschiktheid door schuld van de werknemer zou zijn veroorzaakt. De Hoge Raad en het hof waren het met de werkgever eens. Het hof overwoog dat de werknemer redelijkerwijze had moeten voorzien dat de sportbeoefening tot arbeidsongeschiktheid kon leiden. De werknemer had nagelaten om maatregelen te treffen om dat te voorkomen. De werkgever hoefde de CAO-aanvulling dan ook niet te betalen.
 
Een derde uitspraak betreft een zaak over een scheepskok. In deze zaak bleek bij een herhalingskeuring dat de kok zijn gewicht niet onder controle had en om die reden niet meer aan de keuringseisen voldeed. De werkgever vroeg vervolgens de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Naar het oordeel van de kantonrechter was de ontbinding terecht. De ontbinding was aan de werknemer te wijten, zodat er geen reden voor toekenning van een ontbindingsvergoeding was.
 
Mogelijkheden werkgever
Uit bovengenoemde jurisprudentie volgt aldus dat de werkgever mogelijkheden heeft om invloed uit te oefenen op de levensstijl van zijn werknemers.
 
In de eerste plaats kunnen de werkgever en de werknemer bepalingen in de arbeidsovereenkomst overeenkomen. Zo kan in de arbeidsovereenkomst worden opgenomen dat een werknemer zich onaangekondigd op alcohol- en/of drugsgebruik moet laten testen en welke sancties zullen volgen indien een werknemer hieraan geen medewerking verleent.
 
Daarnaast kunnen afspraken worden neergelegd in CAO-bepalingen. Werkgevers doen er verstandig aan om in de CAO (of in de arbeidsovereenkomst zelf) nadere voorwaarden af te spreken over het recht op aanvulling van de wettelijke verplichte loondoorbetaling bij ziekte.
 
Verder heeft de werkgever de mogelijkheid om gebruik te maken van zijn instructierecht. Zo kan een werkgever een reglement vaststellen met betrekking tot alcohol- en/of drugsgebruik.
 
Ten slotte verdient het natuurlijk aanbeveling om een gezonde levensstijl te stimuleren, bijvoorbeeld door een beloning in het vooruitzicht te stellen. Zo stelt zorgverzekeraar CZ zijn werknemers een bonus in het vooruitzicht bij een aantoonbaar betere conditie.
 
Mocht u over bovenstaande mogelijkheden nader geadviseerd willen worden, dan kunt u vanzelfsprekend contact met ons opnemen.
 

Inhoudsopgave

............................................................................................................................................................................

Overgang van onderneming; werknemersbescherming gaat ver
Als een onderneming of een onderdeel daarvan overgaat van de ene ondernemer ('vervreemder') naar de andere ondernemer ('verkrijger'), kan er sprake zijn van overgang van onderneming. In dat geval gaan de rechten en verplichtingen die op dat moment voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst van een bij de vervreemder werkzame werknemer over op de verkrijger. Is er sprake van overgang van onderneming als de activiteiten van de overgedragen onderneming worden geïntegreerd in het bedrijf van de verkrijger?
 
Niet bij elke overgang van een activiteit van de vervreemder naar de verkrijger is er sprake van overgang van onderneming. Er geldt een aantal vereisten. Ten eerste moet de overgedragen onderneming een duurzaam georganiseerde economische entiteit zijn. Dit houdt in dat het moet gaan om een georganiseerd geheel van personen en middelen, waarmee een economische activiteit duurzaam (dat wil zeggen voor langere tijd) kan worden uitgeoefend. Het overdragen van één bepaalde opdracht voor een klant aan een concurrent is onvoldoende, omdat dan niet gesproken kan worden van een duurzame voortzetting.
 
Ten tweede is van belang dat de overgedragen onderneming (de economische eenheid) zijn identiteit bij de overgang behoudt. Dit blijkt vooral als de exploitatie daarvan daadwerkelijk wordt voortgezet. Om dit te kunnen beoordelen moet rekening worden gehouden met alle feitelijke omstandigheden die de overdracht kenmerken. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan: de aard van de overgedragen onderneming, het al dan niet overnemen van productiemiddelen of gebouwen, het al dan niet overnemen van een wezenlijk deel van het personeel, het al dan niet overnemen van de klantenkring, de mate waarin de voor en na de overdracht verrichte activiteiten op elkaar lijken en de duur van een eventuele onderbreking van de activiteiten. In sommige sectoren zullen bepaalde factoren belangrijker zijn dan in andere sectoren. Zo is de overgang van productiemiddelen in arbeidsintensieve sectoren, zoals de schoonmaakbranche, minder van belang. In dergelijke sectoren wordt meer waarde gehecht aan het al dan niet overnemen van personeel.
 
In een recente Duitse zaak was het de vraag of er sprake was van overgang van onderneming. Daar speelde het volgende. Een bedrijf kocht van een industrieel automatiseringsbedrijf onder meer alle intellectuele eigendomsrechten, knowhow, ontwikkelingshardware en een leveranciers- en klantenlijst voor producten van een bepaalde afdeling van de vervreemder. Daarnaast had het bedrijf nog een aantal werknemers van die afdeling overgenomen. De directeur van de betreffende afdeling bleef achter bij de vervreemder. Enkele jaren later dreigde de vervreemder failliet te gaan. De directeur vreesde voor zijn baan. Hij stelde zich toen alsnog op het standpunt dat er sprake was geweest van overgang van onderneming en dat hij dus ook van rechtswege in dienst was getreden bij de verkrijger. De verkrijger verweerde zich door te stellen dat de betreffende afdeling in haar bedrijf niet als een organisatorisch eenheid is blijven voortbestaan, maar dat zij de activiteiten van deze afdeling heeft geïntegreerd in haar bedrijf. De overgenomen werknemers zijn ook functies gaan uitoefenen die ze voorheen bij de verkoper niet uitoefenden. Volgens de verkrijger was er dus geen sprake geweest van overgang van onderneming en ging de daarmee gepaard gaande werknemersbescherming dus niet op. De Duitse rechter heeft het Europese Hof van Justitie (EG-Hof) gevraagd om aan te geven of de Europese richtlijn, waaruit de nationale wetgeving van de lidstaten op het gebied van overgang van onderneming voortvloeit, op een dergelijke situatie ziet.
 
Het EG-Hof overweegt dat voor de toepasselijkheid van de richtlijn vereist is dat sprake is van een overgang van een economische eenheid die haar identiteit behoudt. Deze eis moet echter beperkt worden uitgelegd om te voorkomen dat de bescherming van de richtlijn te veel wordt ingeperkt. De redenering dat de richtlijn niet van toepassing zou zijn wanneer een verkrijger besluit om een overgenomen onderneming in zijn eigen bedrijf te integreren, kan daarom niet worden aanvaard. Wel moet de functionele band die voor de overgang bestond tussen de onderlinge samenhangende productiemiddelen ook na de overgang behouden blijven. De handhaving van een dergelijke functionele band biedt de verkrijger immers de mogelijkheid om deze productiemiddelen, zelfs na hun integratie, te gebruiken om dezelfde of soortgelijke economische activiteit voort te zetten. Anders zou de verkrijger van een onderneming eigenhandig kunnen bewerkstelligen dat de richtlijn niet van toepassing is. Door bij de overgang de diverse onderdelen van de overgedragen onderneming te herschikken of te vermengen met zijn eigen organisatie, zou de verkrijger immers kunnen bepleiten dat de overgenomen economische eenheid haar identiteit niet heeft behouden en dat er dus geen sprake is van een overgang van onderneming. Hier heeft het EG-Hof een stokje voor gestoken.
 
Uit het voorgaande arrest van het EG-Hof blijkt opnieuw dat de werknemersbescherming die voorvloeit uit de richtlijn in het kader van overgang van onderneming ver gaat. De criteria voor overgang van onderneming worden ruim uitgelegd, zodat er snel sprake van is. Overgang van onderneming is niet alleen aan de orde als er sprake is van verkoop van activiteiten. Het is ook mogelijk dat de genoemde werknemersbescherming opgaat bij wijziging van een exploitant door outsourcing, aanbesteding, subsidieverlening, etc. Mocht u geconfronteerd worden met een situatie waarin activiteiten worden overgedragen van de ene onderneming naar de andere onderneming en twijfelt u of er sprake zou kunnen zijn van overgang van onderneming, dan denken wij uiteraard graag met u mee.
 

Inhoudsopgave

............................................................................................................................................................................

Een op handen zijnde reorganisatie? Medezeggenschap kan verplicht zijn, ook al is geen OR aanwezig
Casus
Een notariskantoor verkeert door een sterk teruglopende omzet in ernstige financiële problemen. Besloten wordt om te reorganiseren, waarbij voor 15 van de 60 werknemers een ontslagvergunning wordt aangevraagd bij het UWV Werkbedrijf. Omdat bij het notariskantoor geen ondernemingsraad aanwezig is, is over het voorgenomen besluit tot reorganisatie geen advies gevraagd.
 
Vordering van de werknemers
Een aantal van de werknemers vordert in kort geding alsnog de instelling van een ondernemingraad, als mede een verbod om de reorganisatie door te voeren voordat de ondernemingsraad in de gelegenheid is gesteld daarover advies uit te brengen.
 
Verweer van de ondernemer
Het notariskantoor erkent wettelijk gezien al sinds 2004 verplicht te zijn tot instelling van een ondernemingsraad, aangezien er sinds die tijd meer dan 50 werknemers bij haar werkzaam zijn. Tot het moment van de reorganisatie had echter nog nooit een werknemer aangegeven behoefte aan een ondernemingsraad te hebben. Indien het notariskantoor zou worden verplicht te wachten met het doorvoeren van de reorganisatie tot na het uitbrengen van het advies van een op dat moment nog in te stellen ondernemingsraad, zou dit proces een onverantwoorde vertraging oplopen, met nog meer ontslagen en misschien wel de deconfiture van het gehele kantoor als gevolg.
 
Het oordeel van Kantonrechter Zutphen
De kantonrechter acht het aannemelijk dat een onverkorte toewijzing van de vordering van de werknemers het notariskantoor - gezien de forse maandelijkse verliezen, zonder uitzicht op verbetering - in ernstige problemen zou brengen. Het feit dat de werknemers tot voor kort niet hadden aangegeven behoefte te hebben aan een ondernemingsraad, doet echter niet af aan de wettelijke verplichting van het notariskantoor tot het instellen van een ondernemingsraad. Wel leidt de kantonrechter daaruit af, dat de behoefte aan medezeggenschap van de werknemers vooral ziet op het voorliggende reorganisatiebesluit.
 
Een belangenafweging leidt vervolgens tot het oordeel van de kantonrechter, dat kan worden volstaan met een minder vergaande voorziening op het gebied van de medezeggenschap, bestaande uit het houden van een personeelsvergadering. Het notariskantoor wordt verboden om de reorganisatiehandelingen voort te zetten, alvorens hij een door hem bijeen te roepen personeelsvergadering heeft geïnformeerd over het voorgenomen besluit en in de gelegenheid heeft gesteld ter zake advies uit te brengen.
 
Tip
Het is oppassen geblazen voor ondernemers die van plan zijn te reorganiseren. Uit het feit dat bij hen geen ondernemingsraad aanwezig is wegens een gebrek aan animo onder het personeel, kan niet worden afgeleid dat werknemers ter zake geen medezeggenschapsrechten kunnen uitoefenen. Heeft de reorganisatie gevolgen voor ten minste een vierde deel van het personeel, dan is het om die reden raadzaam om tijdig - dus nog voordat een begin van uitvoering ten aanzien van de reorganisatie wordt gemaakt - een personeelsvergadering te organiseren, en het personeel daarbij te informeren over de reorganisatie, alsmede over de motieven daarvoor en de personele gevolgen daarvan en de naar aanleiding daarvan te treffen maatregelen. Vervolgens dient de personeelsvergadering een redelijke termijn te worden geboden om ter zake advies uit te brengen.
 
Wilt u op de hoogte blijven van de ontwikkelingen en relevante uitspraken op het gebied van medezeggenschap? Lees dan onze nieuwsbrief met actuele artikelen.
 

Inhoudsopgave