Metro versus G-Star
De praktijkgroep IP&T vertegenwoordigde het grote Duitse handelshuis Metro-Makro in een zaak met betrekking tot parallelle verkoop in G-Star jeans.
Metro-Makro had G-Star jeans van een Nederlandse partij gekocht.
Op basis van gerechtelijk onderzoek door een onafhankelijk
accountantskantoor werd vastgesteld dat de goederen eerst op de
markt waren gebracht binnen de Europese Economische Ruimte en dat
Metro-Makro het recht had de goederen te verkopen.
De forensisch accountant was niet gehouden aan de bekendmaking van
de toeleverancier, maar diende slechts te bevestigen dat de
goederen voor het eerst op de markt werden gebracht binnen de EER.
G-Star maakte vervolgens bezwaar tegen de wijze waarop Metro-Makro
de goederen aanbood. In zijn verkoopbrochures gebruikte Metro-Makro
de merknaam en het logo van G-Star. Metro-Makro verdedigde haar
wijze van publiciteit en promotie van de jeans met succes door zich
te beroepen op de arresten Dior/Evora en BMW/ Deenik bij het
Europese Hof van Justitie. G-Star stelde vervolgens hoger beroep in
bij de Hoge Raad.
In juli 2009 oordeelde de Hoge Raad ten gunste van Metro, hiermee de uitspraak van het Hof bevestigend