Arbeidsrecht - juli 2007

De digitale nieuwsbrief van de vakgroep Arbeidsrecht van AKD verschijnt eens in de twee maanden en biedt u een overzicht van recente en belangrijke ontwikkelingen in de praktijk.

In deze nieuwsbrief:

  • Pas op voor uw bloggende werknemer!
    Steeds meer mensen houden een weblog bij. Zo'n 75% van deze "bloggers" schrijft met enige regelmaat over zijn werk. Het kan hierbij gaan om bedrijfsgevoelige informatie zoals financiële gegevens of nieuwe producten, maar ook om uitingen over collega's, werkgever of het ondernemingsbeleid. Als werkgever heeft u er belang bij dat door deze verspreiding langs digitale weg de goede naam van uw bedrijf niet wordt geschaad. Lees verder »

  • Hoe ver strekt de zorgplicht van de werkgever?
    Een werknemer die zich in zijn vingers snijdt, van zijn fiets valt tijdens een fikse regenbui, RSI oploopt of een burn out krijgt: tijdens de uitvoering van een arbeidsovereenkomst kan er veel mis gaan. Als werkgever bent u in beginsel aansprakelijk voor dit leed van uw werknemer. Lees verder »

  • Ontslag op staande voet bij overtreding ziekteverzuimregels
    Kan een werkgever een werknemer, die de geldende ziekteverzuimregels overtreedt, op staande voet ontslaan? Lees verder »

  • Werknemer kan ontbindingsvergoeding niet direct opeisen
    Onlangs heeft de Kantonrechter Amsterdam een werknemer een uitzonderlijk hoge ontbindingsvergoeding toegekend, gebaseerd op de kantonrechtersformule met correctiefactor 12! Vooralsnog lijkt het echter een Pyrrus-overwinning. Aan de uitbetaling van de vergoeding was in de ontbindingsbeschikking namelijk een voorwaarde gesteld. Lees verder »

  • Werkgever teruggefloten na ontslag bij diefstal
    De Kantonrechter Haarlem heeft onlangs in kort geding bepaald dat een werkgever bij herhaalde diefstal door één van zijn werknemers toch niet tot ontslag op staande voet mocht overgaan. De rechter was namelijk van oordeel dat de diefstal niet aan de werknemer kon worden toegerekend. Lees verder »

............................................................................................................................................................................

Pas op voor uw bloggende werknemer!

Steeds meer mensen houden een weblog bij. Zo'n 75% van deze "bloggers" schrijft met enige regelmaat over zijn werk. Het kan hierbij gaan om bedrijfsgevoelige informatie zoals financiële gegevens of nieuwe producten, maar ook om uitingen over collega's, werkgever of het ondernemingsbeleid. Als werkgever heeft u er belang bij dat door deze verspreiding langs digitale weg de goede naam van uw bedrijf niet wordt geschaad.

Een weblog is een persoonlijk dagboek op internet. De ervaring leert dat werknemers vaak schrijven over belevenissen op hun werk, waarbij er kritiek wordt geuit op hun werkgever of collega's. Ook komt het maar al te dikwijls voor dat er op de weblog uitlatingen worden gedaan over bedrijfsgevoelige informatie. Het moge duidelijk zijn dat het verspreiden van negatieve berichten over de werkgever en het prijsgeven van vertrouwelijke bedrijfsinformatie gemakkelijk kan leiden tot (reputatie)schade voor werkgevers. Opvallend is dat tot op heden slechts een beperkt percentage van de werkgevers actie heeft ondernomen om deze verspreiding van bedrijfsgegevens langs de digitale weg aan banden te leggen.

Om zoveel mogelijk te voorkomen dat bloggende werknemers uw goede naam en belangen schenden, adviseren wij u te zorgen voor duidelijke richtlijnen over externe communicatie, zoals dat - als het goed is - nu reeds het geval is met betrekking tot e-mail- en internetgebruik. U dient zich hierbij te realiseren dat ook op meer algemene digitale forums en nieuwsgroepen informatie door werknemers kan worden verspreid. De richtlijnen dienen zich dus bij voorkeur niet te beperken tot bloggen, maar te zien op externe communicatie, ongeacht het middel van communicatie.

Het verdient daarnaast aanbeveling om aan overtreding van de richtlijnen een disciplinaire sanctie te verbinden. Daarnaast kan in voorkomende gevallen de rechter worden verzocht om aan de ongewenste communicatie een einde te maken dan wel de arbeidsovereenkomst te beëindigen. De rechter zal vervolgens een belangenafweging maken: de bedrijfsbelangen van de werkgever versus de vrijheid van meningsuiting van de werknemer. Eerdere rechtspraak over e-mail- en internetgebruik heeft uitgewezen dat de werkgever die een gedragscode heeft opgesteld of de werknemer op een andere manier voorafgaand heeft gewaarschuwd, eerder gehoor vindt voor de bescherming van zijn bedrijfsbelangen dan de werkgever die daarmee in gebreke is gebleven.

Voor meer informatie en advies, bijvoorbeeld over het opstellen van goede richtlijnen, kunt u contact opnemen met de nieuwsbriefredactie.

Terug naar inhoudsopgave

............................................................................................................................................................................

Hoe ver strekt de zorgplicht van de werkgever?

Een werknemer die zich in zijn vingers snijdt, van zijn fiets valt tijdens een fikse regenbui, RSI oploopt of een burn out krijgt: tijdens de uitvoering van een arbeidsovereenkomst kan er veel mis gaan. Als werkgever bent u in beginsel aansprakelijk voor dit leed van uw werknemer.

Op grond van de wet dient de werkgever zorg te dragen voor de veiligheid van de werknemer om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. Indien de werkgever tekort schiet in deze zorgplicht is hij aansprakelijk voor de schade die de werknemer daardoor lijdt. Als de werkgever daarentegen kan aantonen dat hij zijn zorgplicht heeft nageleefd of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid aan de zijde van de werknemer, is hij niet schadeplichtig. Een beroep op de opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer slaagt echter zelden, zo blijkt uit de rechtspraak. 

Van belang is dat de werknemer de schade moet hebben geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Dit begrip moet volgens de Hoge Raad ruim worden uitgelegd, maar is in recente rechtspraak inmiddels ook weer enigszins afgebakend. Bij de beoordeling of de schade door de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden is geleden en de werkgever hiervoor aansprakelijk is, kent de rechter vaak grote waarde toe aan de zeggenschap van de werkgever over de werkplek en de bevoegdheid van de werkgever om de werknemer aanwijzingen te geven. De rechtspraak wijst uit dat regulier woon-werkverkeer - behoudens uitzonderingen - niet onder de zorgplicht van de werkgever valt, omdat dit niet plaatsvindt in de uitoefening van de werkzaamheden en buiten het werkmilieu. Dit is niet anders indien de weg die de werknemer per fiets van zijn huis naar zijn werk volgt een openbare weg is die uitsluitend leidt tot het terrein van de werkgever en de werkgever deze weg bladvrij houdt.  

De wet beoogt geen absolute waarborg te scheppen tegen arbeidsongevallen of beroepsziekten, maar vereist wel van een werkgever dat hij, na een deugdelijk onderzoek, die maatregelen neemt ter voorkoming van een ongeval of een beroepsziekte, die in redelijkheid van hem kunnen en mogen worden verwacht. Neemt de werkgever deze maatregelen niet, dan is zijn aansprakelijkheid voor de door de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden geleden schade een gegeven, tenzij deze schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.  

Als er derhalve een bekend gevaar is (bijvoorbeeld rondvliegend puin op de bouwplaats) en er in redelijkheid mogelijkheden voorhanden zijn om dat gevaar tegen te gaan (het dragen van een helm), kan en mag er van de werkgever worden verwacht dat hij die mogelijkheden ook benut (het verstrekken van helmen). De werkgever dient er daarnaast op toe te zien dat zijn instructies worden nageleefd (verplicht stellen van het dragen van een helm en erop toezien dat deze verplichting wordt nageleefd). De werkgever dient tevens te waarschuwen op een zodanige manier dat te verwachten valt dat de waarschuwing zal leiden tot een handelen of nalaten waardoor het gevaar wordt vermeden (het is verboden om de bouwplaats zonder helm te betreden). Indien de werkgever heeft voldaan aan zijn zorgplicht zal een claim van de werknemer (wegens opgelopen letsel aan zijn hoofd terwijl hij geen helm droeg) niet slagen.  

In dat kader verplicht de Arbeidsomstandighedenwet de werkgever om een inventarisatie en evaluatie te maken van de mogelijke risico's die de arbeid voor zijn werknemers met zich brengt en om een plan van aanpak op te stellen waarin wordt aangegeven welke maatregelen zullen worden genomen in verband met deze risico's.  

Wees u er als werkgever dus altijd van bewust welke mogelijke gevaren zich voor de werknemer kunnen voordoen op de werkplek respectievelijk binnen uw gezagsgebied en stem uw veiligheidsbeleid hier goed op af. 

Terug naar inhoudsopgave

............................................................................................................................................................................

Ontslag op staande voet bij overtreding ziekteverzuimregels

Kan een werkgever een werknemer, die de geldende ziekteverzuimregels overtreedt, op staande voet ontslaan?  

Op 8 oktober 2004 heeft de Hoge Raad bepaald dat ingeval zieke werknemers de ziekteverzuimvoorschriften niet naleven, er in beginsel maar één sanctie gerechtvaardigd is: loonopschorting.  

Toch is het mogelijk om - in strijd met deze (hoofd)regel - een werknemer die de ziekteverzuimregels schendt op staande voet te ontslaan. Er moet dan wel sprake zijn van bijkomende feiten en omstandigheden die in combinatie met het niet naleven van de ziekteverzuimregels een dringende reden voor ontslag opleveren.  

Van dergelijke bijkomende feiten en omstandigheden was sprake in een ander arrest van de Hoge Raad van 24 december 2004. De werknemer in kwestie hield zich na zijn ziekmelding, in strijd met de bij de werkgever geldende ziekteverzuimregels, lange tijd schuil voor de werkgever. Na vele contactpogingen was het de werkgever uiteindelijk toch gelukt de werknemer te bereiken, waarop de werknemer toezegde de volgende dag weer aan het werk te gaan. Nadat de werknemer de volgende dag niet op zijn werk was verschenen en hij nadien wederom geen gehoor aan de oproepen van de werkgever had gegeven, is hij op staande voet ontslagen.  

De Hoge Raad oordeelde dat het ontslag terecht was gegeven. De Hoge Raad gaf hierbij (naast de overtreding van de ziekteverzuimregels) gewicht aan het bijkomende feit dat de werknemer zijn toezegging niet was nagekomen en de oproepen van zijn werkgever van nadien niet had beantwoord, zonder voor dit alles excuserende redenen te hebben.  

Ook het Gerechtshof te Den Haag oordeelde een ontslag op staande voet bij niet-naleving van de controlevoorschriften op 21 januari 2005 legitiem. Het betrof in deze zaak een productiemedewerker die al eerder de ziekteverzuimregels met voeten had getreden. Bij de laatste overtreding was de werknemer schriftelijk gewaarschuwd dat bij een volgende overtreding ontslag op staande voet zou volgen. Ondanks deze reprimande werd de werknemer kort daarna niet thuis aangetroffen tijdens een controle van de Arbodienst. Hierop heeft de werkgever de werknemer met onmiddellijke ingang ontslagen. Hoewel de werknemer een beroep deed op de hoofdregel dat bij het schenden van de ziekteverzuimregels enkel een loonsanctie mogelijk is, liet het Hof het gegeven ontslag in stand, overwegende dat de werknemer al in ruime mate was gewaarschuwd.   

Kortom, bij overtreding van de ziekteverzuimregels kan een werknemer (op staande voet) worden ontslagen. In dat geval moet de werknemer meer verwijten kunnen worden gemaakt dan het schenden van de ziekteverzuimregels alleen. 

Onze flowchart biedt een overzicht welke stappen u kunt nemen indien de werknemer de zieteverzuimvoorschriften niet naleeft.
Voor meer informatie en advies kunt u contact opnemen met de nieuwsbriefredactie.

Terug naar inhoudsopgave

............................................................................................................................................................................

Werknemer kan ontbindingsvergoeding niet direct opeisen

Onlangs heeft de Kantonrechter Amsterdam een werknemer een uitzonderlijk hoge ontbindingsvergoeding toegekend, gebaseerd op de kantonrechtersformule met correctiefactor 12! Vooralsnog lijkt het echter een Pyrrus-overwinning. Aan de uitbetaling van de vergoeding was in de ontbindingsbeschikking namelijk een voorwaarde gesteld.  

In de onderhavige kwestie betrof het een werknemer die zijn ontslag, dat gegeven was zonder toestemming van de CWI, met succes aanvocht. In het door de werknemer aangespannen kort geding werd de werkgever veroordeeld tot loondoorbetaling. Op dezelfde dag wees de kantonrechter echter het door de werkgever ingediende voorwaardelijke ontbindingsverzoek toe. De werkgever werd daarbij veroordeeld tot het betalen van een ontbindingsvergoeding van 75.000,= euro bruto. De veroordeling kon niettemin pas ten uitvoer worden gelegd als "bij enige onherroepelijk geworden andere rechterlijke beslissing is vastgesteld dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen heeft bestaan op de dag van de onderhavige beschikking".  

Op het moment dat de werknemer begon met de executie (lees: het opeisen van de vergoeding) van de ontbindingsbeschikking, verzette de werkgever zich hiertegen in kort geding. De werkgever stelde zich op het standpunt dat de werknemer gezien eerdergenoemde voorwaarde pas tot executie kon overgaan als in een bodemprocedure door de rechter zou zijn vastgesteld dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen nog bestond op de dag van de (voorwaardelijke) ontbindingsbeschikking. Anders gezegd, de rechter in een bodemprocedure dient eerst vast te stellen of de door de werkgever gedane opzegging van de arbeidsovereenkomst zonder toestemming van de CWI niet rechtsgeldig heeft plaatsgevonden.  

De werknemer trok aan het kortste eind. De kantonrechter stelde voorop dat in het eerdere kort geding slechts een voorlopig oordeel was gegeven over de vraag of het ontslag rechtsgeldig was. Pas als de bodemrechter hetzelfde vaststelt als de rechter in kort geding is de aan de ontbindingsbeschikking gestelde voorwaarde vervuld. De werknemer zag zich dus genoodzaakt alsnog een bodemprocedure tegen de werkgever op te starten om de aan hem onder voorwaarde toegekende ontbindingsvergoeding te kunnen incasseren met alle risico's en kosten van dien.  

Een soortgelijke situatie komt vaak voor ingeval van een ontslag op staande voet. Veelal zal de werknemer de vernietigbaarheid van het ontslag inroepen en ziet de werkgever zich mede daarom genoodzaakt een voorwaardelijk ontbindingsverzoek in te dienen. Mocht de kantonrechter in dergelijke gevallen de arbeidsovereenkomst ontbinden onder toekenning van een ontbindingsvergoeding, dan kan de kantonrechter daar ook de voorwaarde aan verbinden dat in rechte moet komen vast te staan dat de arbeidsovereenkomst op de dag van de ontbindingsbeschikking nog bestond. Dat is het geval als de kantonrechter (uiteindelijk in een bodemprocedure) beslist dat het gegeven ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is geweest. Om de kans te vergroten dat een kantonrechter in zijn beschikking een dergelijke voorwaarde opneemt, is het van belang dat daar in het verzoekschrift expliciet om wordt verzocht. Gebeurt dat niet, dan loopt u het risico dat u de ontbindingsvergoeding direct verschuldigd bent.

Terug naar inhoudsopgave

............................................................................................................................................................................

Werkgever teruggefloten na ontslag bij diefstal

De Kantonrechter Haarlem heeft onlangs in kort geding bepaald dat een werkgever bij herhaalde diefstal door één van zijn werknemers toch niet tot ontslag op staande voet mocht overgaan. De rechter was namelijk van oordeel dat de diefstal niet aan de werknemer kon worden toegerekend.  

Een werknemer van een postkantoor had tot viermaal toe geld uit de giromaatkluis gestolen. De werkgever dacht juist te handelen door de werknemer na zijn bekentenis op staande voet te ontslaan. De werknemer vorderde loondoorbetaling. Toegegeven, de werknemer verkeerde niet in de meest rooskleurige omstandigheden. Hij had een agressieve, drugsverslaafde zoon en zijn vrouw leed aan borstkanker. Daarnaast was de werknemer onder werktijd twee keer het slachtoffer geweest van een gewelddadige overval. Rechtvaardigen deze omstandigheden echter herhaaldelijk strafbaar gedrag?  

Volgens vaste jurisprudentie mag een werknemer op staande voet worden ontslagen, ook al kan de gedraging die de reden voor het ontslag vormde niet aan hem worden verweten, bijvoorbeeld omdat de werknemer in een psychische crisis verkeerde. Bijzondere omstandigheden kunnen dit echter anders maken. Vanwege zijn onberispelijke en lange staat van dienst en het feit dat de werknemer getraumatiseerd was door de twee incidenten op zijn werk, achtte de rechter een ontslag op staande voet hier niet op zijn plaats. Het loonbetalingsverzoek werd dan ook toegewezen. Het postkantoor had volgens de rechter de werknemer in plaats daarvan een andere functie moeten aanbieden. Naar onze mening is dit alleen een oplossing als de organisatie groot genoeg is om de werknemer te herplaatsen in een functie waar de werknemer geen toegang heeft tot de giromaatkluis of andere contante gelden.  

Naar verwachting zal de werkgever trachten de arbeidsovereenkomst alsnog door de kantonrechter te laten ontbinden. Het vertrouwen in de werknemer is immers verdwenen, ook al zijn er omstandigheden die de werknemer vrijpleiten voor zijn handelwijze. Of dit lukt, is echter nog maar de vraag; de werknemer zit namelijk momenteel ziek thuis en de rechter zal dus de arbeidsongeschiktheid meewegen in zijn eindoordeel en bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding.  

Iedereen zal van oordeel zijn dat bepaalde gedragingen op het werk, zoals diefstal, niet getolereerd mogen worden en stringente maatregelen vereisen. Ook dient een werkgever uiteraard zorgvuldig te werk te gaan bij een ontslag op staande voet. Het gaat ons inziens echter wat ver dat een werkgever zich ervan dient te vergewissen of de gedraging de werknemer daadwerkelijk valt te verwijten, en of de werknemer niet onder invloed van een psychische stoornis verkeerde.  

Donderdag 21 juni jl. is er een opinieartikel over deze zaak verschenen in het Financieele Dagblad: 'Stoornis onterecht excuus' van Patrice Verkaart en Ruth le Mair .

Terug naar inhoudsopgave